Droogkomische voice-overs, rechthoekige beeldcomposities, perfect uitgebalanceerde kleuren, ritmische montagestukjes, ambachtelijke kostuums en decors, en met uitgestreken gezicht geserveerde deadpanhumor. Niemand die met zo veel branie en flair Wes Anderson-pastiches brengt als Wes Anderson, en dat is met The French Dispatch - een omnibusfilm die normaal vorig jaar al de Croisette in strakke cadans had moeten opmarcheren - niet anders. Tres au contraire.
...

Droogkomische voice-overs, rechthoekige beeldcomposities, perfect uitgebalanceerde kleuren, ritmische montagestukjes, ambachtelijke kostuums en decors, en met uitgestreken gezicht geserveerde deadpanhumor. Niemand die met zo veel branie en flair Wes Anderson-pastiches brengt als Wes Anderson, en dat is met The French Dispatch - een omnibusfilm die normaal vorig jaar al de Croisette in strakke cadans had moeten opmarcheren - niet anders. Tres au contraire. Anderson, die zijn eurofilie al uitbundig demonstreerde in The Grand Budapest Hotel, geeft je een proloog en een epiloog die meticuleus precies ophangen worden aan de redactie van een Amerikaanse, losjes op The New Yorker gebaseerde krant in de imaginaire, Franse stad Ennui-sur-Blasé, ergens in een vergeeld retrotijdperk. Plus: drie artikels, lees: kortfilms waarin enkele verhalen uit de krant omstandig en in Andersons archetypische stijl worden verbeeld. Soms in uitgekiende snoeptinten, soms in beeldig zwart-wit, soms in 4/3 formaat, soms in cinemascoop. ER is het verhaal van schilder-moordenaar Benicio del Toro en zijn muze annex cipier Léa Seydoux. Er is clash der seksen met Timothee Chalamet als rebelse studentenleider en Frances McDormand als Mavis Gallant-lookalike. Er is Jeffey Wright die zijn beste James Baldwin-imitatie en dandy seventiespak bovenhaalt in een uitzinnig detectiveverhaal over een chef-kok. En tussendoor passeren knipogen naar Jacques Tati, Jean-Pierre Melville, Sartre, Camus, Godard, Truffaut et les autres de kraaknette, op muziek van Alexandre Desplat geritmeeerde revue, alsof Anderson je een blauwdruk wil geven van de Franse cultuur van de na de Tweede Wereldoorlog. Het heeft iets encyclopedisch en gezwollen, als een poppy soufllévariant op Peter Greenaway, en veel gewicht zit er niet onder de vakkundige artificiële machinerie, in die mate zelfs dat het bij momenten een geanimeerd design- en modemagazine uit de fifties, sixties en seventies dreigt te worden, alsof je van artikel naar artikel, van reclamebeeld naar reclamebeeld, van prentkaart naar prentkaart bladert, tot overdaad dreigt en ennui zich manifesteert, maar wat Anderson verkoopt is gelukkig wel nog altijd goede smaak, cinefilie en joie de vivre. Geen film die zich kan meten met The Royal Tenenbaums of The Grand Budapest Hotel, wel opnieuw een ambachtelijk merveille om naar te kijken.