Patrick Duynslaegher: Op een stuk of zeven na misschien, van de honderdtwintig. Maar daar moet ik meteen bij zeggen dat programmator Wim De Witte en ik in feite hónderden films hebben gezien om tot die selectie te kunnen komen.
...

Patrick Duynslaegher: Op een stuk of zeven na misschien, van de honderdtwintig. Maar daar moet ik meteen bij zeggen dat programmator Wim De Witte en ik in feite hónderden films hebben gezien om tot die selectie te kunnen komen. Een buiging! Nu even vervelend doen: je mag ons één titel aanraden. Duynslaegher: Ons thema is dit jaar Italië, en daarvoor hebben we zowel oud als nieuw werk geselecteerd. Zoals bijvoorbeeld Teorema van Pier Paolo Pasolini, uit 1968. De film speelt zich af in een Milanees gezin: een vader die industrieel is, zijn echtgenote, een dochter, zoon en meid. Op een dag daagt een vreemdeling met een engelachtige uitstraling op, gespeeld door een jonge Terence Stamp, die met elk van de gezinsleden een seksuele relatie heeft. Wanneer hij even plots weer verdwijnt als hij is gekomen, kunnen die vijf personages hun leven niet zomaar verderzetten. Ze zijn volledig ontwricht, omdat die vreemdeling hun angsten en frustraties, hun verborgen gevoelens en verlangens naar boven heeft gehaald. Wat die film zo gedurfd maakte, is dat Pasolini een mix had gevormd van seksualiteit, mystiek, marxisme en de psychologie van Freud. Je kunt je niet voorstellen dat vandaag nog zo'n film wordt gemaakt, of toch niet dat die een kans krijgt in het reguliere circuit, zoals toen het geval was.Waarvoor vind je naast cinema nog tijd? Duynslaegher: Wel, ik heb afgelopen zomer op vakantie in Bologna een museum ontdekt van Giorgio Morandi, een Italiaanse schilder en tekenaar. Wat mij zo aan hem boeit, is dat hij het tegengestelde is van een Picasso, die allerlei stijlen en vele soorten plastische en picturale expressie in zijn werk toont. Morandi heeft met heel weinig heel veel gedaan. Hij heeft altijd in Bologna gewoond en gewerkt - als enige grote Italiaanse figuur is hij nooit naar Parijs geweest. Zijn atelier was ook zijn woonkamer. Het zicht vanuit zijn raam is het enige landschap dat hij geschilderd heeft. Hij is vooral bekend voor zijn stillevens, met kruiken, flessen, saladekommen, potten ... De zacht geschakeerde kleuren zijn daarbij heel belangrijk. Dat heet tonaal intimisme: door de kleuren word je dichter bij die wereld betrokken. Ja, ik vind dat zeer grote kunst. Heb je ook een muzikant van wie je iets gelijkaardigs kunt zeggen? Duynslaegher: Ik zit nu in een periode waarin ik veel naar Ella Fitzgerald luister. Dat doe ik weliswaar al decennialang, maar soms deemstert dat een beetje weg. Tot ik op Facebook bijvoorbeeld een filmje open waarin zij Mac the Knife zingt, dan ben ik zo weer in de ban van die stem, die figuur. Ik vind haar zowat de evenknie van Frank Sinatra, hoewel haar carrière en persoonlijkheid niet zo spectaculair waren. Haar fluwelen stem is een uit de duizend. Daarmee zingt ze al die tijdloze liedjes uit het Great American Songbook, met de grootste orkesten bovendien: Count Basie, Duke Ellington, Nelson Riddle, Billy May. Voor mij kan niemand aan haar bereik en expressie tippen.