Rare jongen, die Luc Besson. De regisseur van de hits Nikita, Léon en Lucy kan op een sterrenkaart aanduiden welke alien uit Valerian and the City of a Thousand Planets waarvandaan komt, maar weet niet of de Vlamingen zich in het noorden of zuiden van buurland België ophouden. 'Verschillen jullie echt meer van elkaar dan een Elzasser en een Cannois?' Hij ontvangt me in een knus eenkamerappartement (bed, minikeuken, salontafel vol hebbedingen, antistressmuziek) in het bureaugedeelte van een filmcomplex van zes hectare met een inkomhal ter grootte van een vliegtuigloods. In Parijs. Zijn idee. Officieel heet het Franse antwoord op Pinewood, Cinecittà en de Amerikaanse filmstudio's La Cité du cinéma, officieus Hollywood-sur-Seine.
...

Rare jongen, die Luc Besson. De regisseur van de hits Nikita, Léon en Lucy kan op een sterrenkaart aanduiden welke alien uit Valerian and the City of a Thousand Planets waarvandaan komt, maar weet niet of de Vlamingen zich in het noorden of zuiden van buurland België ophouden. 'Verschillen jullie echt meer van elkaar dan een Elzasser en een Cannois?' Hij ontvangt me in een knus eenkamerappartement (bed, minikeuken, salontafel vol hebbedingen, antistressmuziek) in het bureaugedeelte van een filmcomplex van zes hectare met een inkomhal ter grootte van een vliegtuigloods. In Parijs. Zijn idee. Officieel heet het Franse antwoord op Pinewood, Cinecittà en de Amerikaanse filmstudio's La Cité du cinéma, officieus Hollywood-sur-Seine. Besson heeft de dingen altijd al groot gezien, maar nog nooit zo groot als voor Valerian, een sciencefictionfilm gebaseerd op een geliefde stripreeks van Jean-Claude Mézières die in het Frans Valérian, agent spatio-temporel heet en in het Nederlands Ravian. Besson vergaarde een budget van net geen tweehonderd miljoen euro. Een record voor een Franse productie, maar eerder aan de lage kant voor een kleurrijk ruimtespektakel met honderden aliens, intergalactische decors en ruimteschepen en met acteur Dane DeHaan (The Amazing Spider-Man 2), topmodel Cara Delevingne (Suicide Squad) en zangeres Rihanna op de loonlijst. Twintig jaar geleden waagde Besson zich al eens aan ruimteopera: The Fifth Element. Maar die film verschilt volgens hem even fel van Valerian als een fiets van een straaljager. Toen waren er 188 visuele effecten, nu 2734. Ze werden besteld bij de bekendste leveranciers: Weta (The Lord of the Rings) en ILM (Star Wars). Besson: Ik weet niet hoeveel creaturen er precies zijn. Om en bij de vierhonderd. De eerste alien die opduikt, is een Kortan Dahük. Je ziet hem maar enkele seconden, tijdens de proloog in het ruimtestation. Maar alleen al om zijn manier van lopen te bepalen, hebben we weken naar dierendocumentaires gekeken. We kozen uiteindelijk voor een mix van de bewegingen van dromedarissen en struisvogels. Vervolgens hebben de acteurs dagenlang geoefend om als een Kortan Dahük te lopen. We staken hakken onder hun schoenen. Zo lijkt het alsof ze voorover dreigen te vallen. Is dat niet veel moeite voor die paar seconden? Besson: Nee! In de oude afleveringen van Star Trek en Battlestar Galactica zit je vaak op een acteur in een kostuum te kijken in plaats van op een alien. Ik vind het verschrikkelijk, het gevoel dat je naar een verkleedpartij zit te kijken. Ik heb het al moeilijk met Gamora, het personage van Zoë Saldana in Guardians of the Galaxy. Het loopt zoals Zoë altijd loopt, het heeft hetzelfde kapsel en dezelfde lichaamsbouw. Het enige verschil met Zoë is de groene huidskleur. Ik zie daar geen alien in, ik zie Zoë. Wij hebben van élke alien werk gemaakt. Ze hebben ook allemaal een achtergrondverhaal. Hoe bewegen ze? Wat eten ze? Hoe planten ze zich voort? Van welke planeet zijn ze afkomstig en wat zijn de coördinaten van die planeten? Echte coördinaten, die je op een sterrenkaart kunt situeren! Het enige dat ik niet kan garanderen is dat daar daadwerkelijk Kortan Dahüks rondlopen. (lacht)Besson: Het verleden ligt vast, het heden moeten we ondergaan, maar de toekomst is een wit blad. Waarom zouden we dat witte blad invullen met donkerte, regen en een held die door existentiële vragen wordt verlamd? Waarom zoveel drama? We verzinnen die toekomst toch zelf? Waarom dan niet dromen van een toekomst waarin iedereen met iedereen kan opschieten en iedereen elkaar de hand schudt? Besson: De kranten hebben nog nooit gekopt dat alles goed gaat. Dat verkoopt niet. Drama verkoopt, de apocalyps verkoopt. Vandaar dat het een terugkerend gegeven is in Amerikaanse films. Die huldigen het principe van de Amerikaanse hegemonie en de verdediging van het goede tegen het kwade. Die filosofie is niet de mijne. 'Wij zijn de goeie, de anderen - de aliens, de stoute vreemdelingen die ons werk afpakken - zijn de slechten.' Voor mij schuilt in elke mens zowel het goede als het kwade. Besson: Ik probeer verhaaltjes te vertellen die lijken op het leven dat ik leid. Die mogen grappig en kleurrijk zijn, of gaan over de vraag of de jongen uiteindelijk met het meisje zal trouwen. Drama loert altijd om de hoek. Ik zal nooit vergeten hoe ik twintig jaar geleden met een viertal vrienden samenzat. We plooiden dubbel van het lachen toen de telefoon plots rinkelde. De moeder van mijn vriend was gestorven. Van de ene seconde op de andere wist niemand zich nog een houding te geven, niemand wist nog wat te zeggen. C'est ça la vie. Je hond sterft, je vrouw bevalt. De ene vertrekt, de andere komt aan. Ik wil het hebben over wat me dooreenschudt. Besson: Mijn vader was een grote stripliefhebber. Hij liet regelmatig strips rondslingeren zodat ik erin kon bladeren. Hij heeft me niet ingewijd in Valérian maar leerde me wel Pilote kennen, het striptijdschrift waarin elke week twee pagina's met nieuwe avonturen van Valérian verschenen. Die strips waren een belangrijk onderdeel van mijn jeugd en adolescentie, net zoals Robbedoes, Asterix, Kuifje en Lucky Luke dat waren. Valérian vond ik net iets moderner. Hij reisde met Laureline door het heelal. In een ruimteschip. Dat sprak tot de verbeelding. Veel alternatieven waren er niet toen ik tien jaar was. Er was nog geen internet en amper televisie. Valérian was mijn poort naar het onbekende. Nadien raakte ik ook verslingerd aan het stripblad Métal hurlant, met de beeldverhalen van Moebius, Enki Bilal en Philippe Druillet. Ik heb weinig boeken opengeslagen maar ben wel ondergedompeld in de stripcultuur. Besson: Eigenlijk niet. Die strips maakten deel uit van mijn jeugd: het kwam niet in mij op om ze te verfilmen. Het idee is me ingefluisterd door Jean-Claude Mézières zelf. Hij hielp me destijds met The Fifth Element. 'Zou je niet beter Valérian verfilmen in plaats van dit domme ding?' vroeg hij. Diezelfde avond heb ik zijn strips herlezen. De dag daarop antwoordde ik hem dat Valérian niet te verfilmen viel. De jaren gingen voorbij. Zijn idee bleef door mijn hoofd spoken, mede omdat Mézières er telkens op terugkwam. (lacht) Een jaar of tien geleden kocht ik de rechten, zeven jaar geleden heb ik toegezegd om het te probéren. Aarzelend, omdat ik niet wist of het technologisch al haalbaar was. Maar ook omdat ik niet wist of ik er wel het talent voor had. Besson: Het was een énorme onderneming. Ik keek nooit naar het grotere plaatje - het risico op een hartaanval was te groot. Ik deelde het werk op in dagen en concentreerde me telkens op het werk dat die dag moest verzet worden. Als je dat 1500 dagen aan een stuk volhoudt, kom je er wel. Besson: Ik heb niet fel moet ingrijpen. Sla er de albums maar op na: Laureline houdt de winkel draaiende, niet Valerian. Hij heeft geen superkrachten en is totaal geen superheld, wél iemand die zich tot een held kan ontpoppen. Als Laureline in gevaar is, kan hij met monsters van driehonderd kilo de baas, maar thuis is hij zoals alle mannen: een plantrekker die niet altijd even eerlijk is. Ik hou van kleine mensen zoals jij en ik die, als het moet, in staat zijn tot heldhaftigheid. Zoals onze ouders of grootouders bewezen tijdens de oorlog. Ik kan me trouwens niet identificeren met iemand die superkrachten heeft. Want ik heb geen superkrachten en ik zal er nooit hebben. Ik heb niet eens roze maillots. Kun je in sf-cinema een Europese van een Amerikaanse school onderscheiden? Besson: Helemaal niet. Ik zie maar één tegenstelling: die tussen een fabriek en een ambachtsman. Met nationaliteit heeft die niets te maken. De grote Amerikaanse studio's brengen ook mooie films voort, dat is het probleem niet. Maar je mag die fabrieken niet vergelijken met de kleine boetiek van een ambachtsman die drie jaar nodig heeft voor één handgemaakt stuk. Besson: Geld heeft daar niets mee te maken. Werk een mooi meubel op ambachtelijke wijze af met diamanten en het zal evenveel kosten. Besson: Ja, want EuropaCorp is opgericht door een regisseur en stelt de creatie voorop. Het is geen bedrijf van investeerders die vervolgens regisseurs inhuren. Door het grote succes van Taxi(een komische actiefilm uit 1998, nvdr.) hadden we plots een pak geld. We besloten ons te organiseren om andere films op de rails te zetten. Zo is EuropaCorp ontstaan. Besson: Ik begrijp die stukken niet. (windt zich op) Het gaat over mijn bedrijf, maar geen enkele journalist heeft de moeite gedaan om contact met me op te nemen. Valerian is al drie jaar voor 95 procent gefinancierd! Drie jaar geleden hebben we ons project voorgesteld op de filmmarkt van het festival van Cannes. We legden een scenario voor, presenteerden de cast en toonden tekeningen. Voor 120 buitenlandse kopers volstond dat om meteen geld op tafel te leggen. Zonder dat geld hadden we gewoon niet aan Valerian kúnnen beginnen. Nu we er ook in geslaagd zijn om de film af te leveren is reputatieschade het enige risico dat we nog lopen. Als Valerian niemand bevalt, is de kans klein dat die verdelers de volgende keer nog zullen toehappen. Besson: Le Figaro heeft dat ridicule stuk gepubliceerd om meer kranten te verkopen. Over Volkswagen zouden ze zoiets niet schrijven. Dat heeft nochtans miljoenen mensen voorgelogen door zijn auto's ecologischer voor te stellen dan ze zijn. Waarom bijt Le Figaro zich daar niet in vast? Omdat Volkswagen het hele jaar door adverteert in die krant! Het is veel makkelijker om de kleine Besson aan te vallen. Die kan zich niet verdedigen. Besson: We hebben een bar slecht jaar achter de rug. Maar je moet dat in het juiste perspectief plaatsen. In de filmsector zit je met golven. Twee, drie jaar lang gaat alles perfect. Taken en Lucy deden het super. Daar volgt onvermijdelijk een mindere periode op. In de twintigjarige geschiedenis van mijn boîte zijn die golven er altijd geweest. Bij Disney, Universal en de anderen is dat niet anders. Iedereen streeft naar stabiliteit maar niemand vindt ze. Die golfbewegingen zijn zoals de getijden of de seizoenen. Met de drie, vier films die er nu aankomen zitten we weer goed. Besson: Vervolgen zijn inderdaad spotgemakkelijk: Valerian is Starsky and Hutch in de ruimte. Mijn scenario voor een tweede film is af en dat voor een derde bijna. Mijn vrienden vinden het debiel om scenario's uit te werken voor films die er misschien nooit zullen komen, maar ik vind het leuk om daar 's ochtends vroeg aan te werken. Handig is ook dat we voor elke nieuwe Valerian nieuwe, opwindende planeten kunnen verzinnen. Dat geluk heb je met Spider-Man niet. Ik vond de eerste twee Spider-Man-films leuk, maar sindsdien krijgen we telkens hetzelfde. Alleen de slechterik ziet er wat anders uit. Dat verveelt me als toeschouwer al, als regisseur zou ik wegrénnen. Besson: Mais bien sûr. Het is máár een film. We hebben de penicilline niet uitgevonden. We geven de mensen de kans om na een lastige dag twee uurtjes de gedachten te verzetten. Zo eenvoudig is het.