Robbe De Hert werd op 20 september 1942 in het Britse Farnborough geboren als Robin François De Hert. Als stichtend lid van het filmcollectief Fugitive Cinema (1966) wilde hij de Belgische film een sociale dimensie geven. In 1980 regisseerde hij De Witte van Sichem, gebaseerd op het boek van Ernest Claes. Bijna 600.000 mensen gingen De Herts' De Witte zien. In de jaren daarop regisseerde De Hert nog onder meer Brylcream Boulevard (1995), Gaston's War (1997) en de Elsschot-verfilming Lijmen/Het Been (2000).

'Schat, ik wil films maken, snap je dat niet? ', zei een 74-jarige De Hert in Humo. Even typisch als zijn sjaaltje en het in sappig Antwerps uitgesproken 'schat' waren zijn uithalen naar de filmcommissie en later het VAF, die hij verweet zijn films niet te willen financieren. Maar de laatste tijd kwam hij alleen nog in de pers met zijn slabakkende gezondheid en zijn schrijnende armoede. 'Er zitten muizen in mijn slaapkamer', kloeg de voormalige regisseur vanuit zijn OCMW-appartement in het weekblad Dag Allemaal, begin 2017.

Het grootste succes had Robbe De Hert met zijn versie van De Witte. Ook Zware jongens was met 365.000 bezoekers een kassucces. Ondanks het succes van die twee films is De Hert altijd blijven betreuren dat hij de roman Pieter Daens van Louis Paul Boon nooit heeft kunnen verfilmen. Zijn scenarist Fernand Auwera zei in 2010 aan De Morgen dat hij De Witte maakte om te bewijzen dat hij een langspeelfilm kon maken: ' "Wel, ik heb bewezen dat ik het kan. Nu ga ik doen wat ik altijd heb willen doen: Pieter Daens van Louis Paul Boon verfilmen." We hebben er acht, negen jaar aan gewerkt. Maar de toenmalige filmcommissie had steeds bezwaren, wellicht omdat ons project zo politiek gevoelig lag. Uiteindelijk heeft Robbe moeten opgeven en heeft hij de rechten verkocht aan Dirk Impens. Hij zette Stijn Coninx op het project en de rest is geschiedenis.'

Sociaal geëngageerde, innovatieve en fatalistische cinema

Zijn carrière begon de Hert al in 1963. Hij wilde eigenlijk 'filmstaar' worden in Londen, omdat je daar 'niets voor moet kunnen'. Dat de in Engeland geboren De Hert daar toch niet in geslaagd is, wijtte hij zelf aan zijn Engels accent, 'dat nog platter is dan mijn Vlaams'. Maar tegelijk besefte hij dat, wilde hij ooit in een film te zien zijn, hij die zelf zou moeten draaien. De vrouw van zijn toenmalige baas schoot hem 15.000 frank voor, en daarmee kocht hij een camera, wat lenzen en pellicule. Na wat toelichting in de winkel kon hij beginnen filmen. De Hert zei altijd dat dat het grote verschil was tussen hem en Orson Welles: 'Welles heeft drie uur filmopleiding gehad, ik enkele minuten'.

Voor De Hert was de boodschap van een film belangrijk, en dat verweet hij de jongere generatie cineasten. 'Onze generatie ging meer de toer van de Franse cinema op', zei hij in Humo. 'Er zat meer maatschappelijke diepgang in. In De Witte van Sichem zit een grote dosis sociaal engagement.

Met zijn collectief Fugitive Cinema wilde hij in de jaren 60 af van de klassieke Vlaamse literatuurverfilming. De Hert en medestanders als Guido Henderickx en Patrick Le Bon tekenden voor een sociaal geëngageerde, innovatieve en fatalistische cinema, geïnspireerd op het werk van Amerikaanse regisseurs als John Cassavetes. Van dat collectief verschenen in de jaren zestig aan de lopende band kortfilms en reportages.

Over zijn vroeger werk zou hij later zeggen dat het 'experimenteler' en 'meer verankerd in de tijdsgeest was'. 'Toen ik De Witte kon draaien, zag ik dat als een buitenkans die ik moest aannemen, hoewel mijn linkse vrienden dat als verraad zagen.'

Dan toch, Hollywood aan de Schelde

Na zijn laatste film, Lijmen/Het Been, bleef De Hert met filmplannen rondlopen. Zo werkte hij al sinds begin jaren 90 aan Hollywood aan de Schelde, een documentaire over de Vlaamse filmgeschiedenis. Een testmontage werd, volgens De Hert, afgekeurd door de Filmcommissie en leidde ertoe dat de regisseur berooid achterbleef - hij had zijn hele pensioen in de documentaire geïnvesteerd. Hij bleef eraan voortwerken, maar wilde niet langer steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds. 'Ik ben moe, schat', klonk het in september 2016 in Het Laatste Nieuws. 'Het zware leven heeft zijn tol geëist', zei hij in Humo. 'Mijn wankele gezondheid, dat heb ik aan mezelf te danken.'

De Hert vond dat hij niet de erkenning kreeg die hij verdiende. 'Als ik nog doorga, is daar maar één reden voor: de erkenning in m'n eigen stad', zei hij in 2016 in Het Laatste Nieuws. Mensen klampen me hier nog élke dag aan. Ik word nog élke dag gefeliciteerd.' In Knack ging het in 2011 ook over de erkenning, en reacties van mensen op straat. 'De mensen kunnen op een ongelofelijke manier laten zien dat ze je graag hebben. Dat streelt niet alleen mijn ijdelheid, het doet me ook vergeten welke problemen ik allemaal heb.'

De laatste jaren van zijn leven woonde De Hert in een OCMW-flatje op Antwerpen-Zuid. Er was een schuldbemiddelaar aangesteld en hij moest rondkomen met 400 euro per maand. Dat noemde hij, in 2011 in Knack, 'vernederend voor Vlaanderen'. Begin 2017 werd De Hert nog eens in dat flatje opgezocht door het weekblad Dag Allemaal. Er kwam meteen reactie op de reportage: een 60-jarige kennis van De Hert en een student sloegen de handen in mekaar om een crowdfundingcampagne te starten onder het motto: 'Een man die zo veel betekend heeft, verdient hulp.' Bedoeling van de crowdfunding was om De Hert een menswaardige oude dag te geven en hem de kans te geven om zijn filmproject Hollywood aan de Schelde alsnog van de grond te krijgen.

Dat lukte. De Hert kon 125.000 euro voor de productie van Hollywood aan de Schelde ophalen. De film ging in 2018 in première. Datzelfde jaar kreeg hij er ook een ster van het Filmfestival van Oostende voor. Hollywood aan de Schelde kan beschouwd worden als het magnum opus van De Hert. De twee uur durende documentaire vertelt de geschiedenis van de Vlaamse film, in de vorm van een pak archiefbeelden en interviews. Zowat alle invloedrijke figuren en stromingen komen aan bod, maar er is ook plaats voor grappige anekdotes. De lange productietijd maakt ook dat de docu gesprekken bevat met intussen overleden iconen als Hugo Claus, Nand Buyl en Edith Kiel. (Belga)

Robbe De Hert werd op 20 september 1942 in het Britse Farnborough geboren als Robin François De Hert. Als stichtend lid van het filmcollectief Fugitive Cinema (1966) wilde hij de Belgische film een sociale dimensie geven. In 1980 regisseerde hij De Witte van Sichem, gebaseerd op het boek van Ernest Claes. Bijna 600.000 mensen gingen De Herts' De Witte zien. In de jaren daarop regisseerde De Hert nog onder meer Brylcream Boulevard (1995), Gaston's War (1997) en de Elsschot-verfilming Lijmen/Het Been (2000).'Schat, ik wil films maken, snap je dat niet? ', zei een 74-jarige De Hert in Humo. Even typisch als zijn sjaaltje en het in sappig Antwerps uitgesproken 'schat' waren zijn uithalen naar de filmcommissie en later het VAF, die hij verweet zijn films niet te willen financieren. Maar de laatste tijd kwam hij alleen nog in de pers met zijn slabakkende gezondheid en zijn schrijnende armoede. 'Er zitten muizen in mijn slaapkamer', kloeg de voormalige regisseur vanuit zijn OCMW-appartement in het weekblad Dag Allemaal, begin 2017. Het grootste succes had Robbe De Hert met zijn versie van De Witte. Ook Zware jongens was met 365.000 bezoekers een kassucces. Ondanks het succes van die twee films is De Hert altijd blijven betreuren dat hij de roman Pieter Daens van Louis Paul Boon nooit heeft kunnen verfilmen. Zijn scenarist Fernand Auwera zei in 2010 aan De Morgen dat hij De Witte maakte om te bewijzen dat hij een langspeelfilm kon maken: ' "Wel, ik heb bewezen dat ik het kan. Nu ga ik doen wat ik altijd heb willen doen: Pieter Daens van Louis Paul Boon verfilmen." We hebben er acht, negen jaar aan gewerkt. Maar de toenmalige filmcommissie had steeds bezwaren, wellicht omdat ons project zo politiek gevoelig lag. Uiteindelijk heeft Robbe moeten opgeven en heeft hij de rechten verkocht aan Dirk Impens. Hij zette Stijn Coninx op het project en de rest is geschiedenis.' Zijn carrière begon de Hert al in 1963. Hij wilde eigenlijk 'filmstaar' worden in Londen, omdat je daar 'niets voor moet kunnen'. Dat de in Engeland geboren De Hert daar toch niet in geslaagd is, wijtte hij zelf aan zijn Engels accent, 'dat nog platter is dan mijn Vlaams'. Maar tegelijk besefte hij dat, wilde hij ooit in een film te zien zijn, hij die zelf zou moeten draaien. De vrouw van zijn toenmalige baas schoot hem 15.000 frank voor, en daarmee kocht hij een camera, wat lenzen en pellicule. Na wat toelichting in de winkel kon hij beginnen filmen. De Hert zei altijd dat dat het grote verschil was tussen hem en Orson Welles: 'Welles heeft drie uur filmopleiding gehad, ik enkele minuten'. Voor De Hert was de boodschap van een film belangrijk, en dat verweet hij de jongere generatie cineasten. 'Onze generatie ging meer de toer van de Franse cinema op', zei hij in Humo. 'Er zat meer maatschappelijke diepgang in. In De Witte van Sichem zit een grote dosis sociaal engagement. Met zijn collectief Fugitive Cinema wilde hij in de jaren 60 af van de klassieke Vlaamse literatuurverfilming. De Hert en medestanders als Guido Henderickx en Patrick Le Bon tekenden voor een sociaal geëngageerde, innovatieve en fatalistische cinema, geïnspireerd op het werk van Amerikaanse regisseurs als John Cassavetes. Van dat collectief verschenen in de jaren zestig aan de lopende band kortfilms en reportages. Over zijn vroeger werk zou hij later zeggen dat het 'experimenteler' en 'meer verankerd in de tijdsgeest was'. 'Toen ik De Witte kon draaien, zag ik dat als een buitenkans die ik moest aannemen, hoewel mijn linkse vrienden dat als verraad zagen.' Na zijn laatste film, Lijmen/Het Been, bleef De Hert met filmplannen rondlopen. Zo werkte hij al sinds begin jaren 90 aan Hollywood aan de Schelde, een documentaire over de Vlaamse filmgeschiedenis. Een testmontage werd, volgens De Hert, afgekeurd door de Filmcommissie en leidde ertoe dat de regisseur berooid achterbleef - hij had zijn hele pensioen in de documentaire geïnvesteerd. Hij bleef eraan voortwerken, maar wilde niet langer steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds. 'Ik ben moe, schat', klonk het in september 2016 in Het Laatste Nieuws. 'Het zware leven heeft zijn tol geëist', zei hij in Humo. 'Mijn wankele gezondheid, dat heb ik aan mezelf te danken.'De Hert vond dat hij niet de erkenning kreeg die hij verdiende. 'Als ik nog doorga, is daar maar één reden voor: de erkenning in m'n eigen stad', zei hij in 2016 in Het Laatste Nieuws. Mensen klampen me hier nog élke dag aan. Ik word nog élke dag gefeliciteerd.' In Knack ging het in 2011 ook over de erkenning, en reacties van mensen op straat. 'De mensen kunnen op een ongelofelijke manier laten zien dat ze je graag hebben. Dat streelt niet alleen mijn ijdelheid, het doet me ook vergeten welke problemen ik allemaal heb.'De laatste jaren van zijn leven woonde De Hert in een OCMW-flatje op Antwerpen-Zuid. Er was een schuldbemiddelaar aangesteld en hij moest rondkomen met 400 euro per maand. Dat noemde hij, in 2011 in Knack, 'vernederend voor Vlaanderen'. Begin 2017 werd De Hert nog eens in dat flatje opgezocht door het weekblad Dag Allemaal. Er kwam meteen reactie op de reportage: een 60-jarige kennis van De Hert en een student sloegen de handen in mekaar om een crowdfundingcampagne te starten onder het motto: 'Een man die zo veel betekend heeft, verdient hulp.' Bedoeling van de crowdfunding was om De Hert een menswaardige oude dag te geven en hem de kans te geven om zijn filmproject Hollywood aan de Schelde alsnog van de grond te krijgen. Dat lukte. De Hert kon 125.000 euro voor de productie van Hollywood aan de Schelde ophalen. De film ging in 2018 in première. Datzelfde jaar kreeg hij er ook een ster van het Filmfestival van Oostende voor. Hollywood aan de Schelde kan beschouwd worden als het magnum opus van De Hert. De twee uur durende documentaire vertelt de geschiedenis van de Vlaamse film, in de vorm van een pak archiefbeelden en interviews. Zowat alle invloedrijke figuren en stromingen komen aan bod, maar er is ook plaats voor grappige anekdotes. De lange productietijd maakt ook dat de docu gesprekken bevat met intussen overleden iconen als Hugo Claus, Nand Buyl en Edith Kiel. (Belga)