Verkondigen dat je over de slechtste kunst ter wereld beschikt én alsnog in het prestigieuze lijstje van beste musea van The Times prijken: je moet het ze nageven. The Museum Of Bad Art (MOBA) in Boston heet 's werelds enige museum voor slechte kunst te zijn, en ze zijn er nog trots op ook. Onder de leuze 'art too bad to be ignored' stellen ze hun collectie samen. Voor je denkt dat het om een uit de hand gelopen grap gaat: dat is het niét.
...

Verkondigen dat je over de slechtste kunst ter wereld beschikt én alsnog in het prestigieuze lijstje van beste musea van The Times prijken: je moet het ze nageven. The Museum Of Bad Art (MOBA) in Boston heet 's werelds enige museum voor slechte kunst te zijn, en ze zijn er nog trots op ook. Onder de leuze 'art too bad to be ignored' stellen ze hun collectie samen. Voor je denkt dat het om een uit de hand gelopen grap gaat: dat is het niét.Het merkwaardige verhaal begint in de vroege jaren negentig, wanneer antiquair Scott Wilson ergens een schilderij tussen het vuilnis vindt - het ondertussen legendarische Lucy in the Field with Flowers. Hoewel het werk op zijn zachtst gezegd niet van veel artistieke virtuositeit getuigt, neemt Wilson het mee naar huis. Je weet nooit dat die kader nog van pas komt. Niet veel later laat Wilson het werk terloops zien aan zijn vrienden, het koppel Jerry Reilly en Marie Jackson. Tot zijn verbazing reageren die meteen dolenthousiast en stellen ze voor een collectie te starten. Het begint bescheiden, met recepties bij het koppel thuis. Maar de aanhang groeit, net als de collectie. Steeds vaker komen artiesten zelf hun werk doneren, andere gedrochten worden op rommelmarkten en in tweedehandswinkels op de kop getikt. Stilaan moet uit noodzaak naar een grotere locatie worden gezocht. Zo vindt het vreemde allegaartje huisvestiging naast de toiletten van het Dedham Community Theatre, een gebouw met een esthetiek die wordt omschreven als 'bouwvallig'. Tel daar een permanente urinegeur bij op en je zit met een gedroomde locatie voor gefaalde kunst.Het museum organiseert trouwens ook rondreizende shows. Zo worden bijvoorbeeld werken in bomen opgehangen, terwijl op de achtergrond slechte muziek speelt om de ervaring nog completer/slechter te maken.Het museum voor niet zo schone kunsten komt nog meer in de aandacht wanneer het onmogelijke gebeurt: er wordt een werk gestolen. Eileen, een portret van een groenogige vrouw, verdwijnt op een speciaal evenement. Alles wordt stilgelegd om de mysterieuze ontvoering op te lossen. De media van Boston lanceren zelfs een oproep en er wordt een beloning van 6,5 dollar - de maximale aankoopprijs voor een werk in The Museum Of Bad Art - vrijgemaakt voor de eerlijke vinder. Met behulp van enkele gulle schenkers wordt dat bedrag later zelfs verhoogd naar 36,73 dollar. Toch zal het nog tien jaar duren vooraleer Eileen terug naar huis keert. De dief contacteert zelf het museum en eist vijfduizend dollar wisselgeld, net iets boven het budget. Dankzij de politie kan het werk alsnog kosteloos worden onderschept. Valse bewakingscamera's - met de waarschuwing 'deze galerij is beveiligd met valse bewakingscamera's' - moeten tegenwoordig verhinderen dat dieven met een mislukt meesterwerk naar huis wandelen. Voor wie nu vol enthousiasme zijn kleur- en tekenpotloden bovenhaalt met het plan glorieus te falen: je raakt niet zomaar binnen in het MOBA. Het talent mag dan nog zo ondermaats zijn, er heersen strikte voorwaarden waaraan een werk moet voldoen. Want laat dit duidelijk zijn: middelmatigheid is lang niet slecht genoeg.Kinderkunst wordt niet geaccepteerd, net als werken op fluweel, schilderen op nummer en kitscherige motieven zoals de typische kinderportretten met grote ogen of honden die met de kaarten spelen. Oprichtster Marie Jackson benadrukt de strenge selectie in een interview. 'Negen van de tien werken worden niet toegelaten omdat ze niet slecht genoeg zijn. Wat een artiest als slecht beschouwt, komt niet altijd overeen met onze lage standaard.' Om te beginnen moet het werk in alle ernst en met volle overtuiging gemaakt zijn. Een soort poging tot grote kunst, maar dan wel eentje waarbij het grondig misliep. Een scheef perspectief, een misvormd gelaat, fauna die met de ogen toe geschilderd lijkt. Kort samengevat: het werk moet over de nodige oei-factor beschikken. Vaak gaat het om artiesten die wel de emotionele intensiteit van een kunstenaar hebben, maar een compleet gebrek aan techniek. Anderen hebben wel de nodige artistieke capaciteiten, maar faalden gewoon in een welbepaald experiment.Een van de hoogtepunten uit de collectie is ongetwijfeld Sunday on the Pot With George. Een pointillistische weergave van een man in ondergoed op de pot, dat vaagweg doet denken aan het werk van Georges Seurat. Wat het werk zo uitzonderlijk maakt, is het selectief oog voor detail. Alles wordt tot in de, ahum, puntjes juist geschilderd, behalve de voeten. Blijkbaar was de schilder het toen grondig beu, want de man zijn benen stoppen bij de enkels. En gelukkig maar, of het werk had nooit in het MOBA gehangen.Een werk voorstellen aan het museum is sowieso een win-winsituatie. Of je wordt geaccepteerd en krijgt de eer om in het museum tentoon te stellen. Of je wordt geweigerd en krijgt bevestiging dat je eigenlijk toch niet zo slecht bent als je denkt.Voor het geld hoef je het overigens niet te doen: MOBA hanteert een maximumbudget van 6,5 dollar (zo'n zes euro) per werk - al kan dat bedrag wel eens oplopen voor een exceptioneel werk. De enige zekerheid die je als schenker hebt, is de belofte dat ze het werk nooit zullen teruggeven. In de meeste gevallen een hele opluchting.The Museum Of Bad Art krijgt van kunstliefhebbers vaak de kritiek spottend en anti-kunst te zijn. Nochtans hameren de medewerkers erop mensen aan te zetten om onbevreesd kunst te maken, ongeacht de aanwezigheid van enig talent. 'Wij zijn er om het recht op falen toe te juichen,' aldus Marie Jackson. MOBA groeide uit tot een must see voor wie houdt van slechte smaak. Het gastenboek loopt over van vurige bewondering. 'De collectie is verontrustend, en toch moét ik ernaar kijken. Net als bij een verschrikkelijk auto-ongeluk,' schrijft iemand. Ook kunstcritici kunnen niet langer om het museum heen. Kunststudenten worden ernaartoe gesleurd - om hun zelfvertrouwen op te krikken? -, professoren en onderzoekers analyseren het hoe en waarom, The New York Times wijdt artikels aan de neo-primitieve werken. Hoe niche het museum ook lijkt, het is méér dan een grap. Het is een ode aan het falen, een welkome troost in tijden waarin perfectie heerst. MOBA levert bovendien ook al dan niet bewust kritiek op de kunstwereld, die steeds meer neigt naar een op geld beluste megabusiness. Wie het museum bezoekt, doet dat meestal om te lachen. Maar misschien is dat net hun verdienste: ze weigeren mee te gaan in saaiheid. Of het nu ontroering of walging is: de werken in het MOBA roepen emoties op. Iets wat veel mensen niet ervaren in de gangbare musea.'Is dit een grap?' staat op hun website te lezen in de FAQ-sectie. Hun antwoord vat het misschien nog het best samen: 'Dit instituut werkt lang en hard om het beste museum voor slechte kunst ter wereld uit te bouwen. We nemen onze missie erg serieus. Eerlijk gezegd zijn we gechoqueerd en verontwaardigd door uw spottende insinuatie.'