Willem Dafoe en Robert Pattinson spelen in The Lighthouse twee van de buitenwereld afgesneden vuurtorenwachters op een eiland dat geteisterd wordt door een eindeloze storm, boosaardige meeuwen en mysterieuze verschijningen. Je zou van minder gek worden. Het machtsspel tussen de bazige oude man en de jonge binnenvetter moet in zulke omstandigheden wel slecht aflopen.

Maar niet het verhaal maakte van The Lighthouse met zeemijlen voorsprong dé hype van Cannes, wel de stilering en de hypnotiserende, hoogst eigenaardige sfeer. Al kan niet iedereen het vooroorlogse vierkante formaat, het intense, dramatische zwart-wit en de theatrale zeemanstaal smaken. Drie weken geleden weerklonk zelfs wat boegeroep op het Festival du Cinéma Américain in Deauville. Dat weerhield de jury onder leiding van Catherine Deneuve er overigens niet van om regisseur Robert Eggers te belonen met de juryprijs.

We hebben bijna geen wind- en regenmachines gebruikt voor The Lighthouse. Niets zo geloofwaardig als een echte storm.

Robert Eggers

De scenarist-regisseur uit Brooklyn ligt niet wakker van de sterk uiteenlopende reacties. ' The Lighthouse was het minst commerciële project in mijn schuif. Toch raakte net deze film gefinancierd. Ik weet ook wel dat ik enkele gewaagde keuzes heb gemaakt. De genre-elementen liggen er vingerdik op, de symboliek is belachelijk opzichtig...Maar, goed of slecht, het is de film die ik wilde maken. Sommige kijkers willen een taart in mijn gezicht duwen, anderen snappen wat ik probeer te doen', grijnsde Eggers in Deauville.

Horrorparaplu

Eggers verhaal loopt gelijk met dat van Ari Aster, de eveneens Amerikaanse regisseur die vorig jaar furore maakte met Hereditary en deze zomer met Midsommar. Beiden hebben meer voeling met de grote Europese auteurscinema dan met de mainstreamfilms uit eigen land. Beiden raakten enkele frustrerende jaren niet vooruit. Beiden kregen uiteindelijk de kans om een ambitieuze, persoonlijke film te maken, op voorwaarde dat ze min of meer van het horrorgenre vertrokken. Beiden lieten die kans niet liggen.

Aster maakte uiteindelijk Hereditary, Eggers won in 2015 op het Sundancefestival de prijs voor beste regisseur met het onheilspellend sprookje The Witch. 'De grote Hollywoodstudio's financieren alleen nog franchisefilms maar kleinere of onafhankelijke studio's durven wel nog risico's nemen en persoonlijke films en echte cinema te ondersteunen', zegt hij daarover. 'De voorwaarde is wel dat je het financiële vangnet spant dat een genrefilm biedt. Het is een fijne tijd voor wie 'binnen het genre' unieke films wil maken, mensen als David Robert Mitchell, Ari Aster, Jordan Peele, Jennifer Kent, en mezelf.'

'Horrorfilm' is hier wel een enigszins misleidende term. Zoals Dafoe opmerkte: ' The Lighthouse is minder Friday the 13th dan Tarkovski.' Eggers vindt de term zelfs niet juist: 'De film is niet eng. Er zitten horrorelementen in maar dat maakt er nog geen horrorfilm van.' Maar pure Tarkovski is het evenmin. 'De canonieke Europese arthouseregisseurs uit de twintigste eeuw zijn mijn favorieten. Ik bewonder Ingmar Bergman en Andrej Tarkovski maar ik ga er wel van uit dat zij wat ik doe maar sensatiebelust en dom zouden vinden.'

Van zijn debuut The Witch zegt hij nu dat het een film is die zichzelf vreselijk ernstig neemt en dat wil hij met The Lighthouse corrigeren. 'Op wat grappige dingetjes met de tweeling na was The Witch humorloos. Dat kon beter. Ik bedacht me hoe Tarkovski meestal humorloos was terwijl zijn grote held Dostojevski net hilarisch was. Je rolt over de grond van het lachen als je Dostojevski leest - sorry trouwens voor de hoogdravende referenties. In elk geval, mijn conclusie was: als ik nog een miserabele film maak, dan moeten we toch minstens ook kunnen lachen.'

null © GF

Bevroren tenen

De opnames van The Lighthouse waren allesbehalve een lachertje. Eggers trok naar Cape Forchu, een vulkanisch schiereiland in het zuiden van de Canadese provincie Nova Scotia. 'Het was slopend, ijzig koud en ellendig in elk opzicht. Er waren geen bomen en de wind waaide meedogenloos. Zelfs als ik op een armlengte van Willem en Rob bleef kon ik hen niet horen, omdat ze door de wind werden overstemd. We hebben bijna geen wind- en regenmachines gebruikt. Het zotste, meest dramatische weer in de film hebben we moeten doorstaan. Niets zo geloofwaardig als een echte storm', grijnst de regisseur.

Op het schiereiland bouwde hij - Eggers verdiende zijn sporen als setdesigner - een meer dan twintig meter hoge, functionerende vuurtoren. 'Het duurste van de hele film was de fresnellens, de trappenlens die we voor het licht van onze vuurtoren hebben laten maken. Daar konden we zestien zeemijlen ver mee schijnen maar ze woog wel twee ton. Onze tijdelijke toren moest dat gewicht kunnen dragen. We hebben de toren dan ook nog in de winter gebouwd, terwijl het zeewater de steigers bevroor. Het dorp vlakbij wilde de vuurtoren laten staan omdat hij zo pittoresk is en misschien wel toeristen kon lokken. Maar enkel de bijbehorende barak zou hebben kunnen blijven. De vuurtoren zelf was niet uit echte steen opgetrokken. Die zou binnen de kortste keren gedesintegreerd zijn.'

De opnames schoten ook niet op omdat de crew in Nova Scotia nauwelijks ervaring had met op 35 millimeter en in zwart-wit draaien. Maar ook hier wilde Eggers geen compromis sluiten. 'Zowat het eerste wat ik in mijn script geschreven heb, was dat er op 35 millimeter gedraaid moest worden. Sterker nog: dat beeldformaat lag al veel langer vast. In de periode dat ik niemand bereid vond om The Witch te financieren, vertelde mijn broer me tijdens het eten over een scenario waar hij aan werkte. Hij wilde een spookverhaal in een vuurtoren situeren. Ik was stikjaloers op dat idee. Ik dacht onmiddellijk aan een op 35 millimeter gedraaide zwart-witfilm met een roestige, muffe, tactiele atmosfeer, een film die naar pijptabak en zoute kabeljauw ruikt. Voor alle duidelijkheid: dat was totaal niet waar mijn broer aan werkte, dat was wat ik me voorstelde.'

Uiteindelijk werkten de broers Eggers samen een nieuw scenario uit, gedeeltelijk geïnspireerd door het waargebeurde verhaal van twee vuurtorenwachters uit Wales die begin negentiende eeuw vastzaten tijdens een storm. Voor het merkwaardig maritieme taaltje van Dafoes personage lieten ze zich inspireren door de romans van Herman Melville en Robert Louis Stevenson. 'Ik ben dol op research. Ik vind niet dat alles historisch correct moet zijn maar ik vind dat je wel moet weten wat historisch correct is.'

Het vierkante beeldformaat van de vroege geluidsfilm vindt Eggers 'schitterend om zowel vuurtorens als de smoelen van Robert Pattinson en Willem Dafoe te filmen'. Om de beelden nog meer te laten lijken op de laat-negentiende-eeuwse fotografie ontwikkelde de firma Schneider een speciale filter en werden vintage Baltarlenzen gebruikt. 'Het dompelt je onder in het verleden én het brengt al de poriën en al de gezichtsbeharing van Rob en Willem op de voorgrond. Wat wil je nog meer?' Misschien dat distributeur Sony zich bedenkt en The Lighthouse alsnog een kans gunt in de Belgische bioscopen?

The Lighthouse

9/10 om 20 uur, 13/10 om 22 uur, 15/10 om 17.30 uur, Kinepolis.

Robert Eggers

© WireImage

36-jarige scenarist en filmregisseur uit New York.

Komt aanvankelijk rond als theaterregisseur en production designer.

Wint met The Witch in 2015 de prijs voor beste regisseur op het Sundancefestival.

Broedt lange tijd op een plan om de bijna honderd jaar oude vampierenfilm Nosferatu te updaten.