'Laat ons de sluier lichten.' De eerste woorden die weerklinken in Sunset hadden niet beter gekozen kunnen zijn. Lázló Nemes' tweede langspeler baadt in een waas van mysterie, en wanneer 144 raadselachtige minuten later de eindcredits voorbijrollen, zit je met meer vragen dan antwoorden.

Wie is Irisz precies, het hoofdpersonage dat aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog in de chicste hoedenwinkel van Boedapest werkt? Welke familiegeheimen zeult ze mee? In welke duistere, decadente onderwereld dreigt ze terecht te komen? Nemes dwingt je om de puzzel zelf te leggen in zijn somptueus gefilmde en op pellicule gebrande doemfabel.

Geen wonder dat het kronkelige Sunset toen het vorig jaar in Venetië in première ging niet dezelfde verpletterende impact had als Nemes' Holocaustdrama Son of Saul. Maar toch is Sunset, zijn omineuze epos over de schaduwkant van hartland Europa, minstens zo ambitieus en actueel als zijn debuut.

Die destructieve krachten die ik in Sunset tracht te vatten, zijn helaas tijdloos. Kijk maar naar wat er nu weer gebeurt.

Son of Saul was een unaniem bejubelde uppercut waarmee je meteen een Oscar won. Is dat een zegen of een vloek voor een beginnende regisseur?

László Nemes: Het was een leerrijke ervaring. Ik weet dat ik de reputatie heb niet zo tuk te zijn op interviews, maar ze hebben me wel geleerd om mijn films op andere manieren te bekijken. Dankzij jullie journalisten begin ik zelfs Sunset te begrijpen. (lacht)

Nu je er zelf over begint: waarom wilde je per se een film maken die zijn geheimen weigert prijs te geven?

Nemes: Voor mij is cinema in de eerste plaats een ervaring waarin je mensen onderdompelt en zaken verkent die ons intrigeren, die ons menselijk maken. Het mag nooit zomaar een invuloefening of tekstillustratie zijn. Sunset gaat over een jonge vrouw die geconfronteerd wordt met het onbekende, met duistere krachten in zichzelf en de wereld om haar heen. Ik heb geprobeerd dat over te dragen met lange, beweeglijke shots waarin telkens iets onverwachts gebeurt. Ik wil dat de kijker zich ook verloren voelt, maar dat hij net als Irisz blijft zoeken naar aanwijzingen die hem uit het labyrint kunnen helpen. Ik wist dat dat een stuk lastiger zou zijn dan bij Son of Saul, waarin het gevaar en het verhaal concreter zijn. Dat de reacties op Sunset uiteenlopend zijn, neem ik erbij, ook al zijn er veel raakvlakken tussen beide films.

Zoals?

Nemes: Juli Jakab, de actrice die Irisz speelt, deed ook mee in Son of Saul, onherkenbaar in kampplunje en met afgeschoren haar. Ik dacht: haar personage zou vijfentwintig jaar eerder, aan de vooravond van WO I, in Oostenrijk-Hongarije hebben rondgelopen met de mooiste hoeden en kleren aan. Wat is er zo fout kunnen lopen? Hoe kan het dat de briljante Europese beschaving zich zo snel heeft vernietigd? Uit dat beeld en die gedachte is Sunset ontstaan. Niet als een historische verklaring, maar als een poging om die destructieve krachten op film te vatten. En helaas zijn die krachten tijdloos. Kijk naar wat nu opnieuw gebeurt: het oprukkende fascisme en rechts-populisme, in mijn land en in heel Centraal- en Oost-Europa. Het zijn die persoonlijke vragen en angsten die ik tracht te bezweren. Ik geloof dat de sleutel tot veel raadsels van het verleden en de toekomst in Oost-Europa te vinden is. Ook voor de cinema. Billy Wilder, Fritz Lang, Michael Curtiz... Het zijn regisseurs met Oost-Europese roots die Hollywood en de moderne westerse cinema hebben gevormd. We zijn geen verdomhoek van Europa, we vormen er het hart van, en als het hart onrustig klopt, weet je dat er iets mis is met het hele lichaam en met de ziel.

Je hebt Sunset gedraaid op 35 millimeter en wil ook liefst dat de film analoog geprojecteerd wordt. Waarom precies?

Nemes: Tegenwoordig raak je met een digitale camera overal bij, met cgi kun je alles creëren, maar waar is de verbeelding gebleven, de creatieve keuze, de twijfel? Technologie doet ons geloven dat we alles beter weten dan vroeger. Dat we de geschiedenis beter begrijpen omdat we Wikipedia hebben. Dat is gevaarlijke onzin. We zitten vast in een labyrint van algoritmes. Het unieke en de kritische reflex gaan verloren. Het wordt allemaal eenheidsworst. Maar wat ons echt raakt, zijn unieke ervaringen. Wat ons echt vooruithelpt, zijn originele ideeën. In de bioscoop en daarbuiten. Daarom hou ik vast aan pellicule en analoge projecties. De wereld heeft rafelranden. Als cinema een spiegel wil zijn van de wereld moet je die niet uitvlakken, maar omarmen.

Op pellicule filmen is wel duurder en beperkter dan digitaal draaien. Dat vormt voor jou als beeldfetisjist geen bezwaar?

Nemes: De meester toont zich in de beperking. In Sunset zit een knipoog naar Paths of Glory van Stanley Kubrick, die ik enorm bewonder. Als notoir perfectionist deed hij soms honderd takes over één enkel shot. Dat geld en die tijd had ik niet, en dus was ik gedwongen een stuk controle af te staan. Het is zoeken naar de balans tussen rede en intuïtie, perfectie en imperfectie. Dat is de grote uitdaging voor elke filmmaker.

Sunset

Vanaf 15/5 in de bioscoop.

László Nemes

Geboren op 18 februari 1977 in Boedapest, als zoon van filmregisseur András Jeles.

Studeert geschiedenis, internationale politiek en scenarioschrijven.

Werkt als regieassistent van longtakemaestro Béla Tarr, vooraleer in 2007 zijn eerste kortfilm Turelum te draaien.

Zijn debuutfilm Son of Saul (2015) wint de Grand Prix in Cannes en de Oscar voor beste niet-Engelstalige film.

Opvolger Sunset ging vorig jaar in Venetië in première, waar hij gemengd onthaald werd.