Volstaat het kijken naar kunst en het leven om echt iets te zien? Ik neem de proef op de som bij de Boghossianstichting in de prachtig gerestaureerde art-deco-Villa Empain in Brussel - als ik op mijn bek ga, dan het liefst in een mooi decor.
...

Volstaat het kijken naar kunst en het leven om echt iets te zien? Ik neem de proef op de som bij de Boghossianstichting in de prachtig gerestaureerde art-deco-Villa Empain in Brussel - als ik op mijn bek ga, dan het liefst in een mooi decor. Het duurt niet lang of mijn manier van kijken schiet tekort. Op de marmeren vloer in de centrale hal ligt een gele deken. Vergroeid als ik ben met museale gedragscodes durf ik geen tip van de sluier op te lichten, hoewel ik denk te weten wat eronder ligt: een historische foto van een Weense stadsscène in 1938 waarin Joodse burgers op hun knieën de straatstenen schrobben. Wat ik niet weet, is dat Gustav Metzger (90), een onlangs overleden kunstenaar van Pools-Joodse origine, dat gele deken daar had laten leggen met de bedoeling dat ik eronder zou kruipen, en zo in eenzelfde houding zou belanden als de vernederde mensen. Als ik de titel van het werk had gelezen, had dat mijn schroom kunnen wegnemen: To Crawl Into - Anschlus, Vienna, March 1938. Alleen toekijken volstaat niet altijd om ook iets te zien. Ik besluit om bij elk werk op de expo Ways of Seeing eerst goed na te gaan welke houding de kunstenaar precies van me verlangt. Door de hal weerklinkt een stem die voortdurend herhaalt: 'Als ik naar de bliksem kijk, slaat hij nooit in. Als ik wegkijk, wel.' Een vrouw zit in een stilstaande auto langs de weg, gefilmd door Paul en Marlene Kos (Lightning). Ik zie de bliksem verscheidene keren inslaan, want ik kijk niet weg. Toch doet hij dat ook een keer niet terwijl de vrouw wegkijkt en zegt dat hij wel weer inslaat. Een wijze les: we nemen bijna wetmatig aan dat wonderen achter onze rug gebeuren, al is er niet noodzakelijk iets aan de hand. Een hartverscheurende schreeuw doet me de trappen op lopen. Ik beland in een lege zaal. Aan een muur hangt een getypte boodschap, afgeschermd door twee paaltjes met een koord ertussen. Ik lees dat de directie van het Reina Sofia museum in Madrid in 2008 aan de kunstenaar James Webb de toelating verleent om het personeel op geregelde tijdstippen een schreeuw (Scream) te laten geven in de zaal met de Guernica het schilderij met Picasso's universele aanklacht tegen oorlogsgeweld. Dat beroemde doek is zo ontelbare keren afgebeeld dat het in ons visuele geheugen gegrift staat en we er misschien nog weinig bij voelen wanneer we ervoor staan. Een onverwachte schreeuw maakt dat we de Guernica even in al zijn hevigheid ervaren - zelfs in Villa Empain, waar het schilderij niet hangt.In Ways of Seeing doen 26 kunstenaars ons met al dan niet eenvoudige knepen afvragen of we wel weten wat we zien wanneer we kijken. Een doek als Much Again, geschilderd en geborduurd door Ghada Amer, is niet moeilijk te lezen als een heerlijke pastiche op de drippings van Jackson Pollock. De geborduurde naakte vrouwen, een plaagstoot tegen het machismo bij Pollocks generatie, zijn er minder makkelijk op te ontdekken. Bij de video's van Shana Moulton geef ik het ontcijferen helemaal op. Ik word overspoeld door digitale beeldmetamorfoses: hallucinaties van een vrouw onder invloed van haar huishoudelijke producten. Dit is je reinste supersurrealisme, met respect voor een stamvader die ook in de expo zit. Les yeux surréalistes van Salvador Dali is een bronzen beeld met 26 ogen, zowat evenveel als nodig om de beelden van zijn jonge volgelinge te vatten. Mona Hatoum maakte dan weer een vrouwelijke tegenhanger van een surrealistisch schoolvoorbeeld. Bracht Man Ray in 1921 koperen nagels aan op de zool van een strijkijzer, dan heeft zij nu de gaatjes in een vergiet gedicht met stalen schroeven. We kunnen zulke dingen bekijken zoals we willen, gebruiken kunnen we ze niet, hoewel ze daartoe uitnodigen.