Charlie De Keersmaecker: Vorig jaar in juni werd ik wakker en dacht: 'Een roadtrip door Amerika, dat zou ik toch eens moeten doen.' Een week later stond ik in New York. Ik ben aangekomen met een rugzak en twee camera's. Zonder enige voorbereiding. Zonder enig plan. Alles is heel impulsief gegaan.
...

Charlie De Keersmaecker: Vorig jaar in juni werd ik wakker en dacht: 'Een roadtrip door Amerika, dat zou ik toch eens moeten doen.' Een week later stond ik in New York. Ik ben aangekomen met een rugzak en twee camera's. Zonder enige voorbereiding. Zonder enig plan. Alles is heel impulsief gegaan. Er is The Americans van Robert Frank, Richard Avedons In the American West of recent nog een film als American Honey: geen land dat zo'n aantrekkingskracht heeft op mensen met een camera. De Keersmaecker: Ik ben niet de eerste fotograaf die ooit door Amerika is getrokken, nee. (lacht) In het begin was dat ook lastig. De neonlichten, de gele strepen op de weg, de taxi's, de Coca-Cola-muurschilderingen: je herkent alles uit films, van tv of uit fotoboeken. De esthetiek van de VS domineert onze beeldcultuur. Als fotograaf is dat niet makkelijk. Overal waar je je camera op richt, is een cliché. Achteraf bekeken was het een beetje moedig om een roadtrip door Amerika te maken, maar toch vooral heel naïef. Hoe los je dat op? De Keersmaecker: Ik ben doelloos beginnen rond te stappen. Na een tijdje werd dat een state of mind: dwalen en fotograferen. Ik liet me leiden door toevallige ontmoetingen. In New York raakte ik aan de praat met een man op een bankje die me over Braddock vertelde, een verlaten mijnstadje met een punkrockburgemeester. En dan ging ik daarnaartoe. In Detroit ben ik vijf dagen blijven hangen bij mijn couchsurfhost die niets anders deed dan bier drinken en karaoke zingen. Ik merk wel dat ik voornamelijk aangetrokken was door muziek. New York, Detroit, New Orleans, Memphis, Nashville: de steden waar ik geweest ben, klinken als muzikale geschiedenis. Ik ben ook in Nashville geweest: ik had gehoord dat dat dé plek was om de 4th of July mee te maken. Vierentwintig uur heb ik op een bus gezeten om er te raken. Ik had me verwacht aan Bruce Springsteen-taferelen, maar toen ik eindelijk daar was, was alles uitgeregend. Toen ik teleurgesteld terugwandelde, liep ik voorbij een huis waar twee kinderen met firecrackers in de tuin zaten te spelen - een foto die het boek heeft gehaald. Om maar te zeggen: soms is het niet het doel dat telt, maar... Mja. Maar de reis? De Keersmaecker: Een verschrikkelijk cliché, hè. (lacht) Maar het is wel zo. Ik had geen auto, dus ik deed alles te voet. Tien uur per dag. Dan maak je gewoon veel mee. Soms ook te veel. In New Orleans ben ik de Lower Ninth Ward binnengewandeld. Ze zeggen dat je daar niet moet komen als toerist: wel, dat klopt dus. Op elke hoek stond een methdealer in een onderlijfje met een blaffer achter zijn ceintuur. Op een bepaald moment zag ik een zwarte bikergang staan. Ik weet niet waarom, maar ik ben daarnaartoe gestapt om te vragen of ik hen mocht fotograferen. Ik denk dat ze mij alleen maar hebben laten wegwandelen omdat ze het charmant vonden in zijn totale domheid. (lacht) Ik heb mijn leven geriskeerd voor foto's die niet eens in het boek beland zijn. Uiteindelijk ben je met zevenduizend beelden teruggekeerd. De Keersmaecker: Waar ik er dus vijftig van moest selecteren voor het boek. Niet makkelijk. Amerika is een land in verval, maar ik voelde weinig behoefte om daarop te focussen. Ik wilde geen foto's van een lachende man zonder tanden die in overall voor een kapot hek staat. Ook dat heb ik al eens te veel gezien. Uiteindelijk heb ik gekozen voor jongeren. Een rauw, optimistisch beeld van de Amerikaanse jeugd. Want als er ergens toekomst zit in de VS, zal het bij de young americans zijn. Voor de zekerheid: dat is een referentie aan David Bowie? De Keersmaecker: Jazeker. Heel raar dat geen enkele fotograaf die titel eerder heeft gebruikt.