Parade, de vlag waaronder Koenraad Tinels nieuwste tentoonstelling vaart, is zowel metaforisch als letterlijk te nemen. Terwijl hij ons rondleidt, gaat Tinel in de schermhouding staan: 'Wanneer jij mij aanvalt, en ik weer dat af: dat heet in schermjargon "parade". Wel, dat afweren, dat is wat je hier ziet.' Hij loopt langs een indrukwekkende stoet van liefst 18 beelden, getiteld, wel ja, Stoet. Voorop een reusachtige hond, die dan wel uit ijzer en gips is gemaakt, maar toch echt lijkt te leven: spieren strak als een veer, elk moment, zo verwacht de toeschouwer, kan een oorverdovend geblaf losbarsten. 'Deze stoet heb ik in vijf maanden tijd gemaakt, in volle coronacrisis. Ik was daar wel bang voor, voor die corona. Het deed me denken aan de plagen uit de middeleeuwen, aan de verschrikkingen van de pest, aan lege straten en angst. En te midden van die angst en die leegte: optochten van bedelaars en kreupelen, misvormden, verstotenen, die zingend en jankend en trommelend door en rond de steden trokken om de pest te bezweren.'
...

Parade, de vlag waaronder Koenraad Tinels nieuwste tentoonstelling vaart, is zowel metaforisch als letterlijk te nemen. Terwijl hij ons rondleidt, gaat Tinel in de schermhouding staan: 'Wanneer jij mij aanvalt, en ik weer dat af: dat heet in schermjargon "parade". Wel, dat afweren, dat is wat je hier ziet.' Hij loopt langs een indrukwekkende stoet van liefst 18 beelden, getiteld, wel ja, Stoet. Voorop een reusachtige hond, die dan wel uit ijzer en gips is gemaakt, maar toch echt lijkt te leven: spieren strak als een veer, elk moment, zo verwacht de toeschouwer, kan een oorverdovend geblaf losbarsten. 'Deze stoet heb ik in vijf maanden tijd gemaakt, in volle coronacrisis. Ik was daar wel bang voor, voor die corona. Het deed me denken aan de plagen uit de middeleeuwen, aan de verschrikkingen van de pest, aan lege straten en angst. En te midden van die angst en die leegte: optochten van bedelaars en kreupelen, misvormden, verstotenen, die zingend en jankend en trommelend door en rond de steden trokken om de pest te bezweren.'In de parade van Tinel trekken creaturen op die het midden houden tussen mens en beest. Een zeemonster (familie van Charon?) die een vogel verscheurt, kraaienkoppen met helmen op, een reus wiens kop gemaakt lijkt uit de onderkaak van een koe. Gruwelijk? Tinel wuift het weg. 'Het leven is verschrikkelijk, maar wij maken er het beste van. Is dat niet de rode draad door onze geschiedenis? Ik zie al wat slecht en gruwelijk is, natuurlijk. Ik heb in mijn leven veel op mijn kop gehad, dat steekt ge niet weg. Maar ik ben geen triestige mens, hè. Ik lach veel, ik zie ook wat er schoon is.' Er valt inderdaad ook tederheid op in die stoet, ja. Van ver ziet een sculptuur eruit als een ouder die een kind draagt. Nabij gekomen staart men naar een gespiest kind. Tinel, bijna verontschuldigend: 'Tjah. Wat doen mensen allemaal om hun angsten te bezweren? Mensen- en zelfs kinderoffers: bijna alle grote beschavingen hebben het gedaan.'Als voorlaatste in de stoet - toch een streep vrolijkheid - staat een muzikant. Een blijk van Tinels grote meesterschap. De handen zijn meer dan levensgroot en gemaakt van ijzer, maar zo levensecht, zo trillend van vleselijkheid. 'Met ijzer kan ik toveren, ja', zegt hij met blinkende ogen. 'Ik werk mijn beelden af met plaaster, daar kun je zeer gedetailleerd mee werken. Maar als het ijzer eronder, het skelet, niet goed gevormd is, dan kun je dat met zoveel plaaster als je wilt niet rechttrekken.' Tinel maakt poëzie van metaal, zo tonen een ragfijn beeldje in zilver en drie oude bronsjes. Vreemde creaturen, maar wel sprookjesachtiger, ronder, liever dan vele andere sculpturen die te zien zijn. Aaibaar, je zou erin willen bijten.Beklijvend zijn de acht tekeningen van coronataferelen: wachtrijen voor supermarkten, gemaskerde mensen die karretjes voortduwen. Eén tekening doet denken aan American Gothic van Grant Wood, ook al zijn thema en uitvoering totaal verschillend.De tentoonstelling begint niet met Stoet, maar wel met Meisje met hazenlip. Bezwoer Tinel met Stoet corona- en pestvisioenen, met Meisje met hazenlip, dat bestaat uit twee beelden, bezweert hij interne demonen. 'Dit heb ik gemaakt naar een droom die ik lang geleden heb gehad en waar ik aan blijf denken. Ik droomde dat ik, gekleed in een militair uniform, een meisje met een geschonden gezicht, met een hazenlip, vast heb. Ik bescherm haar tegen lege bommenhulzen die uit de lucht vallen, gedropt door oorlogsvliegtuigen en die kletterend op de grond neerkomen. Dromen zijn meestal vaag, maar dit was zo concreet, zo afgelijnd. Ik heb dat nooit kunnen loslaten.' Tinel had het eerder over op zijn kop krijgen in het leven. Zijn kindertijd was daar niet gering aan: als zesjarige sloeg hij in 1944 op de vlucht uit België, naar Duitsland, mee met zijn familie die te boek stond als collaborateurs. Beelden van Duitse steden in de hens, het kabaal van bombardementen, het snijdende beeld van honderden gehavende soldaten die laveloos door kapotgeschoten steden zwalpten: het heeft hem getekend. Ook Meisje met de hazenlip lijkt te wortelen in die tijd.Naast die zware kindertijd zijn oerverhalen een rode draad door Tinels werk. Zijn overzichtstentoonstelling vorig jaar op drie locaties in Gent, die ruim 53.000 bezoekers trok, was gebaseerd op Udsjuen, het gelijknamige oerverhaal van de Siberische Jakoeten. Voor deze tentoonstelling liet Tinel zich inspireren door het verhaal van Enkidu en Gilgamesh. 'Ik heb Enkidu en Gilgamesh leren kennen dankzij David Van Reybrouck. Het is een van de oudste neergeschreven verhalen en stamt wellicht uit Sumer, een beschaving uit het zuiden van Mesopotamië. Gilgamesh was de vijfde koning van de stad Uruk en regeerde zo'n 2600 jaar voor Christus. Dat moet een fenomenale vent geweest zijn: sterker, slimmer en knapper dan iedereen. Een goede koning, waar iedereen zot van was, maar ook een bruut: zo eiste hij elke vrouw op die huwde. Enkidu was een mythisch wezen dat in de woestijn leefde, tussen de dieren. Omdat Gilgamesh het te bont maakte, brachten enkele notabelen Enkidu naar de stad - in de hoop dat hij hem zou kunnen kalmeren. Net voor Gilgamesh een huis zou binnenstappen om de bruid te gaan opeisen, werd hij tegengehouden door Enkidu.' Dat moment, waarbij twee mythologische creaturen tegenover elkaar staan, heeft Tinel uitgebeeld in Fight. Het is ook een duo beelden en - naast Meisje met Hazenlip en Stoet - de derde beeldengroep die de ruggengraat vormen van deze tentoonstelling. Gilgamesh, indrukwekkend en met handen zo groot als kolenschoppen, straalt zowel vechtlust als overgave uit. 'Na dat gevecht', vertelt Tinel, 'zijn het bloedbroeders geworden. ''t Is een wreed schoon verhaal.' Ook het gevecht heeft Tinel uitgebeeld, in een kleiner, levendig sculptuur.Oerverhalen, bezwering en donkere dromen, met geutjes tederheid en speelsheid: Parade is vintage Tinel en een evocatie van de onstuitbare energie van de kunstenaar. 86 is hij ondertussen, vorig jaar kampte hij nog met een pijnlijke schouderblessure waarvan de dokter vreesde dat hij maanden lang zou moeten revalideren. En kijk: alle achttien beelden uit Stoet maakte hij in vijf maanden tijd. Daarbovenop kwamen Gilgamesh en Enkidu en Het Meisje met de hazenlip, enkele kleinere sculpturen en tientallen tekeningen. Treffend voor 's mans oudtestamentische scheppingsdrang is De ontvoering van Europa, zijn gigantische ode aan Europa. Dat beeld van 9 meter hoog, 3 meter breed en 8 meter lang staat buiten en dwingt zelfs de enorme hallen van Gare Maritime tot nederigheid. Vergeet na het vergapen uw mondmasker niet recht te trekken.