Het meisje dat in Iedereen beroemd illustraties maakt bij de herinneringen van gewone mensen: zo kent u Sassafras De Bruyn. Wat u misschien niet weet, is dat haar werk door kinderen op alle continenten gelezen wordt. Portret van een stil fenomeen. 'Eén week: langer houd ik het niet vol zonder tekenen.'
...

Het meisje dat in Iedereen beroemd illustraties maakt bij de herinneringen van gewone mensen: zo kent u Sassafras De Bruyn. Wat u misschien niet weet, is dat haar werk door kinderen op alle continenten gelezen wordt. Portret van een stil fenomeen. 'Eén week: langer houd ik het niet vol zonder tekenen.'Lees hier de rest van de beste Knack Focus-verhalen uit 2018.In de roman Mr Gwyn van Alessandro Baricco laat schrijver Jasper Gwyn als een kunstschilder mensen in zijn atelier poseren. Naakt, weken aan een stuk. Het resultaat is een portret in woorden, dat enkel door de persoon in kwestie mag worden gelezen. 'O, dat klinkt herkenbaar', zegt Sassafras De Bruyn (27). 'Bij mij mogen ze hun kleren aanhouden. Maar beter ook, het blijft televisie.' Sinds enkele weken is het tweede seizoen van De mooiste herinnering op tv te zien. Elke dinsdag, in Iedereen beroemd op Eén. Net als Jasper Gwyn maakt De Bruyn daarin portretten van gewone mensen met een ongewoon verhaal. Ze schrijft niet, ze tekent. Met warme, melancholische kleuren in een haast gewijde stilte. Mohammed was een van de mensen die ze portretteerde, een jongen uit Afghanistan met heimwee en een liefde voor karate. Nele ook, die haar overleden grootvader mist. Vasanti, een Zuid-Afrikaanse die op de bus de liefde van haar leven ontmoette en hem veel te snel weer kwijtspeelde. 'In veel mooiste herinneringen zit het verdriet al vervat', zegt De Bruyn. 'Blijkbaar kan geluk niet zonder pijn of vergankelijkheid.' De meeste geportretteerden gaan gelouterd naar buiten. Blij dat ze hun herinnering nog eens tot leven hebben kunnen wekken, door erover te praten. 'De opstelling heeft een therapeutisch karakter: ik met rechte rug aan mijn bureau, zij voor me in een comfortabele stoel. Maar zelf ben ik ook al dikwijls ontroerd.' Mr Gwyn wil de mensen van wie hij een portret schrijft 'thuisbrengen'. Sassafras De Bruyn: Ik wil het gevoel tekenen dat tussen hun woorden zweeft. Het is niet mijn ambitie om concreet te zijn, ik werk liever op een abstracter, symbolisch niveau. Sommigen zien er zelfs verwijzingen in die ik er niet bewust ingestoken heb. Allemaal goed voor mij. In de roman van Baricco zoekt de portretschrijver lang naar een atelier, een oude timmerplaats met vochtplekken op de muren. Hij laat een soundtrack en gloeilampen op maat maken. De Bruyn: Zo ver gaat het bij mij niet, maar ik begrijp het gevoel helemaal. Mijn rubriek wordt opgenomen in het atelier van Stien Bekaert, een kunstenares uit Ledeberg. Een warme plek zonder vochtplekken. Ik leg geen muziek op, maar ik breng wel enkele accenten in de ruimte aan. Een tekening aan de muur, potjes en potloden op de vloer en op mijn werktafel. Dat heb ik nodig om in de juiste mentale zone te raken. Mr Gwyn legt zichzelf een dwingende voorwaarde op: hij mag geen woord wisselen met zijn onderwerp. De Bruyn: Ik probeer ook zo weinig mogelijk te zeggen. Voor de opname praat ik even met de man of vrouw die in de stoel voor me zal plaatsnemen. Maar zodra ik begin te tekenen stel ik het liefst geen vragen meer. Ze moeten hun herinnering zo natuurlijk en eerlijk mogelijk onder woorden brengen. Alleen als ze stilvallen of als ik nog wat meer informatie nodig heb, stel ik enkele korte vragen. *** Op de salontafel van het herenhuis waar De Bruyn met haar vriend woont liggen vier lychees in een schaaltje. In de boekenkast is Het kapitaal van Karl Marx omringd door naslagwerken over mode en jazz. Op de piano die de tekenares eerder deze week gratis op internet vond, ligt de schedel van een reptiel. Een krokodil, denk ik. In de gang heb ik toen ik binnenkwam een ets van een nors kijkende Beethoven gezien. 'Mensen hebben mij altijd al een rare gevonden', zegt De Bruyn. 'Het begon al in de lagere school. Ik was een stil kind, kroop liever weg in mijn fantasie. Er kwamen altijd te veel impulsen op me af.' Eens thuis las ze verhalen of tekende ze. Op de achtergrond speelde klassieke muziek. Chet Baker kon ook. Jimi Hendrix, in een uitbundige bui. 'Ik ben geen prater. Van nature luister ik liever. Daarom teken ik zo graag: met verf en potlood kan ik me beter uitdrukken dan met woorden. Ik vind het heerlijk als ik uren aan een stuk kan tekenen. In stilte, alleen. Dan verlies ik de tijd compleet uit het oog en kan ik uren zonder eten of drinken.' Weemoed en verstilling vormen de onderlaag van al haar werk. 'Of ik het wil of niet, die twee aspecten komen inderdaad altijd terug. Maar ik probeer erover te waken dat er ook voldoende licht of speelsheid binnenglipt.' ***Geheel onbeslagen komt De Bruyn bij De mooiste herinnering niet op het ijs. Telkens krijgt ze een dag voordien een audio-opname van het verhaal. Dan denkt ze na en bladert ze door oude fotoboeken. Met een duidelijk plan in het hoofd gaat ze voor de camera's zitten. 'De essentie van elk verhaal is meestal tot een zin terug te brengen. Díé zin probeer ik te tekenen.' De kleuren liggen dan al vast. 'De kleur zie ik als eerste in mijn hoofd, sneller dan concrete vormen. Eerst vaag maar daarna steeds duidelijker, zoals een foto die in een donkere kamer ontwikkeld wordt. Aan elk gevoel kleeft een andere kleur. Geel of oranje voor een speelse herinnering, groen of blauw voor een melancholische, felrood voor heftige emoties.' Voorbereiding en tekenen zijn slechts een opstapje naar de werkelijke kwelling: de overdracht van de getekende herinnering. 'Pas dan begint de tekening te leven, vind ik, als de mensen ze in handen krijgen. In het begin had ik echt schrik voor hun reacties. Ik was bang dat ze zich niet in mijn tekening zouden herkennen. Wie ben ik om hun herinneringen vorm te geven? Gaandeweg zag ik in dat het waardevol is. Nu ben ik alleen nog zenuwachtig omdat ik iets moet zeggen, als afscheid, terwijl de camera loopt. De klankman zegt altijd dat hij mijn hart steeds luider hoort bonzen naarmate dat moment nadert.' Achteraf steken er meestal lovende woorden in de mailbox. Ontevreden reacties heeft ze nog niet gekregen. 'Maar zelf ben ik niet altijd voldaan. Sowieso ben ik perfectionistisch ingesteld. Ik heb altijd moeite om te stoppen, in mijn ogen is een tekening nooit af.' Ook de verzoekjes van onbekenden stromen binnen. 'Een paar keer ben ik erop ingegaan, maar intussen heb ik het er te druk voor. Het waren ook steeds harde verhalen. Een man die op sterven lag en nog een laatste souvenir voor zijn gezin wilde, bijvoorbeeld. Geen tekening die je een-twee-drie uit je mouw schudt.' Onlangs werd ze voor het eerst op straat herkend. 'Het was goed bedoeld, maar ik voelde me er heel ongemakkelijk bij.' Voor haar schoonfamilie is ze al een tijdje 'het meisje van tv'. 'Op familiefeesten overstelpen ze me sinds een jaar met vragen. Nog iedere keer word ik rood als een tomaat. Ik sta gewoon niet graag in de aandacht. Maar voor alle duidelijkheid: dit is allemaal geweldig. Als kind had ik dit nooit durven te dromen.' ***Een eigen mooiste herinnering zou De Bruyn niet zomaar kunnen tekenen. 'Ik zou totaal niet weten welk moment ik zou willen kiezen. Over en voor anderen tekenen is veel gemakkelijker dan over mezelf.' De Bruyns jeugdherinneringen spelen in Bever, een dorpje bij Geraardsbergen, op de taalgrens tussen Lessen en Edingen, twee vergeten parels. Vader maakt viola da gamba's, barokke strijkinstrumenten die overeenkomsten vertonen met cello's, moeder keramiek. Grootvader is Wieland Kuijken, wiens broer Sigiswald bekend is van het barokorkest La Petite Bande. Als kind al was De Bruyn verzot op boeken. Vooral de duistere verhalen bleven hangen, de magische prenten met een sinister randje. Een onderwerp voor de spreekbeurt 'Wat wil je later worden?' had ze snel gevonden. Tekenaar, wat anders? Ze studeerde Grieks-Latijn, won op haar zeventiende een internationale vertaalwedstrijd van teksten van Cicero en de Junior Journalistenwedstrijd van het Davidsfonds, met een verhaal over een eenzame setbouwer. Spice Girls? Tamagotchi? Bacardi Breezer? Nee, dank je. *** De Bruyn staat op, gaat op de tippen van de tenen voor haar boekenkast staan en haalt er Cleo uit, een kinderboek dat ze drie jaar geleden maakte. 'Dit is een Arabische versie', zegt ze. 'Vorig jaar verschenen.' Ook in Duitsland, China, Zuid-Afrika en Mexico kwam het uit. 'Een gek idee, dat kinderen op alle continenten mijn boek gelezen hebben. Moeilijk te vatten.' Momenteel legt ze de laatste hand aan twee nieuwe titels. Prins, ik zal je vinden wordt een kinderboek over een Arabische prinses. De jager en zijn hond een prentenboek geïnspireerd op de schilderijen van Pieter Bruegel de Oude, straks 450 jaar gestorven. Beide boeken verschijnen dit voorjaar. 'Maar daarmee houdt het niet op. Er staan alweer enkele nieuwe boeken op stapel.' De langste periode zonder tekenen? Eén week, tijdens een vakantie in Portugal vorige herfst. 'Langer houd ik het niet vol.' Ik zeg dat een ander boek van Alessandro Baricco, Zijde, prachtig is heruitgegeven met tekeningen van de Française Rébecca Dautremer. De Bruyn kent het boek, bewondert het werk van Dautremer, en stuurt me twee dagen na ons gesprek een lijstje met romans die zij graag met tekeningen zou verrijken: Ronja de roversdochter of De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren; de Odyssee van Homeros; In de ban van de Ring van Tolkien en de MaddAddam-trilogie van Margaret Atwood. *** In het herenhuis blijven de lychees onaangeroerd. Een vriend van me kocht vier jaar geleden een tekening van jou. Toen betaalde hij er vijftig euro voor. Wat zou ze hem vandaag kosten? De Bruyn: Als ik het me goed herinner, was dat een vrij kleine tekening? Nu zou ik er minstens het dubbele voor vragen. En dan hou ik er nog bijna niets aan over. Vroeger vond ik dat moeilijk, mijn prijzen bepalen. Op school kregen we ook te weinig informatie over de zakelijke kant van dit vak. Eén gastles in het laatste jaar, dat was het. En die spreker zegde dan nog ziek af ook. Ben je zelf verrast dat je van tekenen kunt leven? De Bruyn: Nog elke dag. Als kind tekent iedereen, maar de meesten stoppen ermee nog voor ze twaalf zijn. Als je het zo bekijkt, ben ik gewoon twaalf gebleven. Je hebt enkele jaren in een schoenenwinkel gewerkt. De Bruyn: Deeltijds, en daar heb ik veel opgestoken. Het was hard werk, dat me verplichtte om onder de mensen te komen, en het gaf me een inkijk in een leven dat ik ook had kunnen leiden. Onrechtstreeks gaf het me zelfs inspiratie. De winkel was in Geraardsbergen. Op de trein ernaartoe tekende ik het ene schriftje na het andere vol. Landschappen, maar vooral andere reizigers die ik stiekem portretteerde. Daar heb je je opvolger voor De mooiste herinnering al. De Bruyn: O, ja! Maar dan wil ik bij elke persoon wel zelf een fictief verhaal verzinnen. Zoals die man uit dat boek. Mr... Hoe heet hij ook alweer?'