Wat betekent het om blank, Afrikaner en homo te zijn binnen een systeem dat teert op toxisch machismo en institutioneel racisme? Oliver Hermanus onderzocht het al in zijn doordringende doorbraakfilm Skoonheid (2011), waarin hij zonder remmingen inzoomt op een Zuid-Afrikaanse pater familias die zich aan zijn schoonzoon vergrijpt.
...

Wat betekent het om blank, Afrikaner en homo te zijn binnen een systeem dat teert op toxisch machismo en institutioneel racisme? Oliver Hermanus onderzocht het al in zijn doordringende doorbraakfilm Skoonheid (2011), waarin hij zonder remmingen inzoomt op een Zuid-Afrikaanse pater familias die zich aan zijn schoonzoon vergrijpt. In zijn vierde langspeler Moffie, gebaseerd op de semi-autobiografische bildungsroman van André Carl van der Merwe, behandelt hij die beladen thema's opnieuw. Dat doet Hermanus - zelf gay en met gemengde roots - dit keer in het zog van een blanke tiener die zijn legerdienst doet anno 1981, ten tijde van het apartheidsregime. Zijn naam is Nicholas, een blonde, naïeve knul uit een gegoede boerenfamilie die zijn raciaal gesegrereerde vaderland graag wil dienen, tot hij tijdens de bootcamps, drilsessies en verkenningstochten langs de grens met vijand Angola almaar meer moeite ondervindt om zijn gevoelens voor een van zijn strijdmakkers te verbergen. Moffie - het Afrikaanse scheldwoord voor flikker - is een ontroerend en visueel oogstrelend oorlogsdrama dat brutaliteit en sensualiteit hand in hand laat marcheren, in het broeierige niemandsland tussen Stanley Kubricks Full Metal Jacket en Claire Denis' Beau travail in. Tegelijk is het een gedurfde en gelaagde doorlichting van het apartheidsregime, en hoe dat doordrongen was van homofobie. In de regiestoel zat een filmmaker van gemengde komaf die tot in 1994, toen Nelson Mandela werd verkozen tot president, nog 'kleurling' werd genoemd. 'Ik heb lang getwijfeld of ik wel de geschikte persoon was om dit verhaal te verfilmen', aldus Hermanus, die momenteel in Londen woont, waar hij een nieuwe, door Nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro gepende adaptatie van Akira Kurosawa's klassieker Ikiru aan het voorbereiden is. 'Het apartheidsregime benaderen vanuit het white trauma is niet de insteek die je verwacht van een hedendaagse Zuid-Afrikaanse film. Bovendien ben ik niet blank, en tot hiertoe schreef ik mijn films altijd zelf. Maar het boek van Van der Merwe greep me erg aan. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik begreep dat het ging over schaamte, indoctrinatie, verloren onschuld en machtsmisbruik. Ik zag de kans om te tonen dat apartheid ons allemaal heeft getroffen. In de eerste plaats natuurlijk de zwarte Zuid-Afrikanen, maar ook een deel van de blanke bevolking - politieke dissidenten en homo's - die niet binnen de patriottische propaganda pasten. Ook zij hebben afgezien, werden rechten ontnomen of in de gevangenis gestopt. Ik en mijn ouders, die hun leven lang politiek geëngageerd en lid van het ANC waren, kennen genoeg mensen die daarover kunnen getuigen.' Je bent geboren in 1983, en hebt het apartheidsregime dus enkel als kind meegemaakt. Oliver Hermanus: Ik was tien toen Mandela aan de macht kwam, maar het verleden is bij ons nog niet voorbij. Als je een Zuid-Afrikaanse filmmaker bent, dan weet je dat je op een gegeven moment het apartheidsverleden zult moeten behandelen. Racisme en segregatie zijn nog altijd realiteiten, alleen niet meer officieel. (grijnst) De Regenboognatie was een slogan om het verleden weg te wassen, maar dat lukt niet in een of twee generaties tijd. Zuid-Afrika is gefundeerd op toxisch machismo, op het beeld van de blanke, patriarchale Afrikaner die trots is op zijn grond, zijn ras, zijn familie, zijn taal en zijn natie. Dat beeld werd er generaties lang ingeramd op school. Jongens zoals Nicholas, die twee jaar lang het leger in moesten en dus staatseigendom werden in wat de mooiste periode van hun leven had moeten zijn, werd geleerd dat ze enkel zo hun mannelijkheid en loyaliteit konden bewijzen. Zo gaat het er in veel landen nog steeds aan toe, terwijl die identitaire kwesties rond ras, gender, cultuur en geaardheid in andere delen van de wereld meer dan ooit in vraag worden gesteld. Dat maakt Moffie universeel, ook al speelt de film zich af in een specifiek land, in een specifieke tijd. Het is een film die zich op het snijpunt tussen het heden en het verleden, tussen oude en nieuwe samenlevingsvormen bevindt. Alleen leidt de film je naar dat snijpunt met empathie in plaats van met de matrak. Hermanus:(knikt) Dat is volgens mij nog altijd de beste methode om kritische vragen uit te lokken en tot een vorm van verzoening te komen. Ik hoop dat de film de blanken meer openlijk doet praten over het verleden, en dat hij de zwarte Zuid-Afrikanen, die de meerderheid vormen, toont dat zij niet de enige slachtoffers van het apartheidsregime waren. Je gebruikt ook een lyrische stijl, met warme kleuren en beelden in 4:3-formaat. Hermanus: Coscenarist Jack Sidey en ik zijn sterk afgeweken van het boek, en ik heb er ook dingen van mezelf ingestopt die ik aan Nicholas heb gelinkt. Bijvoorbeeld die flashback waarin hij als jongetje voor het eerst 'moffie' wordt genoemd omdat hij kijkt naar naakte mannen aan het zwembad. Dat heb ik op mijn tiende zelf meegemaakt. Het is een moment dat me nog zo voor de geest staat, omdat het zo pijnlijk en vernederend was. Als je 'moffie' wordt genoemd, probeer je je daar aanvankelijk tegen te verzetten door extra stoer en mannelijk te doen, maar zo werkt het natuurlijk niet. We hebben ook verschillende ex-soldaten ontmoet en gesproken, en we konden hun openbare Facebookgroepen volgen waarin ze herinneringen ophalen aan hun soldatentijd. Dat hielp ons om hun rituelen, gewoontes en jargon in kaart te brengen, hoe ze hun bedden opmaakten, baretten droegen en combatboots poetsten. Dergelijke details zijn belangrijk, ook al had ik geen brutale, ultrarealistische oorlogsfilm in gedachten. Het mocht geen Bruce Willis worden. Ik wilde dat je voelde wat de harde fysieke realiteit van die soldaten was, en het is mijn meest robuuste en gespierde film, met explosies en oorlogsscènes. Maar daarnaast wilde ik ook Nicholas' emotionele geografie weergeven. Vandaar dat er intiemere, meer contemplatieve passages in zitten, en dat ik voor het 4:3-formaat heb gekozen. Dat benadrukt het gevoel van beklemming. Had je bepaalde referentiepunten in gedachten?Hermanus: De fotografie - de gesatureerde kleuren, de huidtinten - zijn een hommage aan de Kodak-foto's van de jaren tachtig. De beelden ogen direct en nabij, maar roepen tegelijk een gevoel van afstand en nostalgie op. Wat films betreft waren Gallipoli van Peter Weir, Beau travail van Claire Denis en Platoon van Oliver Stone inspiratiebronnen, en als je bootcamprituelen filmt kun je onmogelijk om Stanley Kubricks Full Metal Jacket heen. Toch heb ik vooraf bewust weinig oorlogsfilms bekeken omdat ik niet in clichés of citaten wilde vervallen. Sommige critici zagen in die volleybalscène in bloot bovenlijf een knipoog naar Top Gun, maar die film kan ik me eerlijk waar amper herinneren. Sorry, Tom Cruise. (lacht)In de film toon je hoe soldaten die ervan verdacht worden 'moffie' te zijn worden opgesloten in Ward 22. Bestond dat homostrafkamp écht? Hermanus: Absoluut. De verantwoordelijke officier van dat kamp vluchtte in de jaren negentig naar Canada maar uiteindelijk lukte het toch om hem op te sporen en te veroordelen. Hij zit nu nog vast, geloof ik. Er werd elektroshocktherapie en chemische castratie toegepast. Er lopen in Zuid-Afrika dus nog steeds mannen rond die door de staat werden gefolterd omdat ze homo waren. Zoals ik al zei: het verleden is bij ons nog lang niet voorbij.