Lees ook: Banksy in het museum, Picasso in de straat: Waarom street art niet in hokjes past.
...

Shaw werkte als projectingenieur voor een softwarebedrijf, tot een groen 'onding van een hemd' hem en zijn vrouw Shannon in 2003 in contact brachten met de toen nog onbekende Banksy. 'Een vriend nodigde me uit voor zijn veertigste verjaardagsfeestje', vertelt Shaw. 'Het beloofde een bijzondere party te worden, dus wilde ik me op de gepaste manier kleden. De dag voordien wandelde ik langs de etalage van een kledingwinkel. Er hing een groen hemd met op de rug een plastic stencil van twee mensen met gasmaskers. Een echt onding! Ik wilde het laten hangen, maar mijn vrouw overhaalde me het toch te kopen. Tijdens het feestje vroeg iemand me of het hemd misschien van Banksy kwam, een straatartiest wiens werk hij steeds vaker zag opduiken in de straten van zijn thuisstad Bristol. De dag nadien googelde ik zijn naam. Wat ik daar zag, deed mijn kater meteen wegsmelten als sneeuw voor de zon.SHAW: Ik ben een kind van het Groot-Brittannië van de jaren tachtig, de grimmige tijd van Thatcher, met een enorme werkloosheid en stakingen die het land verlamden. Uiteráárd was ik een punkfanaat. Ik weet nog hoe ik me voelde toen ik voor het eerst The Guns of Brixton van The Clash hoorde: de bliksem sloeg in, het was alsof dat nummer enkel voor mij geschreven was. Welnu: Banksy's werk had datzelfde effect op me. Het was kunst met een boodschap, iets dat niet zomaar aan een muur hing. Die gast had verdorie iets te vertéllen over de tijd waarin we leven, en hij had duidelijk de cojones om zijn beklag erover te doen. De indommelende punker in mij was plots weer klaarwakker. Wat Banksy beter kan dan wie ook, is het vatten van een complex probleem in een ogenschijnlijk simpel beeld. In plaats van tien minuten ergens over te discussiëren, kan je beter een Banksy op tafel leggen. That would do the job for you.SHAW: In 2003 kon je zijn werk nog gewoon via zijn website kopen, vaak voor een prikje. Ik besefte al snel dat we op iets bijzonders waren gestoten, iets waar nog maar weinig mensen lucht van hadden gekregen. Mijn vrouw en ik waren zo gebeten door zijn kunst, dat we zelfs onze auto's verpandden om meer van zijn stukken te kunnen kopen. Ze krijgt er nog paniekaanvallen van als ze eraan terugdenkt. (lacht) We pakten het slim aan: van alle werken kochten we twee exemplaren. Wanneer een reeks uitverkocht was, verdubbelden die in waarde. Met de opbrengsten kochten we nieuwe werken, en zo ging de bal aan het rollen. We zijn zelfs bij de bank gaan aankloppen voor een lening. Een bouwlening, zeiden we. Wat we er niet bij vertelden, is dat het ons niet om de muren zelf ging, maar om wat er op die muren geschilderd was (grinnikt).SHAW: We hebben onder meer het originele canvas van de beroemde bloemenwerper (stencil van een gemaskerde relschopper die een tuil bloemen wegsmijt, nvdr.), en de afbeelding van Kate Moss in Warholstijl. Toen ik Steve Lazarides (Banksy's Londense galerist tot 2013, en de organisator van de The Art Of Banksy-expo's, nvdr.) opzocht in zijn galerij, gaf die mijn twee dochters elk een exemplaar van Banksy's beroemde tienpondbiljet, met de beeltenis van prinses Diana. Daar zijn ze nog steeds heel blij mee. Het voordeel van onze vroege verzamelwoede was dat Banksy's entourage ons altijd als eerste op de hoogte bracht van nieuwe tentoonstellingen. Zo vlogen we in 2005 naar Palestina om zijn Santa's Ghetto-werk op de muur in de Gazastrook te bekijken, en stonden we in 2006 op de Barely Legal-expo in Los Angeles, nog vóór Brad Pitt en Christina Aguilera er binnen mochten. Daar kochten we zeldzame stencils uit zijn Rats-reeks. Voor negentig euro. Het is nog steeds onze favoriete reeks.SHAW: Zowel in Palestina als in Los Angeles heb ik veel mensen uit zijn entourage ontmoet - één van hen had zo maar even Banksy kunnen zijn. Eén ding is zeker: hij werkt met een groot team. Anders kun je niet op de schaal opereren zoals hij dat doet: evenementen als Barely Legal en zijn residentie in New York (in oktober 2013 onthulde Banksy elke dag van de maand een installatie op een andere plek in The Big Apple, nvdr.) opzetten, dat lukt niet op je eentje. Banksy is briljant, he makes great shit happen. En volgens mij is hij een strenge werkgever.SHAW: In 2009 zijn we voor het eerst naar Nieuw-Zeeland getrokken. We waren er gewoon op reis, maar werden meteen verliefd op dat land. Shannon en ik zijn allebei avontuurlijk aangelegd, dus besloten we het erop te wagen en hier een leven op te bouwen. Op dat moment ging onze vrije tijd toch al op aan street-arttentoonstellingen, toen nog in de noordelijke hemisfeer. 'Dat kunnen wij ook,' bedachten we, 'maar laten we het dan in de zuidelijke helft van de aardbol doen.' In 2011, toen we al shows hadden gedaan in Nelson, Adelaide en Sydney, legde een aardbeving Christchurch in de as. Van de ene dag op de andere waren er geen bars meer, geen restaurants, geen cinema's - álles was weg. In de hoop Christchurch weer wat kleur te geven, vroegen de mensen van het stadsbestuur ons of we interesse hadden om bij hen iets te organiseren. Wat bleek: die verwoeste stad is een prachtig canvas voor straatkunst. Christchurch is ongelofelijk, alsof je een filmscène binnenwandelt. Wat we hier proberen te doen, is een magneet creëren voor de beste straatkunstenaars. En dat is nog aardig aan het lukken ook. Geen idee hoe dat komt. Misschien willen die artiesten gewoon een gratis tripje naar Nieuw-Zeeland. Kan altijd. (lacht). Dieter Moeyaert