Kranig doorwerken op je negentigste is één ding, dan pas internationale erkenning genieten een ander. Geta Bratescu windt er zich niet over op. Zestig jaar kunst maken in de schaduw is wel iets voor speciale karakters, denkt u? De Roemeense heeft een gewoon karakter, en dat is dan weer iets heel speciaals in de kunstwereld.

Ze zei: 'Ik bracht een hele poos in afzondering door in mijn atelier. Ik had een gezin. Ik bracht mijn zoon groot. Ik had geen tijd om uit te gaan met mijn collega's. Ik was niet ondergedompeld in de kunstwereld (...) Dat gaf me tijd en rust. Ik bemoeide me met mijn eigen zaakjes.' Het enige wat ze nodig heeft, is iets om mee te tekenen. Dan gaat een wereld open.

Bratescu tekent met pen of potlood maar ook met een schaar, ijsstokjes, handtasriemen of een naaimachine. Met alles. Dat is haar mantra, dat nu overal wordt uitgebazuind: op de Biënnale van Venetië in het Roemeense paviljoen, of in het Gentse MSK bij directeur Catherine de Zegher. Die laatste toonde haar al in 2011 op de grote expo On Line in het New Yorkse MoMA, een origineel vertoog over de getekende lijn als rode draad in de ondergewaardeerde kunst van vrouwen tijdens de twintigste eeuw.

Bratescu bekijkt ook fotografie, film, dans en performance als grafische kunsten. In een filmpje uit 1978, Het atelier, paste ze die allemaal toe. Het is een kleine, woordloze levensschets van iemand die haar dagen doorbrengt tussen de vier muren van een atelier waar ook een kookpot en een veldbed staat.

Het lijkt alsof ze nooit helemaal ontwaakt, zoals ze van bij het opstaan in een soort trance lijnen begint te tekenen, figuren aan te kleden, rondjes te draaien en handjeklap te doen met een denkbeeldige partner. Ze legt magnetische schijven op de grond en gebruikt ze als stapstenen voor een korte wandeling in de rondte.

Is het dag of nacht? Het raam kijkt uit op een donkere boom. Ze tilt haar hemd tot boven haar hoofd, voert een blindendans uit en vouwt een betekend leporelloboekje open en dicht, als een accordeonmuziekje zonder geluid.

De elementaire zelfverkenning vindt plaats in de eenzame afzondering van het atelier, het had ook een gevangeniscel kunnen zijn. Een groot deel van haar carrière bracht Bratescu door onder het communistische regime, terwijl ze naar het oude Roemenië terugverlangde. In 1945 werd ze uit de kunstschool van Boekarest geweerd omdat haar ouders tot de hogere bourgeoisie behoorden.

Bratescu tekent met pen of potlood maar ook met een schaar, ijsstokjes, handtasriemen of een naaimachine. Met alles. Dat is haar mantra, dat nu overal wordt uitgebazuind.

Later, toen ze kunsten en letteren ging studeren aan de universiteit, kreeg ze een eigen atelier, eerst van de staat en later van de kunstenaarsunie. In de jaren zeventig blies er een hervormingsgezinde wind. Bratescu kon ongestoord experimenteren, werd artdirector bij een artistiek en literair tijdschrift.

Bratescu heeft vele pijlen op haar boog. Ze kan onder andere tekenen met de ogen dicht, zoals in haar reeks van koddige schimmen (Himere) van een onbekende soort. Ze maakt collages van vezelige, abstracte figuren, bestreken met zachte kleuren in temperverf (Inventaris). Ze maakt rafelige wandtapijtjes met aaneengenaaide restjes stof die de monumentaliteit bezitten van ruïneuze muren of stukgeschoten voorhangen in het paleis van een keizerin (Vestiges).

En ze heeft meesterwerkjes gemaakt, geïnspireerd door de mythische moederfiguur van Medea, die haar kinderen vermoordde om zich te wreken op haar ontrouwe echtgenoot. Bratescu tekende haar met de naaimachine in een zee van gestroomlijnde draden. Daaruit verrijst een onkennelijk gezicht dat al de woede van een diep beledigde vrouw bevat.

Geta Bratescu: Een atelier voor jezelf. Tot 14 januari 2018 in MSK, Gent. Meer info vindt u hier.