In het weekblad Humo zei Bart De Wever onlangs dat hij gaat werken en zijn vrouw het huishouden regelt. Dat hij, zoals de Vlaamse traditie dat wil, niets te zeggen heeft thuis. Hij deed dat in zijn stijl, dus met hyperbolische beeldspraak. Hij zegt eigenlijk: wij zijn thuis nogal eens conservatief!

Je zou voor minder, als baas van een partij waar conservatisme in het DNA zit.

Ja, jongens, dat was niet naar wens van de progressieve tegenstanders. Sociale en gewone media haalden in allerlei commentaren en rubrieken het citaat aan. Was meneer De Wever dan ontwaakt in 1958?

Wie een inhoudelijke studie zou maken van de bijna 500 columns die ik intussen voor dit blad en De Morgen heb geschreven, zal daaruit besluiten dat ik niet meteen als rechts omschreven kan worden. Ik heb iets kunstigs gestudeerd, voor Woestijnvis en de VRT gewerkt, voor de krant geschreven die elke zichzelf respecterende persoon op de rechterzijde enkel gebruikt om transmigranten mee van de voorruit te slaan, bij de verzetsuitgeverij De Bezige Bij gepubliceerd en zo kun je nog wel even doorgaan met linkse clichés die het op Twitter goed zouden doen als munitie voor rechtse trolletjes.

'Het tegengif voor rechtse doctrine is geen linkse doctrine.'

Toch moet ik een punt maken van mijn stijgende ergernis over wat ik nu op z'n rechts de linkerzijde zal noemen.

De basis van die ergernis is een au fond nogal rechtse, want strikte en erg nauw te nemen set van principes en regels, alleen gaan ze uit van een ander ideaal. Een beter ideaal, naar mijn smaak, maar wel een dat nu op een manier wordt afgedwongen dat het me helemaal ontmoedigt en soms boos maakt.

Het lijkt wel alsof het progressieve adagio dat alles moet kunnen, vandaag vooral neerkomt op: alles moet kunnen, zolang 'alles' slaat op de erg welomlijnde concepten die op voorhand bepaald en goedgekeurd zijn.

Voor mij wil progressief zijn zeggen dat een vrouw en een man allebei mogen gaan werken, allebei ook mogen thuisblijven - gesteld dat ze dat kunnen.

Op het moment dat een uitspraak zoals die van Bart De Wever genoeg is om te zondigen, stopt het voor mij.

Het is niet omdat we ervoor moeten zorgen dat een vrouw net zo goed als een man carrière kan maken of zich kan losmaken van de zuivere moederrol dat iedereen dat ook hoeft te doen.

Het feit alleen dat ik dat moet uitleggen, is eigenlijk al erg genoeg.

En ik vermoed dat De Wever slim genoeg is om te weten dat er zulke reacties volgen op die uitspraak. Hij zegt het ook niet in het partijblad, maar op een plek waarvan hij weet dat het 'juiste' publiek het zal lezen.

Het resultaat is dat zij die zichzelf links of progressief noemen hun toortsen in de fik steken en op de protestkar kruipen.

En alle gematigde mensen die nog niet goed weten hoe of wat ze straks zullen stemmen, denken dan wat ik ook denk: bende overgevoelige onnozelaars, met jullie versmachtende vrijheidsideaal.

En dat kan volgens mij nooit de bedoeling zijn. Het tegengif voor rechtse doctrine is geen linkse doctrine, het is het gevoel dat iedereen vrij is om zijn eigen geluk na te streven in een empathisch maatschappelijk kader.

Verlies jullie niet in onnozelheden, vrienden, en laat leven.