Maar liefst twintig jaar probeerde Martin Scorsese Silence (2016) van de grond te krijgen. Pas met Driver in de rol van de gefolterde Jezuïet Francisco Garupe lukte dat. Na jaren aanmodderen won Spike Lee dit jaar met BlacKkKlansman de Grand Prix op het filmfestival van Cannes. Daarin zit ook een Joodse politieman die in de Ku Klux Man infiltreert. U mag drie keer raden wie die vertolkt.
...

Maar liefst twintig jaar probeerde Martin Scorsese Silence (2016) van de grond te krijgen. Pas met Driver in de rol van de gefolterde Jezuïet Francisco Garupe lukte dat. Na jaren aanmodderen won Spike Lee dit jaar met BlacKkKlansman de Grand Prix op het filmfestival van Cannes. Daarin zit ook een Joodse politieman die in de Ku Klux Man infiltreert. U mag drie keer raden wie die vertolkt. En dan is er nog het vermaledijde The Man Who Killed Don Quixote. Filmregisseur Terry Gilliam stak een kwarteeuw in die eigenzinnige bewerking van het vierhonderd jaar oude ridderverhaal van Miguel de Cervantes. In 2000 was hij al eens aan de opnames begonnen, toen met Jean Rochefort als de idealistische edelman die tegen windmolens vecht en Johnny Depp als diens hulpje Sancho Panza. De productie werd stilgelegd na problemen met overvliegende straaljagers, een heuse zondvloed, prostaatproblemen en een dubbele hernia (die laatste twee bij Rochefort). Met Adam Driver in de plaats van Depp en Jonathan Pryce in die van Rochefort is het Gilliam nu wel gelukt om The Man Who Killed Don Quixote in de bioscoop te krijgen. Een oorzakelijk verband is het allicht niet, maar toch: Haal Adam Driver erbij en je problemen zijn opgelost, zo lijkt het wel. Adam Driver: Ik voel me geen geluksbrenger maar een gelukzak. Ik vind het een hele eer dat ik actief heb mógen meewerken aan films van Martin Scorsese en Terry Gilliam. Ik heb me er al lang bij neergelegd dat je niet kunt raden welke projecten snel in hun plooi zullen vallen en welke maar blijven haperen. Met Spike Lee waren de onderhandelingen nauwelijks afgerond en de opnames van BlacKkKlansman begonnen al. Trouwens, met Leos Carax(de regisseur van het knettergekke Holy Motors , nvdr.) praat ik al vijf jaar over de film Annette en dat wil maar niet lukken. Verlies jij daarbij nooit je geduld? Driver: Mij stoort het niet dat een project al jaren meegaat. Dat bewijst dat de regisseur of de producent er hardnekkig in blijft geloven en die attitude staat mij wel aan. Er is ook niets ongewoon aan een filmproject dat niet wil vlotten. Het buitengewone is de volharding van sommige regisseurs. Silence was twintig jaar in de maak, The Man Who Killed Don Quixote nog iets langer. Ik vind élke afgewerkte film een half mirakel. Iemand betaalt tientallen of zelfs honderden mensen om ergens samen te troepen en daar in enkele weken tijd samen een film op te nemen. Dat is altijd ontzettend spannend, want er kan véél mislopen. Vraag dat maar aan Terry Gilliam. In zijn film speel jij trouwens een regisseur die Don Quichot wil verfilmen maar zijn greep op de werkelijkheid verliest. Dat ruikt behoorlijk hard naar een commentaar op het filmvak zelf. Driver: Gedeeltelijk. Het is een film over inspiratie en over hoe opwindend en gevaarlijk een film maken kan zijn. De spanning tussen de zakelijke en de creatieve kant daarvan komt ook aan bod. Het interessantst vind ik de vraag naar de verantwoordelijkheid van de filmmakers. Toby, mijn personage dus, trok destijds naar een klein Spaans dorp voor filmopnames. Hij begeesterde de dorpelingen maar liet ze daarna aan hun lot over. Hij dacht niet na over wat er ná de film van hen moest worden. Blijkt dat het hen niet goed is vergaan. Is hij daar medeverantwoordelijk voor? Mag je mensen doen dromen en vervolgens met de noorderzon verdwijnen? Don Quichot van La Mancha wilde ridder zijn in een wereld die niet meer in ridderlijkheid gelooft. Was hij een van je helden? Driver: Neen, wat ik kende hem niet. Op school sloeg ik alle boeken over die je verondersteld werd te lezen. Zéker dikke boeken, zoals het tweedelige Don Quichot. Vond ik destijds veel te veel woorden. (lacht) Ik was geen verwoed lezer, ik keek liever naar films. Ik werd pas op latere leeftijd een lezer - eerst alles van Hunter S. Thompson, daarna alles van Graham Greene. Ondertussen ben ik mijn schade aan het inhalen en lees ik al die boeken die ik al gelezen had moeten hebben.Don Quichot trekt met niet méér aan dan Sancho Panza. Zoals wel meer mensen herken ik me in beide figuren. De ene keer ben je de realist die de gebeurtenissen wil controleren, de andere de dromer, de idealist. Concreet: ik ben niet blind voor de zakelijke kant van mijn beroep. Alleen kan die in de weg komen te staan van de oorspronkelijke motivatie om te acteren. Dus bescherm ik ook de donquichot in mij. *** Nadat de jonge Adam Driver niet was toegelaten op de theaterafdeling van de befaamde Juilliard School in New York, meldde hij zich bij het US Marine Corps. De aanslagen van 11 september 2001 - hij was toen bijna 18 - hadden hem opgezadeld met een 'overweldigend plichtsgevoel'. Na twee jaar opleiding, kort voor zijn eenheid naar Irak werd gestuurd, maakte een ongeval tijdens het mountainbiken hem medisch ongeschikt voor verdere dienst. Een tweede poging om toegelaten te worden op Juilliard was daarop succesvol. En mede dankzij de rol van het labiele vriendje van Hannah Horvath in de baanbrekende HBO-serie Girls nam zijn acteercarrière een vlotte start. Heb je je al eens afgevraagd of je zonder die militaire opleiding een andere mens en een andere acteur zou zijn geworden? Driver: Ja, ook al is dat een hypothetische vraag. Ik ben een marinier geweest, dat kan ik niet meer veranderen. Zou ik een ander leven geleid hebben als ik mijn thuis in Indiana niet verlaten had? Wellicht wel. Mijn militaire opleiding komt me als acteur uitstekend van pas. Ik heb toen geleerd hoeveel profijt je uit een groepsinspanning kunt halen. Soldaat of acteur, in beide gevallen ben je verplicht een tijdlang een nauwe relatie aan te gaan met een groep mensen die soms heel ver van je af staan. In het leger leidt de bevelvoerder de missie, op een filmset neemt de regisseur de beslissingen. In beide gevallen gaat de missie voor op het individu. Ieder heeft zijn specifieke taak en rol. Voor het welslagen ben je van elkaar afhankelijk. Je moet kunnen vertrouwen op de anderen en zij op jou, anders dreigt mislukking en gevaar. Ik zie film als groepswerk. Dat haalt de druk weg. Het eindresultaat hangt niet van mij af, zelfs niet van de regisseur. Iederéén moet zijn job zo goed mogelijk doen. Aan mij om te improviseren wanneer nodig, mijn tekst op te zeggen wanneer gevraagd en de cast en crew te respecteren. Je wisselt Star Wars af met films van Martin Scorsese, Jim Jarmusch, Spike Lee, Terry Gilliam en Noah Baumbach. Dat lijkt een slimme tactiek maar is het dat ook? Hoe beredeneerd zijn je keuzes? Driver: Ik zie dat eerlijk gezegd niet als 'slimme' keuzes, ik vind dat stuk voor stuk voor de hand liggende keuzes. De namen die je noemt, zijn toch allemaal regisseurs met wie elke acteur graag zou samenwerken? Als de vraag komt of ik met Scorsese wil werken, is het antwoord uiteraard ja. Idem dito voor Jarmusch, Lee of Gilliam. Film is en blijft het medium van de regisseur. Dus ik doe mijn best om met grote filmregisseurs samen te werken. Het enige probleem is dat je je dat wel kunt voornemen maar dat het daarom natuurlijk nog niet lukt. Ik hóóp op dat soort samenwerkingen en heb het grote geluk dat het er al enkele keren van is gekomen. Welke plaats krijgt Star Wars in dat verhaal? Driver: Star Wars is geen apart verhaal. Cinema is én Star Wars én Alice Doesn't Live Here Anymore. Cinema is Jaws én Jean-Luc Godard, Lethal Weapon én The French Connection. Net daarom hou ik zo enorm veel van cinema. Ik grijp de kansen die me aangeboden worden. Ook met de Star Wars-blockbusters had ik het plezier en genoegen om met uitstekende regisseurs te werken. The Force Awakens is door J.J. Abrams geregisseerd, The Last Jedi door Rian Johnson. Kanjers. Eigenlijk doen zij niets anders dan Jim Jarmusch. Hun budget is alleen een veelvoud van dat van Jim. Meen je dat nou? Zijn er geen grotere verschillen? Driver: Het zijn verschillende persoonlijkheden met andere gevoeligheden en een andere manier van werken maar allemaal breken ze het grotere geheel op in behapbare stukjes. Allemaal proberen ze zo specifiek mogelijk te zijn en de waarheid te vertellen. Omdat ze al ruimschoots hebben bewezen wat ze kunnen, zou je hen dictatoriaal gedrag kunnen vergeven. Toch zien ze daar in de praktijk van af. Wat al die grote regisseurs gemeenschappelijk hebben, is dat ze heel goed weten wat ze willen maar toch openstaan voor jouw ideeën en je heel veel vertrouwen schenken. Terry Gilliam had perfect kunnen zeggen: 'Jongens, ik denk al vijfentwintig jaar na over The Man Who Killed Don Quixote. Doe nu maar gewoon wat ik zeg.' Maar dat doet hij niet. Hij staat open voor andermans kijk op de zaak en gunt je de ruimte voor improvisatie. Het voornaamste verschil ligt in het opnametempo. Jim Jarmusch nam Paterson digitaal op en werkt zeer snel. Star Wars daarentegen vergt een enorme machinerie én wordt op pellicule gedraaid. Soms duurt het veertig minuten of meer voor je de kans krijgt om een scène van twee minuten nog eens te spelen. Mij maakt het opnametempo niet uit. Ik vind dat de acteur zich heeft aan te passen. Zoals het een trouwe soldaat betaamt.