Genderrollen en verwachtingspatronen uitdagen en prikkelen: het is wat Tilda Swinton (60) al een carrière lang met flair en flegma doet. Ze deed het in de jaren tachtig al in de avant-gardefilms van wijlen Derek Jarman, de Britse beeldenstormer die haar ontdekte. Ze deed het daarna in films van gerespecteerde auteurs als Lynne Ramsay, Wes Anderson, Jim Jarmusch, Béla Tarr en Bong Joon-Ho. Ze deed het occasioneel ook in Hollywood, zoals Constantine, The Curious Case of Benjamin Button en Doctor Strange bewijzen. En ze deed het zeker in Sally Potters Orlando, dat na al die grillige jaren, exquise garderobes en ambivalente metamorfoses haar meest typerende rol blijft. Daarin speelt de schriele Schotse met de androgyne looks het titelpersonage dat niet alleen onsterfelijk is, maar door de eeuwen heen ook afwisselend als man en vrouw door het leven gaat.
...

Genderrollen en verwachtingspatronen uitdagen en prikkelen: het is wat Tilda Swinton (60) al een carrière lang met flair en flegma doet. Ze deed het in de jaren tachtig al in de avant-gardefilms van wijlen Derek Jarman, de Britse beeldenstormer die haar ontdekte. Ze deed het daarna in films van gerespecteerde auteurs als Lynne Ramsay, Wes Anderson, Jim Jarmusch, Béla Tarr en Bong Joon-Ho. Ze deed het occasioneel ook in Hollywood, zoals Constantine, The Curious Case of Benjamin Button en Doctor Strange bewijzen. En ze deed het zeker in Sally Potters Orlando, dat na al die grillige jaren, exquise garderobes en ambivalente metamorfoses haar meest typerende rol blijft. Daarin speelt de schriele Schotse met de androgyne looks het titelpersonage dat niet alleen onsterfelijk is, maar door de eeuwen heen ook afwisselend als man en vrouw door het leven gaat. Voor velen is Swinton meer dan een steengoede, onwerelds ogende actrice. Ze is een enigma, een stijlicoon, de Ziggy Stardust van de cinema, en dat zowel voor punkers, generatie X'ers als millennials. Alleen al daarom stond een samenwerking met Pedro Almodóvar, die in zijn kleurrijke oeuvre ook altijd de schemerzones tussen generaties en seksen heeft afgetast, in de sterren geschreven. Al bleek er uiteindelijk een pandemie voor nodig om de Spaanse melomaestro en de Schotse muze in een en dezelfde kamer te krijgen. Dat laatste mag u in het geval van The Human Voice, de visueel verfijnde en slechts dertig minuten durende vrucht van hun samenwerking, zelfs letterlijk nemen. Almodóvars bewerking van Jean Cocteaus monoloog La voix humaine (1928), tevens zijn eerste Engelstalige film, speelt zich namelijk grotendeels af in één ruimte, waarin slechts één actrice aan het woord komt - Swinton dus. Ze incarneert een vrouw die, beurtelings in koel blauwe en razend rode designoutfits, een telefoongesprek voert met de man die haar heeft verlaten, maar zich kranig en desnoods met een hakbijl verweert tegen de gedachte dat ze die klap niet te boven zal komen. Was de afgewezen vrouw in Cocteaus eenakter nog een slachtoffer, dan straalt ze in de lockdownlezing van Almodóvar vooral veerkracht uit, zoals dat van de estheet achter vrouwenportretten als Todo sobre mi madre, Hable con ella, Volver en ander fraais kon worden verwacht. *** Het is een apart parcours dat Swinton heeft afgelegd, en nog aparter is dat haar populariteit alleen maar lijkt toe te nemen. Alsof de tijd geen vat op haar krijgt, ook niet fysiek. Ze is de dochter van een hooggeplaatste Britse officier, groeide op in riante landhuizen, liep school samen met de latere prinses Diana, studeerde Engelse literatuur aan de universiteit van Cambridge en werkte met The Royal Shakespeare Company. Maar in plaats van zich te settelen in het elitaire luxeleventje waarvoor ze leek voorbestemd, sloot ze zich midden jaren tachtig aan bij de acteertroepen van punkfilmer en provocateur Derek Jarman. Uiteindelijk zouden de twee samen zeven films maken. Nadat Jarman in 1994 was bezweken aan aids, zette Swinton haar carrière voort met zorgvuldig gekozen rollen in auteursfilms die lichtjaren van Hollywood verwijderd waren. Niemand kon toen vermoeden dat ze jaren later zoiets bourgeois als een Oscar zou winnen, wat ze in 2007 deed voor haar bijrol in de samenzweringsthriller Michael Clayton. En wie in die tijd had beweerd dat ze ooit te zien zou zijn in blockbusters van Disney (The Chronicles of Narnia) en Marvel (Doctor Strange), of zou uitgroeien tot een mode-icoon dat zich laat opmerken in de nieuwste creaties van Haider Ackermann, Chanel en Valentino, die werd allicht in een dwangbuis gestopt. Braafjes de platgetreden paden bewandelen heeft Swinton nooit gedaan, niet artistiek, niet commercieel en ook niet privé. Zo heeft ze twee kinderen met plastisch kunstenaar John Byrne en is ze sinds 2004 samen met de achttien jaar jongere Duitse schilder Sandro Klopp. Tegelijk omschreef ze zichzelf in een recent interview met Vogue als queer. In datzelfde gesprek bekende ze dat ze altijd al met de idee van genderfluïditeit heeft gespeeld en dat ze zichzelf ziet als iemand die waarschijnlijk wel een vrouw is maar in geen geval ooit een meisje is geweest. Het is een aspect van haar persoonlijkheid dat eerst Jarman en nu ook Almodóvar - beiden queer en nooit te beroerd om genderbarricades te slopen - zal hebben aangesproken. Maar finaal is het slechts bijzaak. Wat telt, is dat Swinton, die met flair filmsets, rode lopers en kunstinstallaties afwisselt, zoveel charisma uitstraalt dat ze de camera altijd naar zich toezuigt. Of ze nu een backpackersgoeroe speelt in Danny Boyles The Beach, de trofeevrouw van oppergenderbender David Bowie incarneert in zijn videoclip bij The Stars (Are Out Tonight) of de rollen van danslerares, heks en een stokoude mannelijke psychiater combineert in de Suspiria-remake van haar poulain Luca Guadagnino: Tilda Swinton is niet zomaar een actrice. Ze maakt de films waarin ze meespeelt tot wat ze zijn.