2021 was op filmvlak du jamais vu. Ook in ons land bleven de bioscopen maandenlang dicht en zelfs na de heropening op 9 juni bleef corona de industrie parten spelen, met kijkers die moeizaam hun weg naar de cinema terugvonden, producties die werden stilgelegd en heropgestart en uitgestelde releases die alsnog aan de sowieso al propvolle kalender werden toegevoegd. Zowel in België als in het buitenland bleven zalen door de steeds wijzigende coronamaatregelen leeg, flopten tal van films en kleurden exploitatiecijfers rood. Het werpt een morbide schaduw over een jaar waarin nochtans uitzonderlijk veel kwaliteit te genieten viel, bovendien in zowat alle genres en spectra van het filmbedrijf.
...

2021 was op filmvlak du jamais vu. Ook in ons land bleven de bioscopen maandenlang dicht en zelfs na de heropening op 9 juni bleef corona de industrie parten spelen, met kijkers die moeizaam hun weg naar de cinema terugvonden, producties die werden stilgelegd en heropgestart en uitgestelde releases die alsnog aan de sowieso al propvolle kalender werden toegevoegd. Zowel in België als in het buitenland bleven zalen door de steeds wijzigende coronamaatregelen leeg, flopten tal van films en kleurden exploitatiecijfers rood. Het werpt een morbide schaduw over een jaar waarin nochtans uitzonderlijk veel kwaliteit te genieten viel, bovendien in zowat alle genres en spectra van het filmbedrijf. Wat daarbij meteen in het oog springt, is de toonaangevende rol die vrouwelijke filmmakers dit jaar speelden. Op festivals en in arthouses, maar ook in het commerciële circuit. De kentering was de voorbije jaren al ingezet, in de nasleep van MeToo en Time's Up, maar nooit eerder vielen regisseuses zo vaak in de prijzen. Sterker nog: dankzij Chloé Zhao met haar lyrische roadmovie Nomadland, Julia Ducournau met haar furieuze bodyhorror Titane en Audrey Diwan met haar beklemmende abortusdrama L'évènement (dat normaal in februari in de zalen komt) scoorde het vrouwelijke regiegild dit jaar zelfs een historische hattrick: die drie titels wonnen respectievelijk de Oscar voor beste film, de Gouden Palm in Cannes en de Gouden Leeuw in Venetië. Voeg daar nog andere toppers aan toe zoals Jane Campions psychowestern The Power of the Dog, Kitty Greens kantoorthriller The Assistant, Kelly Reichardts rurale antiwestern First Cow, Celine Sciamma's delicate familiefabel Petite maman en Emerald Fennells feminiene wraakfantasie Promising Young Woman, en zelfs de koppigste patriarch moet toegeven dat het om meer dan een trend of toevalligheid gaat. Het is een deugddoende oestrogeeninjectie die hopelijk het nekschot betekent voor de structurele genderongelijkheid binnen de branche, maar ook voor de oeverloze, door woke aangewakkerde genderdiscussies die de clichés vaker bevestigen dan ontkrachten. Alsof er een legimitatie pro of contra nodig is wanneer er een vrouw achter de camera staat, alsof mensen tot hun geslacht kunnen of moeten worden gereduceerd. *** Julia Ducournau, de Française die verrassend maar verdiend in Cannes triomfeerde met het ongetemde Titane, merkte terecht op dat ze het gezeik over 'vrouwelijke regisseurs' onderhand beu is. 'Ik hoop dat ik de Gouden Palm voor mijn film heb gekregen en niet voor mijn geslacht want mijn geslacht definieert mij niet.' Ook de Britse Rose Glass, die met Saint Maud de sterkste horrorfilm van het jaar afleverde, een mix van kitchensinkrealisme en bovennatuurlijke suspense à la The Exorcist, is die mening toegedaan. 'Is het wel nodig om alles in gendertermen uit te drukken? Vrouwelijke horror: wat betekent dat in vredesnaam? Heeft een film dan geslachtsdelen? Ik ben trots dat mijn debuut goed onthaald wordt, maar ik zou het vreselijk vinden om extra aandacht te krijgen gewoon omdat ik vrouw ben en omdat diversiteit tegenwoordig een hot topic is. Ik wil beoordeeld worden op basis van mijn kwaliteiten, niet op basis van mijn geslacht.' Het zijn zelfbewuste woorden die Jane Campion - de Nieuw-Zeelandse matrone van het regisseursgild sinds ze in 1993 met The Piano als eerste vrouw de Gouden Palm won - deugd deden. 'Alle vrouwelijke regisseurs die ik ken, willen in de eerste plaats als een creatieve persoon gezien worden', aldus Campion, die zich dit jaar met het ook al uitmuntende The Power of the Dog aan haar allereerste film met en over mannen en mannelijkheid waagde, 'aangezien ik voor het eerst in mijn carrière het gevoel heb dat het niet meer per se nodig is om enkel verhalen vanuit een vrouwelijk perspectief te vertellen'. Zoals wijlen Agnès Varda al zei: het is vervelend om een vrouwelijke regisseur genoemd te worden, we spreken toch ook nooit over mannelijke regisseurs. 'Al komt die dag er misschien nog wel', grapte Campion. 'In de kunsten zou iemands geslacht niet mogen tellen. Maar het zou idioot zijn om de eeuwenlange verdrukking van vrouwen te vergeten. Daarom trek ik me gelijkheid en diversiteit zo aan. Als je bedenkt dat de helft van de wereldbevolking lang is verhinderd om zich creatief uit te drukken, dan besef je misschien hoe opwindend het is om dat te voelen veranderen.' Ter info: de filmscholen diplomeren al jaren evenveel meisjes als jongens. Ook op Belgische bodem waren het uitgerekend twee vrouwen die dit jaar de meeste aandacht opsoupeerden, met debuutfilms nog wel die meteen voor Cannes werden geselecteerd. Teodora Ana Mihai maakte indruk met La civil, een op feiten gebaseerd kidnapdrama over de Mexicaanse war on drugs, waarvoor de Belgisch-Roemeense filmmaakster in de sectie Un Certain Regard werd bekroond met de Prix de l'Audace. Nog meer applaus ging naar de Brusselse Laura Wandel voor Un monde, een benauwend, dardenniaans drama over de hel die een speelplaats voor kleine kinderen soms kan zijn, dat meteen ook de Belgische Oscarinzending werd. *** Toegegeven, nu is het percentage aan vrouwelijke filmmakers altijd al aanzienlijk hoger geweest binnen het onafhankelijke circuit, of wanneer er - zoals in Europa - subsidies bij komen k ijken, waar ook rekening gehouden wordt met quota. Onder het dubieuze motto: ze mogen en kunnen wel, zolang het niet te veel kost en te veel financiële risico's inhoudt. Maar sinds de superheldinnenhit Wonder Woman - geregisseerd door de ook al uit het indiemilieu opgeviste Patty Jenkins - in 2017 de weg wees, is de vervrouwelijking ook merkbaar in Hollywood en het puur commerciële circuit. Dat is sowieso aan introspectie toe nu streaming almaar meer concurrentie biedt en veel flatulente franchises hun beste tijd gehad lijken te hebben, ook al waren het nota bene oude, trouwe, voornamelijk door testosteron aangedreven melkkoeien als James Bond en The Fast and the Furious die dit jaar wereldwijd de kassa's deden rinkelen. Nooit eerder kwamen er zoveel blockbusters uit met vrouwen in de regiestoel. In 2020 al vielen er in de VS zestien te bespeuren in de top 100 van duurste films. In 2019 waren dat er nog maar twaalf, in 2018 een schamele vier. Gelijkheid kun je dat nog steeds niet noemen, maar de inhaalrace is bezig, tot in de hoogste echelons. En zowaar zelfs tot in China. Op een voorlopige tweede plaats in de wereldwijde box office voor 2021 staat de tijdreiskomedie Hi, Mom, geregisseerd door hoofdrolspeelster Jia Ling en goed voor een recette van 848 miljoen dollar. Disney trok de vrouwelijke kaart met de live-actionremake van Mulan, in een regie van Niki Caro, al draaide het daarin voortdurend om gender en een strikte, archaïsche scheiding tussen mannen- en vrouwenrollen. In het animatieavontuur Raya and the Last Dragon sleutelde het Huis van de Muis, dat sinds 2018 creatief gerund wordt door Frozen-regisseuse Jennifer Lee, subtieler aan de rollenpatronen door van de heldin meer een bad-ass krijger te maken dan een prinses die wacht tot haar prins haar wakker kust. Ook de superheldenfabriek van Marvel koos ervoor om met een female gaze naar zijn tot nu toe voornamelijk mannelijke universum te kijken. Niet in een vlaag van feminisme, of om ontwaakte zieltjes te winnen. Wel om mee te surfen op de tijdgeest door een nieuw, breed publiek - m/v/x - aan te boren nu Wonder Woman duidelijk heeft gemaakt dat er naast devote fanboys evengoed fanatieke fangirls zijn. Om die genderklus te klaren werden verschillende regisseuses uit het arthousecircuit gelicht die nooit eerder met grote budgetten of voor een Hollywoodmajor hadden gewerkt. Eternals, dat weliswaar zowel artistiek als commercieel ontgoochelde, werd toevertrouwd aan Chloé Zhao, de in Amerika residerende Chinese die dit jaar met Nomadland de belangrijkste Oscars won. Voor Black Widow, dat wel stevig scoorde, klopte Marvel aan bij Cate Shortland, een Australische die in 2012 furore maakte met Lore, een sensualistische film over nazikinderen op de vlucht. En met The Marvels, met de jonge Nia DaCosta in de regiestoel, is er nog meer vrouwelijke uitbreiding van het Marvel Cinematic Universe op komst. Daarmee zijn evenwel niet alle problemen van de baan. Blijven prijzen pakken én - zeker in Hollywood - films maken die geld opbrengen of streamers aan extra abonnees helpen, is de enige manier om volledig incontournable te worden. Maar zelfs al komen er na de successen en de inhaaloperatie van de voorbije jaren nog terugslagen in de evolutie naar de ideaalsituatie waarin niet eens meer hoeft gesproken te worden over onderscheidende kenmerken: de klok kan niet worden teruggedraaid. Zelfs in de moeilijke coronajaren stonden tal van - excuus Agnès, Julia en Jane - 'vrouwelijke regisseurs' pal die elke rechtgeaarde filmliefhebber doen uitkijken naar de toekomst van cinema. Een toekomst waarin male en female gaze-debatten verdampen en bovenstaand stuk hopelijk overbodig is.