Tot aan haar middel begraven in een gruishoop, maakt Winnie er het beste van. Het nabootsen van banale dagelijkse rituelen is haar recept om te overleven. De koningin van het zelfbedrog slaagt er bijna in om zich haar ellendige tijd in de woestijn in te beelden als Happy Days.
...

Tot aan haar middel begraven in een gruishoop, maakt Winnie er het beste van. Het nabootsen van banale dagelijkse rituelen is haar recept om te overleven. De koningin van het zelfbedrog slaagt er bijna in om zich haar ellendige tijd in de woestijn in te beelden als Happy Days. Ze hoort bij het gelijknamige stuk uit 1961 van Samuel Beckett, die zelf voor de Franse vertaling zorgde: Oh les beaux jours. De kunstmatige stad Louvain-la-Neuve, in 1970 haastig opgetrokken om er de uit Leuven verdreven Franstalige universiteitsgemeenschap onder te brengen, herkende zichzelf in de situatie uit het toneelstuk en gaf zijn negende kunstbiënnale dezelfde titel.Oh les beaux jours! speelt zich vooral af in de Biéreau-wijk, een woestijn van auditoria, appartementen, broodjeszaken en serres. Ze vormen eendere clusters, verbonden door pleinen en straatjes met overdekte gaanderijen. Blokkendozenarchitectuur in grijs en bruin. Alleen de witte gestalte van het nieuwe Musée L verrijst monumentaal aan de Place des Sciences. Op gezette tijden vullen drommen studenten, onderweg naar of terugkerend van de lessen, de straten, die voor de rest leeg blijven. Hoewel een buitenstaander vrijelijk in en uit alle universitaire gebouwen kan lopen, voelt hij zich licht opgesloten in dit labyrint, zoals Winnie in haar gruishoop. Waar is de uitweg? Ik verzin niets. In het videoprogramma, buiten op een grote muur van de Place des Sciences, vergaat het de vrouw uit de video van Alain Bourges (Le point de vue du voyeur) ook zo. Ze wordt paranoïde van haar wandeling door Louvain-la-Neuve, waant zich bedreigd door ogen die haar doordringend aanstaren, en wil maar kan niet weg. Luc Tuymans heeft een oog voor dat soort onherbergzaamheid. Op een van de kale buitenmuren van de stadsdoolhof hangt een afdruk van zijn schilderij Nigeria. Uit een pak monochrome kleurzones wordt een maanlandschap herkenbaar, in feite een verlaten zilvermijn in Nigeria, waarvan de kunstenaar een foto in de krant aantrof. Winnie had daar kunnen zitten, of anders op de bank in de lege hal van het lesgebouw Sainte-Barbe, starend in de lichtbak boven haar hoofd. Kunstenaar Pierre-Pol Lecouturier associeert het ding met publiciteit, lichttherapie en televisie, maar hield de bak leeg. Een meditatiescherm? Het sterke kunstlicht verblindt de ogen. De biënnale huldigt de 'esthetiek van de beschikbare middelen'. Die bleken vooral toereikend om op buitenmuren kunst te tonen in plaats van publiciteitspanelen. De kunstenaars namen de middelen maar niet het doel van reclamemakers over: ze produceerden efficiënte beelden zonder het oogmerk om te verkopen. Harold Ancart deed dat aan de hand van een paneel van een exotisch paradijs met een palmboom op het strand aan een turkooizen zee, maar bederft de pret door sporen van een brand aan te brengen op dit van het internet geplukte idyllebeeld. Sébastien Reuzé wilde overal waar hij kon in deze grijze omgeving het beeld van een grote gele zon aanbrengen. Wellicht beperkt door de esthetiek van de beschikbare middelen, hield hij het bij één enkele zon, passend in een rond raam dat uitgeeft op de Place Sainte-Barbe. Maar hoe hij verkleumde harten verwarmt! De Winnies onder de kunstenaars brachten een illusie van kleur in de dieptreurige stadswoestijn Louvain-la-Neuve. Daniel Buren, de oudste in jaren, gaf het voorbeeld en liet studenten overal in de stad zonder toelating van de overheid Affiches sauvages plakken. Zo herhaalden ze zijn eigen actie van mei 1968 in Parijs. En inderdaad, de affiches met kleurige streepjesmotieven doen aan strandstoelen denken, en aan de verbleekte revolutionaire slogan 'Sous les pavés, la plage!'. De toegang is gratis.