Dit is al de derde keer dat je een schilder speelt. Heb je je roeping gemist?

Willem Dafoe: Mijn personage in Abel Ferrara's 4:44 Last Day on Earth was een schilder, en ik speelde er ook een in To Live and Die in L.A., maar die was een stuk snoder dan Vincent van Gogh. Na die film ben ik ook privé beginnen te schilderen. Ik botste wel al snel op mijn limieten. Plus: ik schilderde in grote halen, met veel olieverf, en dan heb je een atelier nodig. En tijd, die ik als acteur niet had. Ik schilderde in de stijl van mijn mentor Julian Schnabel ‒ die ik al 35 jaar ken ‒, maar dan op amateurniveau. De jongste jaren haal ik mijn penselen enkel nog boven als ik ruzie heb met mijn regisseur of mijn vrouw. 'Kruip in je hoek en ga schilderen', roept ze dan. En dat helpt. Voor ons allebei. (lacht)

In deze film schilder je toch ook zelf?

Dafoe:(knikt) Ik vind niet dat je maandenlang moet leven als je personage, maar als je Van Gogh speelt, moet je weten wat zijn drijfveren waren en wat zijn stijl uniek maakte. Ik heb geprobeerd om zijn snelle, neo-impressionistische stijl zo goed mogelijk onder de knie te krijgen.

Ik heb wél zelf schilderijen gemaakt voor deze film.

Schnabel zegt wel dat je hem ziet schilderen in de film en niet jij.

Dafoe: Toch heb ik verschillende originele Dafoes gemaakt voor de film. Je kunt zeggen: wat maakt het uit wiens hand je ziet, maar voor mij was het belangrijk. Je kunt Vincent niet begrijpen zonder te weten hoe hij omging met licht, kleuren en vormen. Hij was zijn kunst. Ik heb hem altijd bewonderd. De eerste Europese stad die ik als jonge kerel bezocht, was Amsterdam, en daar heb ik toen een dag in het Van Gogh-museum doorgebracht.

Heb je de vorige biopics opnieuw bekeken?

Dafoe: Nee. Bewust. Ik heb The Life gelezen, de prima biografie van Steven W. Naifeh en Gregory White Smith, en zijn brieven aan zijn broer Theo. Ik hield een notaboekje bij van alles wat ik nuttig vond om Vincent te portretteren. Dat heb ik aan Julian gegeven, en daarop hebben we verder gebouwd. Julian is geen conventionele filmmaker. Hij benadert film als een schilder. Hij begint met een leeg canvas, maakt een beeld, en daaruit vloeit het volgende voort. De vorm ontstaat al doende. Dat zorgt ervoor dat je dicht bij Vincent en zijn kunst bent, op een niet-didactische manier. Julian is niet geïnteresseerd in een les kunstgeschiedenis. Hij ordent de film zo dat je als kijker zelf het verhaal kunt samenstellen. Pleegt Vincent zelfmoord of wordt hij neergeschoten door jongens die met een pistool aan het klooien zijn? De film suggereert enkel en sluit niets uit. Het is impressionisme met een camera.

Geloof je in het idee dat je moet lijden voor je kunst? Je hebt tenslotte met Lars von Trier gewerkt voor Antichrist.

Dafoe:(lacht) Lars lijdt, dat is zeker, maar niet voor zijn kunst. Zijn kunst is zijn medicijn. Dat geldt ook voor mij. Als jongeman dacht ik: je moet pijn voelen als je grote kunst wilt creëren. Ik heb ooit zelfs gebeden dat me slechte dingen zouden overkomen. Ik experimenteerde met drugs, zoals veel jongeren die hun grenzen aftasten. Maar naarmate je ouder wordt, besef je wat voor bullshit dat is. Je kunt evengoed inspiratie halen uit het positieve. Ik vier het leven nu ik besef dat het grootste deel ervan achter me ligt.

Slotvraag: waar hangt je zelfportret als Vincent?

Dafoe: Dat hebben Julian en ik samen gemaakt. Het ligt thuis, maar ik heb er nog geen plek voor gevonden. Ik vind het vreemd om een portret van mezelf in mijn living te hangen. Dat is echt een no-go voor een acteur. En voor sommige anderen zeker. (lacht)