Huilende stormwinden, onheilspellende misthoorns, krijsende meeuwen, benepen zwart-witbeelden en twee zilte zeelieden die anno 1900 naar een afgelegen eilandje voor de kust van New England trekken om er voor enkele maanden een vuurtoren te bemannen. Meer had cineast Robert Eggers vorig jaar niet nodig om van The Lighthouse een van de opmerkelijkste films van 2019 te maken. Helaas: ondanks de unaniem lovende recensies en de triomfantelijke passages op festivals als die van Cannes, Toronto en Gent, kreeg Eggers' maritieme nachtmerrie geen reguliere bioscooprelease in België, nota bene een van de weinige landen waar de film niet op de grote schermen passeerde.
...

Huilende stormwinden, onheilspellende misthoorns, krijsende meeuwen, benepen zwart-witbeelden en twee zilte zeelieden die anno 1900 naar een afgelegen eilandje voor de kust van New England trekken om er voor enkele maanden een vuurtoren te bemannen. Meer had cineast Robert Eggers vorig jaar niet nodig om van The Lighthouse een van de opmerkelijkste films van 2019 te maken. Helaas: ondanks de unaniem lovende recensies en de triomfantelijke passages op festivals als die van Cannes, Toronto en Gent, kreeg Eggers' maritieme nachtmerrie geen reguliere bioscooprelease in België, nota bene een van de weinige landen waar de film niet op de grote schermen passeerde. Gelukkig kan deze ongewild visionaire trip over wat sociaal isolement met een mens kan uitvreten vanaf deze week worden bekeken als video on demand. Hoewel The Lighthouse, met zijn beklemmende geluidsdesign en looks, pas volledig tot zijn recht komt in de bioscoop, loont de film sowieso dik de moeite. Je krijgt immers te zien hoe de oude, bazige, doorzopen zeerot op rust Thomas Wake (Willem Dafoe) en zijn jonge, getroebleerde hulpje Ephraim Winslow (Robert Pattinson) uit verveling en (seksuele) frustratie aan een machtsspel beginnen. Toch is het vooral Eggers' bevlogen regie en de heerlijk anachronistische beeldtaal, met op pellicule gebrande beelden in het ouderwetse 4:3-formaat, die The Lighthouse doen stollen tot een claustrofobische, door merg en been borende trip. Eggers, die zijn talent in 2015 al toonde met de historische huiverthriller The Witch: A New-England Folktale, baseerde zich voor deze film niet alleen op de lugubere Smalls Lighthouse Tragedy die in 1801 plaatsvond voor de kust van Wales. Hij vond ook inspiratie bij een kortverhaal van Edgar Allan Poe, de peetvader van de Amerikaanse gothic literatuur. Maar wie zijn cultuurgeschiedenis kent, zal merken dat Eggers wel meer inspiratiebronnen uit het verleden aanboorde. Er zijn de bloemrijke, archaïsche dialogen vol oude woorden en zegswijzen die klinken alsof ze aan negentiende-eeuwse romans als Herman Melvilles Moby-Dick en Robert Louis Stevensons Treasure Island werden ontleend en soms ook voor comic relief zorgen. Visueel zijn er dan weer de geïnspireerde knipogen naar de Duitse, expressionistische films van Fritz Lang en F.W. Murnau uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, die nu al doen uitkijken naar een van Eggers' volgende projecten: zijn remake van Nosferatu, Murnaus moeder aller vampierfilms uit 1922. Bovendien deinst de nog altijd maar zesendertigjarige filmmaker uit New Hampshire er niet voor terug om zijn verhaal, naarmate de waanzin in de hoofden van Thomas en Ephraim steeds meer begint te gisten, aan te lengen met een scheut door zeemansmythes en sterke drank beneveld surrealisme. Schrik dus niet op (spoiler alert, maar niet echt) wanneer Thomas' gebed tot de zeegoden ontspoort in een manische mantra. Of wanneer Ephraim naakte, wulpse sirenes en Thomas als een dronken, halfnaakte Poseidon voor zich ziet. Nog wat later worstelt hij zelfs met een octopus die zijn glibberige tentakels om zijn lijf kronkelt, om finaal zo'n dierlijk driftige oerschreeuw te lossen dat de bevende beelden er van in fotonegatief omslaan. Voor de slechte verstaanders: The Lighthouse - dat Eggers vrijwel volledig op locatie draaide voor de ruwe kusten van het Canadese Nova Scotia, waar hij zelfs een twintig meter hoge vuurtoren liet nabouwen - is geen ordinaire gruwelfanfare. Ondanks die paar expliciete uithalen en groteske droomscènes zitten de suspense, het geweld en de horror hoofdzakelijk binnenin, net zoals in Polanski's Repulsion (1965) en Rosemary's Baby (1968), of Kubricks The Shining (1980) . Ook in die klassieke psychotrips ging het, ondanks de horrorverpakking, over mensen die te lang van de buitenwereld afgesloten waren op een en dezelfde locatie, tot de waan en de paranoia het overnamen van de werkelijkheid en de rede. Met de voornoemde klassiekers over flippende, van de wereld afgesneden personages heeft The Lighthouse ook de psychoseksuele ondertoon gemeen. Hoewel Eggers in interviews weigert te zeggen of Thomas en Ephraim voor de venten of de vrouwen zijn, kun je de homo-erotische onderlaag amper negeren. 'You're as pretty as a picture', zegt Thomas tegen zijn jonge kompaan, nadat hij hem al verschillende keren heeft gecomplimenteerd met zijn keurige voorkomen. In de schaarse momenten waarop Ephraim aan zijn baas weet te ontsnappen, trekt hij zich dan weer af terwijl hij over een zeemeermin fantaseert, al doet de climax danig vermoeden dat het échte object van zijn begeerte een stuk hariger, rimpeliger en vooral mannelijker is. Wat Eggers wél toegaf, was dat hij zijn film ook onderdompelde in psychoanalytische theorieën. 'Het is een film waarvan ik hoop dat Sigmund Freud en Carl Gustav Jung er gretig popcorn zouden bij smullen', liet hij optekenen. Je hoeft alvast geen overdreven kinky geest te hebben om in de vuurtoren, waarrond twee viriele venten vechten om dominantie, een kloek fallussymbool te zien. Meer nog. Als we Pattinson mogen geloven, was Eggers van plan om een shot van de toren te laten overvloeien in een close-up van zijn penis, iets wat de preutse producenten evenwel uit zijn hoofd wisten te praten. Bovendien loert ook het oedipuscomplex om elk hoekje van het door stormwinden, beukende golven en agressieve meeuwen geteisterde eiland, waarbij Ephraim in zijn baas zowel een seksuele rivaal als een ersatzvader ziet, naar wiens bewondering en affectie hij onderhuids zo hard hunkert. Met zijn vele betekenislagen en zijn sublieme, hoogst expressieve zwart-witfotografie, waarvoor cameraman Jarin Blaschke terecht een Oscarnominatie kreeg (de enige voor The Lighthouse), zou een mens het haast vergeten, maar The Lighthouse is ook nog eens een geestige en entertainende film, inclusief een portie slapstick, lange-onderbroekenlol en zelfs een paar terloops geloste scheten. Dit is dus zeker geen film waarvoor je een diploma semiotiek nodig hebt, of waarvoor je het oeuvre van Béla Tarr in chronologische volgorde moet kunnen opdreunen. Bovendien krijg je met Willem Dafoe, met wie Eggers in 2016 contact opnam nadat de acteur ondersteboven bleek van The Witch, en Robert Pattinson, die later mee aan boord klom, ook nog eens twee bekende, voor de gelegenheid flink bebaarde en in bloedvorm verkerende Hollywoodkoppen geserveerd. Het is dan ook een raadsel wat Sony Pictures heeft bezield om deze film, die amper vier miljoen dollar kostte maar wereldwijd zo'n negentien miljoen opbracht, bij ons uit de zalen te houden. Vonden ze de film té excentriek en té niche om tussen hun actieblockbusters en romcoms te worden gedropt? Of zaten ze al zo lang opgesloten in hun steriele, door spreadsheets en marketingtargets gedomineerde kantoorgebouwen dat ook daar de waanzin uiteindelijk verwoestend toesloeg? Breek er vooral uw hoofd niet over en huiver, grijns en grimas in uw kot om wat er zoal kan gebeuren wanneer twee bonkige venten te lang alleen gelaten worden in de buurt van een reusachtige fallus.