Testen of iemand Hereditary al gezien heeft, is makkelijk. Plaats je hoofd in alle stilte naast dat van hem of haar en klak met de tong. Springt hij of zij hoog de lucht in, dan heb je prijs. Het gevaar dat de persoon in kwestie pisnijdig wordt, je een klap verkoopt of asgrauw wegloopt, is wel aanzienlijk. Niemand wordt graag herinnerd aan Hereditary, en zeker niet op die manier.
...

Testen of iemand Hereditary al gezien heeft, is makkelijk. Plaats je hoofd in alle stilte naast dat van hem of haar en klak met de tong. Springt hij of zij hoog de lucht in, dan heb je prijs. Het gevaar dat de persoon in kwestie pisnijdig wordt, je een klap verkoopt of asgrauw wegloopt, is wel aanzienlijk. Niemand wordt graag herinnerd aan Hereditary, en zeker niet op die manier. Die klakkende tong is een van de akelige gewoontes van een tienermeisje dat het door de dood van haar grootmoeder nog moeilijker heeft dan anders. Het hele gezin davert op zijn grondvesten. Vooral de moeder (Toni Collette in de rol van haar leven) spartelt tijdens haar ijdele pogingen om te begrijpen wat haar gezin overkomt. Meer hoeft u echt niet te weten, want verrassingen en verassingen zijn het peper en zout van deze tot in de details uitgewerkte horrorfilm. De Amerikaanse regisseur/scenarist Ari Aster keek zijn trefzekere debuut niet af van de talloze commerciële horrorfilms die niet verder komen dan wat jump scares, maar van hoog aangeschreven huiverklassiekers als Rosemary's Baby van Roman Polanski . Het succes overtreft zijn stoutste verwachtingen. De pers is laaiend enthousiast. Het Amerikaanse openingsweekend volstond om het productiebudget te recupereren en winst te maken. Aster zit in de zeldzame luxesituatie dat hij niet hoeft te schreeuwen om een beetje aandacht voor zijn debuut, maar dat hij de hype integendeel wat moet temperen. Verhalen over toeschouwers die huilend en gillend uit de zaal wegrennen, journalisten die de film niet durven uit te zitten, verdelers die noodnummers communiceren voor mensen die te hevig onder indruk zijn en recensenten zonder schaamte of historisch besef die de film uitroepen tot de engste aller tijden: het creëert verwachtingen die niet ingelost kunnen worden. Hoe eng die klakkende tong ook mag zijn. Al een beetje bekomen van de fenomenale reacties op je debuut? Ari Aster: Ik ben nog steeds zwaar onder de indruk. Ik heb dit niet zien aankomen. Hereditary is een behoorlijke beproeving voor de kijker. Het idee was om een vervreemdende film te maken die het publiek volledig ontwricht. De enorme bijval verrast me. Beschouw jij jezelf als een horrorregisseur? Aster: Nee. Het horrorgenre heeft een vreemde reputatie. Horrorfilms zijn schuldig aan een gebrek aan kwaliteit tot ze het tegendeel bewijzen. Ik moet bekennen dat ik me daar soms ook aan bezondig. Dat komt omdat veel horrorfilms onwaarschijnlijk cynisch zijn: ze worden gemaakt om geld te kloppen uit het hondstrouwe publiek. Het algoritme is: zo veel mogelijk horrorfilms produceren voor zo weinig mogelijk geld en hopen dat er een hit tussen zit. Zo krijgt het genre een slechte reputatie. Hoe komt iemand die zo achterdochtig is op het idee om een horrorfilm te draaien? Aster: Ook daar is een nogal cynische reden voor. Hereditary is mijn tiende filmscenario. Ik probeerde verschillende andere projecten rond te krijgen, maar dat lukte me niet. Het waren vrij ambitieuze films die je niet kunt draaien met een krap budget. Ik heb me aan een scenario voor een horrorfilm gezet vanuit de redenering dat daar misschien wél geld voor te vinden was. Dat bleek te kloppen. Begrijp me niet verkeerd: een horrorfilm kan ook esthetisch gedurfd en inhoudelijk ambitieus zijn en de kijker een fantastische kijkervaring bezorgen. Je kunt er sterk en persoonlijk materiaal in kwijt en toch commercieel succesvol zijn. Hereditary is zware kost. Je gunt de kijker geen sprankeltje hoop. Op het eerste gezicht is dat weinig commercieel. Aster: Ik wilde een film die trauma's ernstig neemt en de corrosieve effecten van verdriet op een gezin laat zien. Mij interesseert het niet om de zoveelste film te maken over een familie die door een zwaar trauma wordt getroffen maar daar uiteindelijk sterker uitkomt. In de VS is dat een trend. Het einde is bijna altijd bitterzoet, de boodschap bemoedigend: blijf niet bij de pakken zitten, bekijk het dag per dag. Daar is niets mis mee, ik vind dat niet vals of zo. Intengedeel, ik trek me zelf op aan dat idee om 's morgens uit bed te raken. Maar er zijn ook veel mensen die iets verschrikkelijks meemaken en dat helemaal niet te boven komen en alsmaar dieper wegzinken in een zwart gat. Daar wilde ik over vertellen. Verwerk dat in een drama en je bereik is beperkt. Verwerk het in een horrorfilm en je bereikt veel meer mensen. Wat een nadeel is in het ene genre kan een voordeel zijn in het andere. Horror laat me toe om een pikdonker, compromisloos verhaal te vertellen en toch te hopen op een groot publiek. Het is aan Hereditary te zien dat je een controlefreak bent. Beschouw dat maar als een compliment. Aster: Ik ben een regisseur die op voorhand élk shot uitdenkt, uittekent en oplijst. Daarna haal ik er de cameraman en de production designer bij. Samen bespreken we de hele film, scène per scène en shot per shot. Er bestaan ongetwijfeld efficiëntere of minder tijdrovende werkwijzen, maar ik wil er honderd procent zeker van zijn dat iedereen op dezelfde lijn zit en dezelfde film voor ogen heeft. In het geval van Hereditary was het snel duidelijk dat we een filmstudio nodig zouden hebben. Muren weghalen uit echte huizen, dat doe je niet zomaar. Je openingsshot getuigt van bravoure. Een shot van een poppenhuis gaat ongemerkt over in een shot van de echte wereld. Zo speel je visueel in op het beroep van de moeder: miniatuurhuizen maken. Aster: Dat was ook een van de eerste beelden die ik voor me zag! De miniaturen zijn een metafoor voor de film. Deze mensen beschikken niet over een vrije wil. Hun lot ligt vast, het is een erfenis waar ze niet aan kunnen ontsnappen. In dat opzicht is Hereditary een existentiële horrorfilm. Ik beschouw de personages als poppen in een poppenhuis. Het leek me maar logisch om de miniaturen ook te verwerken in de esthetiek van de film. De miniaturen passen ook bij de boodschap: nergens slechter dan thuis. Aster: Die moet ik onthouden. Ik wilde dat het huis voor de gezinsleden alsmaar minder huislijk zou aanvoelen. We associëren een huis met geborgenheid, gezinswarmte, veiligheid. In de film wordt het huis kwaadaardig en onherkenbaar. Dat heb ik van Sigmund Freud. In zijn essay over het unheimliche suggereert hij dat horror ontstaat wanneer het huis onhuislijk wordt. Als je iets wat zo vertrouwd is niet meer kunt vertrouwen, dan jaagt dat je de daver op het lijf. Vind je de vergelijkingen met films als The Exorcist, Psycho en The Shining er zelf niet wat over? Aster: Het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Hereditary probeert helemaal niet om de nieuwe The Exorcist of Psycho te zijn. Die vergelijkingen creëren verwachtingen die misschien niet worden ingelost. Je doet er mijn film noch die klassiekers een plezier mee. Mensen zullen dingen willen zien die er gewoon niet zijn. Maar ik geef grif toe dat die vergelijkingen met steengoede films als The Exorcist van William Friedkin en Rosemary's Baby van Roman Polanski mij opwinden en flatteren. In een ideale wereld zouden die veel volk naar de bioscoop lokken, maar zouden mensen die referenties reeds vergeten zijn zodra de film begint. Je kunt toch niet ontkennen dat Hereditary flirt met films als Rosemary's Baby? Aster: Tuurlijk niet. Ik maak films omdat ik van films hou. Zo eenvoudig is dat. Ik ga de dialoog aan met de films die mij hebben dooreengeschud. Is dat niet vrij duidelijk? Hereditary is zich bewust van het genre waarvan de film deel uitmaakt én van de films die eraan vooraf zijn gegaan. Ik wil een bepaalde traditie eren, maar ook bepaalde klassiekers ombuigen. Over welke films hebben we het dan? Aster: Aan The Exorcist heb ik totaal niet gedacht, maar aan Rosemary's Baby wel. Vooral Don't Look Now van Nicolas Roeg was een inspiratie. En net als in Psycho gebeurt er in Hereditary na een klein halfuur iets schokkends, iets dat lijkt op de douchescène in Hitchcocks film. Al ben ik zeker niet de enige die die traditie voortzet. In the Bedroom doet precies hetzelfde, terwijl dat een huiselijk melodrama is. Als grote fan van Ingmar Bergman moest ik ook denken aan Geschreeuw en gefluister en Herfstsonate. Van Carrie heb ik ook wat opgestoken. Als kind was ik zwaar geraakt door die film, maar toen ik hem onlangs terugzag, verbaasde het me hoe campy Brian De Palma durft te zijn. Soms is het bijna een horrorkomedie, maar de kern van die film is ontzettend wreed en droevig. De Palma wekt eerst je sympathie voor personages en gebruikt die vervolgens tégen je. Hij verraadt de kijker. Dat heb ik ook willen doen: de kijker interesse doen krijgen in de personages en hem vervolgens doen slikken dat hun alleen maar slechte dingen overkomen. It Follows, The Babadook, It Comes at Night, Get Out, A Quiet Place, Raw: de laatste jaren duiken er vaak kwalitatief sterke, persoonlijke horrorfilms op die veel auteursfilms overklassen. Heb je daar een verklaring voor? Aster: Die indruk heb ik ook, maar klopt die wel? Ongetwijfeld kwamen The Exorcist en Rosemary's Baby destijds ook in de zalen samen met een pak B-films en slechte horrorfilms die we allang vergeten zijn. Er zijn altijd uitzonderingen op de regel. Al zijn die uitzonderingen de laatste tijd misschien talrijker dan gewoonlijk. Weet je waar je niet meer van een uitzondering kunt spreken? In Zuid-Korea. Daar maken ze nu al jaren aan een stuk uitstekende, opwindende, progressieve films. De Koreanen zijn schrikbarend goed in het combineren van genres en het wisselen van toon binnen een en dezelfde film zonder dat het incoherent wordt. The Wailing was fantastisch. Ik voel me verwant. Ik ben een Koreaan in het diepst van mijn gedachten. (lacht)Bergman, De Palma, Koreaanse cinema... Waar komt die brede interesse in films vandaan? Aster: Geen idee. Ik hou al van kindsbeen af van film. Mijn ouders zijn allebei kunstenaars en vooral mijn moeder heeft een uitstekende filmsmaak. Veel van de films die ik tot mijn favorieten reken, hebben we samen gezien. Ik ben opgegroeid met Hollywood-blockbusters, maar raakte op relatief jonge leeftijd alsmaar meer geboeid door wereldcinema. Op mijn vijftiende was ik ondersteboven van Songs from the Second Floor van Roy Andersson. Ook van La pianiste van Michael Haneke en Dogville van Lars von Trier was ik diep onder de indruk. Ik hou ook van een goede blockbuster, maar die komen alsmaar minder voor. Ik probéér geen snob te zijn, maar ik vrees dat ik er soms toch een ben.