'Kan je iets laten zien?' vraagt David Claerbout aan een van zijn medewerkers. Op het computerscherm voor ons verschijnt een panorama van een jaagpad langs een kanaal. Een project voor het Centraal Station van Amsterdam, waar het op een scherm van 25 meter lang geprojecteerd zal worden. 'Het volgt de weersvoorspellingen, de seizoenen en de jaarkalender. Regen, sneeuw, Kerstmis, Sinterklaas, de groei van het gras... het zit er allemaal in, gegenereerd met gamesoftware', legt Claerbout uit.
...

'Kan je iets laten zien?' vraagt David Claerbout aan een van zijn medewerkers. Op het computerscherm voor ons verschijnt een panorama van een jaagpad langs een kanaal. Een project voor het Centraal Station van Amsterdam, waar het op een scherm van 25 meter lang geprojecteerd zal worden. 'Het volgt de weersvoorspellingen, de seizoenen en de jaarkalender. Regen, sneeuw, Kerstmis, Sinterklaas, de groei van het gras... het zit er allemaal in, gegenereerd met gamesoftware', legt Claerbout uit. Het had eigenlijk al af moeten zijn, maar de kunstenaar springt losjes om met deadlines. 'Ik teken geen contracten, dit is de eerste externe opdracht die ik in mijn carrière aanneem.' Het tekent Claerbout, een van de bekendste videokunstenaars in dit land. Hij maakt er een erezaak van om zijn projecten, stuk voor stuk groots opgezette pogingen om de gangbare ideeën van tijd en ruimte op losse schroeven te zetten, zoveel mogelijk zelf te financieren. Die zelfopgelegde beperking maakt hem niet minder ambitieus. Neem nu Olympia... een video-installatie waarin een 3D-replica van het Olympische Stadion van Berlijn zoals het in 1936 werd gebouwd gedurende duizend jaar lang vervalt en wordt overwoekerd, tot het volledig ten prooi is gevallen aan de natuur. Of KING..., waarvoor hij het hoofd en lijf van Elvis Presley in 3D reconstrueerde aan de hand van een oude foto. Het zijn projecten die hem in bijna alle grote kunsthuizen van Europa brachten, van het Antwerpse M HKA over het Centre Pompidou in Parijs tot het Frankfurtse Städelmuseum. Maar we zijn naar Claerbouts atelier afgezakt om te praten over The Pure Necessity, zijn herinterpretatie van The Jungle Book. Voor de gelegenheid richtte de kunstenaar een animatiestudio op, die zich drie jaar lang in het zweet werkte om de tekeningen van Wolfgang Reitherman te evenaren, maar dan zonder Mowgli en met dieren die zich als dieren gedragen, of toch bijna. 'Hun ogen zitten nog steeds vooraan in hun kop. En al zit mijn Balou stil, hij ziet eruit alsof hij elk moment weer kan spreken en dansen. Dat beweeglijke, die humor, dat is er onmogelijk uit te krijgen.' 'Ik heb pas nog gehoord dat de tekenaars die instonden voor de achtergrond, de jungle waarin de personages bewegen, steeds dezelfde vier of vijf planten moesten tekenen om de kosten te drukken. In een film die The Jungle Book heet, wordt het minste aandacht gegeven aan de jungle zelf. Het is een metafoor voor onze antropocentrische samenleving: de mens centraal, al de rest in de marge.Zelf probeert Claerbout al heel zijn carrière lang de achtergrond te herwaarderen en het oog van de kijker te richten op wat hij anders zou negeren. Op de planten in Olympia bijvoorbeeld, of op de schaduw die de zon telkens weer anders werpt in Bordeaux Piece, een scène die hij vijfenzeventig keer achter elkaar opnam met de op den duur doodvermoeide Josse De Pauw.De werken refereren aan ideeën van denkers die verder kijken dan de mens, zoals Bruno Latour en James Lovelock, de bedenker van de Gaia-theorie. Volgens die laatste exacte wetenschapper annex filosoof werkt alle levende materie, van de vogels in de lucht tot de algen op de bodem van de oceaan, op elkaar in en functioneert het als één organisme. 'Zijn slotsom is dat de aarde zich aan alles aanpast, ook aan de menselijke aanwezigheid. De opwarming van onze planeet zou dan geen probleem zijn voor die planeet, wel voor ons.'Claerbout ontpopt zich tijdens het gesprek tot een vat vol ideeën. Hij wipt van de ene op de andere theorie, verontschuldigt zich wanneer hij zichzelf tegenspreekt. 'Ik praat alleen maar in paradoxen', laat hij zich ontvallen, midden in een redenering. 'Ik zou alles eens moeten opschrijven, maar ik vind er de tijd niet voor.' Zo nuanceert hij het idee dat The Pure Necessity vooral gemaakt is om het dier te herwaarderen. 'Mijn werk mag niet geïnterpreteerd worden als puur dierenrechtenactivisme. Wij moeten van de dierenwereld ook kunnen genieten vanuit een eigen lichamelijk standpunt, vanuit ons mens-zijn.'Het had nochtans gepast in de tijdsgeest, waarin oudere films en series steeds minder gemakkelijk de tand des tijds blijken te hebben overleefd. De afgelopen maanden kreeg tot voor kort onschuldig vertier als The Simpsons - het personage Apu zou een racistisch stereotype zijn - Friends - 'wit, seksistisch en homofoob', schreef een NRC-journalist - en The Breakfast Club - hoofdactrice Molly Ringwald bekijkt de film naar eigen zeggen met andere ogen in #MeToo-tijden - allemaal een veeg uit de pan in de diversiteits- en identiteitsdebatten. Dieren het respect teruggeven dat ze verdienen in de popcultuur, zou dan de volgende logische stap zijn. Maar Claerbout wil zich niet laten vangen aan tendentieuze inzet. 'Op het moment dat die uit de mode raakt, is ze vergeten.''We mogen ons niet constant verontschuldigen voor al het leed in de wereld. Uiteindelijk is het enige wat je dan doet stilzitten, naar iedereen luisteren en jezelf verontschuldigen omdat je niet alles weet. Je hoort bijvoorbeeld dat alle acteurs in Dunkirk blank zijn, terwijl er weldegelijk zwarten meevochten in de Tweede Wereldoorlog. Zelf was je je daar niet van bewust en kun je enkel maar eindeloos zwijgen. Maar wie enkel luistert, spreekt niet en krijgt dus ook niet de kans om foute dingen te zeggen en iets bij te leren.''Je kúnt niet alles weten, niemand kan 360 graden om zich heen kijken en alles in zich opnemen. Dat weten we, maar tegelijk verwachten we wel van elkaar dat we denken zoals het internet, een vat van data dat zich tot niks engageert en alles opslorpt. Zo zitten wij niet in elkaar. Wij zijn mensen, wij denken in ideologieën.' 'Door dat te negeren, ontstaat er een cultuur van aflaten, van sorry zeggen voor alles. De kunstwereld lijdt daar ook onder. Biënnales zijn opsommingen geworden van goedbedoelende projecten, die twee op de drie keer een postkoloniaal verhaal willen vertellen.'***The Pure Necessity toert nu al enkele jaren langs de galeries, maar wordt ook af en toe in de reguliere bioscoop vertoond. Iets waar Claerbout niet vrolijk van wordt, en niet alleen omdat hij op het slappe koord tussen parodie en plagiaat danst. Hij vertelt hoe het Internationale Filmfestival van Rotterdam hem wilde programmeren, 'een absolute nachtmerrie'. Tegelijk wil hij met de film wel iets zeggen over de bioscoop én over haar bezoekers. 'Ik begin te begrijpen waarom de bioscoop zo belangrijk is geworden na Wereldoorlog II. Het heeft iets te maken met naast elkaar zitten, zwijgend en in stilte. Naar de film gaan is een vorm van sociale cohesie zonder woorden, de dialoog wordt overgenomen door de film zelf.''We zijn nog altijd onderworpen aan het bewegende beeld, maar de bioscoop, dat is voorbij. We kijken nu op deze dingen (wijst naar zijn smartphone). De bioscoop is uiteen gevallen in individuen, en dat valt nog meer op wanneer de film, waar wij onze sociale interactie aan uitbesteden, stilvalt. Jij staart naar mijn personages en zij staren terug.'David Claerbout beschreef The Pure Necessity ooit als 'een laatkapitalistische versie van The Jungle Book', zonder daar verdere uitleg bij te geven. Ik werp hem de metafoor weer voor de voeten. 'De originele film uit 1967 is het kapitalisme zoals het toen wilde gezien worden: als het beste systeem van de klas, dat de kleine man, Mowgli in dit geval, toelaat om te emanciperen. Er wordt voor hem gezorgd in de jungle, zelfs door de roofdieren. Vandaag heerst een ongebreidelde variant van het kapitalisme, die van vader en zoon Bush en Margaret Thatcher. 'There is no such thing as society. There are individual men and women, and there are families', heeft ze ooit gezegd. En zo is het ook in The Pure Necessity: Mowgli is eruit, niemand zorgt nog voor elkaar en mijn personages zijn eenzaam.'Nog zo'n opmerking die er bijna terloops uitkomt bij hem: 'Er is iets nieuws aan het gebeuren met het mechanisch geproduceerde beeld.' 'Vroeger kwamen alle beelden die we zagen uit onze gedachten. We beeldden ons in hoe iets eruitzag en maakten op basis van dat hersenspinsel een schilderij, beeldhouwwerk of tekst. De komst van de fotografie objectiveerde het beeld en maakte het tot geldig bewijsmateriaal. De dingen waren gebeurd zoals ze op de foto stonden. De lens van het fototoestel kwam tussen de mens en het object te staan en objectiveerde zo de gemaakte beelden.''Nu zie je dat die lens verdwijnt en we teruggaan naar een soort digitale schilderkunst. De eerste fase is paranoia, en daar zijn we nu al. Wie steekt nog zijn hand in het vuur voor de beelden die hij ziet? Wat de toekomst zou kunnen brengen, zie je nu al in door artificiële intelligentie gestuurde films, waarin je aan de cloud kunt vragen om het hoofd van Angela Merkel op het lichaam van een pornomodel te plakken, zonder dat iemand merkt dat de beelden getrukeerd zijn.' 'Every imagery is human generated. Wij zijn de makers van de beelden die wij zien, en dat is een confronterende gedachte om bij stil te staan als je de objectiviteit van de lens gewend bent. Maar er zit een nieuwe beeldcultuur aan te komen, vanuit het spanningsveld tussen mens en technologie.'