Lees ook: Cartas da guerra: zeemzoete liefdesbrieven in zwart-wit.
...

'Ik ben meer geïnteresseerd in wat er in het hoofd van mijn personages omgaat dan in het beschrijven van wat er met hen gebeurt.' In Cartas da Guerra, Ivo Ferreira's derde langspeelfilm, onthult de regisseur van onder meer Águas Mil (2009) de meest intieme gedachten en verlangens van twee personages die zichzelf met woorden uit een zware periode van afzondering moeten zien te schrijven. Het scenario is gebaseerd op de liefdesbrieven die de Portugese auteur António Lobo Antunes (Miguel Nunes) in de jaren zeventig naar zijn echtgenote Maria José (Margarida Vila-Nova) schreef, terwijl hij zijn legerdienst uitdeed in de Portugese Koloniale Oorlog in Angola. 'Op het moment dat Lobo Antunes te horen kreeg dat hij naar het front moest vertrekken, was hij net getrouwd met Maria José, die toen ook juist zwanger was van hun eerste dochter', vertelt Ferreira. 'Eenmaal aangekomen in Angola, schreef hij haar op dagelijkse basis liefdesbrieven. Toen Maria José op het einde van de jaren negentig te horen kreeg dat ze ziek was, besloot ze die verzameling brieven aan haar dochters te schenken, en hen de vrijheid te laten ze al dan niet te publiceren.Wat greep u zo aan in het liefdesverhaal van dit echtpaar?FERREIRA: Lobo Antunes slaagt erin de kracht van de liefde op zo'n tastbare manier weer te geven in zijn brieven dat ik erdoor meegesleept werd. Zelfs wanneer ik het er nu nog met hem over heb, kan ik die hartstocht vóélen. Mijn grootste doel was om via die brieven de kracht van Maria José en van haar relatie met Lobo Antunes in de film tastbaar te maken en dat gevoel over te brengen naar al wie hem bekijkt. In Cartas de Guerra detecteert Ferreira ook de onderliggende trauma's van zijn vaderland. Hij vertelt dat het 'zelfs nu nog een groot taboe is om over de oorlog in Angola te praten met zij die er hebben gediend'. Door voorrang te geven aan het evoceren van liefde in tijden van een woekerende oorlog, wil hij op een subtiele manier een lans breken voor het bespreekbaar maken van die akelige episode uit de Portugese geschiedenis. Het is met een hypnotiserende, poëtische stem dat Ferreira de dagelijkse obstakels en het hartleed aan het front weergeeft. De dialogen zijn schaars, en de emoties alomtegenwoordig - met dank aan een meeslepende voice-over. Kan Cartas da Guerra gezien worden als een paradigma van de epistolaire film?FERREIRA: Er wordt vaak gezegd dat die voice-over overheerst in mijn film. Daar ben ik het niet mee eens. Het zijn de brieven die de film onderstutten, die de ruggengraat vormen. Dat zorgde ervoor dat het op narratief niveau een zeer veeleisende film werd. Maar dat was dan ook de uitdaging. De alomtegenwoordigheid van de brieven moet de toeschouwer doen concluderen dat het niet om een voice-over kan gaan. Ik denk dat ik het in dat opzicht wel eens ben met dat genre. Waarom koos je ervoor om van Cartas da Guerra een zwart-witfilm te maken? FERREIRA: Alle documentatie van de oorlog is in zwart-wit. Bij mijn belangrijkste bronnen waren foto's die de soldaten indertijd zelf genomen hadden. Dat zorgde ervoor dat ik onvermijdelijk over dit verhaal nadacht in zwart-wit. Eigenlijk heb ik het niet zo voor esthetiserende oefeningen wat de cinematografie betreft, dus wilde ik zwart-wit in eerste instantie vermijden. Maar net voor we begonnen te draaien, werd ik overvallen door een plotse druk. Ik voelde de druk om dat liefdesverhaal, net als de geschiedenis van mijn land en zijn volk, te overstijgen. Alles werd zo belangrijk dat ik daar ergens te midden als het ware ophield te bestaan. Ik was verloren en had een filter nodig die tegelijkertijd ook een pad zou zijn opdat ik de weg terug naar mijn film zou vinden. De keuze voor zwart-wit was die filter, dat pad. Op de jongste Berlinale werd Cartas da Guerra genomineerd voor een Gouden Beer, en vorige maand sleepte de film niet minder dan negen Sophia Awards - de Portugese Oscars, zeg maar - in de wacht. Daarmee bestendigt Ferreira zijn positie binnen het Portugese arthousecircuit. 'Ik ben dankbaar voor al wat mij helpt om mijn film bij het publiek te krijgen, waardoor het makkelijker wordt om mijn volgende film te kunnen uitbrengen.' En die volgende film, Hotel Império, komt er naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar al. Bij de vraag naar hoe hij de toekomst van de arthousecinema ziet, kan de regisseur niet anders dan toegeven dat hij zichzelf 'niet kan toestaan er pessimistisch over na te denken.'