'La nuit où jai nagé is een heel klein en kwetsbaar filmpje, maar een van de mooiste die u op het festival kan zien.'
...

'La nuit où jai nagé is een heel klein en kwetsbaar filmpje, maar een van de mooiste die u op het festival kan zien.'De woorden die artistiek directeur Patrick Duynslaegher wijdt aan de nieuwe film van Damien Manivel en Kogei Igarashi zijn allesbehalve min. Voor Manivel is het niet de eerste passage op Film Fest Gent: vorig jaar nog dingde Le Parc mee naar de Explore Zone award, dit jaar is het afwachten of zijn film de hoofdprijs wegkaapt.Na Le parc en Un jeune poète (2014), die zich beiden in de zomer afspelen, had Manivel zin om in de sneeuw te draaien. De film staat met de wonderlijke naturel van de hoofdrolspeler, waarbij de statische beeldtaal doet denken aan die van de Japanse grootmeester Yasujiro Ozu (Late Spring (1949) en Tokyo Story (1953)), de humor zeer fysiek is en de kleuren intens afsteken tegen het sneeuwlandschap van het kleine Japanse dorpje waar Takara en zijn gezin wonen. In Igarashi vond hij zijn partner in crime om een verhaal te vertellen rond de kleine Takara - de Japanse regisseur wou zelf heel graag met een kindacteur werken - die op zoek gaat naar zijn vader, een visser die amper thuis is, om hem een tekening te geven.DAMIEN MANIVEL: Bovenal zijn we vrienden en hadden we zin om samen een film te maken. Het ging ons vooral om wát we wilden vertellen. We zijn allebei erg flexibel en passen ons aan de situaties en problemen die zich voordoen. Net omdat we geen regels hadden opgesteld, verliep onze samenwerking zo vlot. Ook al zijn onze karakters zeer verschillend, we hebben nooit ruzie gemaakt. Zo ben ik op set zeer nerveus waar Igarashi zeer relaxed is.De spontaniteit van hoofdrolspeler Takara Kogawa op het grote scherm is opvallend. MANIVEL: We hebben hem ontmoet op een namiddag toen hij net met zijn gezin een jazzconcert bijwoonde in het dorpje waar we gingen draaien. Hij liep constant als een kleine gek heen en weer in de concertzaal.We nodigden hem uit op de audities, maar die verliepen zeer slecht. Hij was extreem afgeleid, lachte met alles en deed het omgekeerde van wat we hem vroegen. We waren oorspronkelijk dan ook niet van plan hem de rol te geven, ook al intrigeerde hij ons. Op een gegeven moment knaagde er iets aan ons en wisten we dat we hem terug moesten zien. We wisten dat draaien met hem uitdagend ging zijn, maar het heeft de moeite geloond. Het resultaat is een combinatie van onze ideeën en die van Takara.Jullie film draagt een complex gevoel van liefde en afstand uit zonder daarbij gebruik te maken van woorden.MANIVEL: Net om te kunnen praten over de band tussen de vader en zijn zoon en de afstand die hen scheidt, vond ik de afwezigheid van dialogen passend. De stilte ondersteunt de zoektocht van de zoon naar zijn werkende vader en de zo goed als permanente afwezigheid van die vader.Omdat we een universeel thema behandelden, hadden we niet veel woorden nodig. Het was ook onze bedoeling om de toeschouwers echt te laten focussen op Takara. Dialogen zijn dan niet noodzakelijk, maar de geluidsband speelt wél een fundamentele rol.In een vorig leven wijdde je je toe aan dans en acrobatie. Welke invloed heeft dat op jouw films?MANIVEL: In mijn films komt nooit dans voor, maar ik hecht wel veel belang aan lichamen en beweging. Maar net omdat alle gebaren belangrijk zijn, steekt dans paradoxaal genoeg in elke shot de kop op. Al je films spelen zich af in een tijdsspanne van ongeveer 24 uur. Waarom? MANIVEL: Ik hou erg van het uitrekken van één moment, van de intense gewaarwording van de tijd tot in de details te voelen. Alsof we even zouden stoppen en rondkijken om alles tot ons te nemen. Dat idee staat in sterk contrast met het leven zelf, dat voorbij stormt. Ik wil cinema maken die observeert en waarin alles mooi kan zijn. Daartoe tracht ik elke mogelijke hiërarchie te vermijden: een scène waarin iemand zijn laarzen uitdoet, staat op gelijke hoogte met een scène die meer dramatisch is. Ik wil ervoor zorgen dat de kijker op dezelfde manier naar elke scène kijkt. Welke is je mooiste herinnering aan het draaien van La nuit où jai nagé?MANIVEL: Op de laatste draaidag moesten we het huis legen waar we die hele tijd gewoond hadden. De persoon die Takara's speelgoed moest inpakken, had per ongeluk mijn zeemansmuts met hem meegegeven, die ik van mijn vader gekregen heb toen ik klein was. De moeder van Takara belde me op om me te zeggen dat die bij hen terecht gekomen was. Daarop zei ik dat Takara de muts mocht houden, dat het een cadeautje was van mij voor hem. Onlangs belde zijn moeder me op en vertelde ze me dat hij de muts constant draagt en hem niet meer wil afzetten..Hoe zou jij de maniveliaanse cinema omschrijven?MANIVEL: Dat is niet aan mij om te definiëren. (lacht) In Un jeune poète, Le parc en La nuit où j'ai nagé zijn er elementen die terugkomen, bijvoorbeeld melancholie en fysieke humor. Ik probeer films te maken met in oorsprong simpele verhalen. Ik weet dat er mensen zijn die niet van mijn films houden omdat ze niet dramatisch genoeg zijn. Tegelijkertijd is dat net waar ik van hou. Ik heb geen nood aan grote drama's. Het leven zelf is een groot drama, maar er zijn ook die kleine dingen van het leven. Wanneer je die met respect bekijkt, kunnen ze even sterk zijn als het grootste dramatische moment.