Amper drie maanden na de wereldpremière van Hellhole, de langverwachte opvolger van zijn bejubelde debuutfilm Violet, stelde Bas Devos tijdens de Quinzaine des réalisateurs in Cannes een een nieuw film voor.

Toch is dit niet het verhaal van een filmregisseur die op vijftien nachten tijd met een minimaal budget en de hulp van wat bekwame goedzakken een film draaide en die op enkel weken tijd volledig afwerkte. Het ware exploot is de dubbele schoonheid van deze nocturne met een flinke snuif Chantal Akerman: de picturale en de inhoudelijke.

Een gesluierde vrouw moet Brussel doorkruisen nadat ze is in slaap gevallen op de laatste metro. Onderweg naar huis ontmoet Khadija enkele nachtraven. Veel meer valt er niet te spoilen, veel meer heeft Devos ook niet nodig om het te laten spoken in de filmzaal.

Zo doorwrocht als Hellhole was, zo eenvoudig en lichtvoetig, maar prachtig uitgevoerd is Ghost Tropic. De poëtische fotografie van de jonge Grimm Vandekerckhove zuigt je in de film. De opnames van lege, natgeregende straten in het feeërieke licht van straatlantaarns zijn het zoveelste bewijs dat het een stommiteit zou zijn om analoog (in dit geval 16mm-film) volledig af te schrijven.

De onderliggende, zacht gefluisterde boodschap is even dromerig als haalbaar en hoopvol: met een beetje openheid en menslievendheid is Brussel geen stad om bang voor te zijn, noch om bang in te zijn.