LOCATIES: Rotterdam, Bergisch Gladbach
...

'Dadelijk zet Wickmayer, het personage van Wim Opbrouck, de vijftienjarige Cobain voor het blok: geef je moeder op, want zij geeft niets om je en ze leidt je alleen maar af', legt de Nederlandse regisseuse Nanouk Leopold uit. 'Wickmayer heeft misschien zelfs een punt: Cobains hoogzwangere moeder Mia, die net hiervoor nog aan de garagepoort rechts in de foto om geld stond te bedelen, is heroïneverslaafd en leeft op straat.' Cobain wil zijn ongeboren broertje behoeden voor het leven waarin hij terecht is gekomen - van de ene jeugdinstelling naar het andere pleeggezin. 'Hij besluit Mia (Naomi Velissariou) te redden, maar als dat niet lukt, ontvoert hij haar en sluit hij haar op in een boerderij. Ook al heeft hij haar vaak lange periodes helemaal niet gezien. Tijdens zijn zoektocht komt hij bij Wickmayer, de ex én de voormalige pooier van Mia, terecht. Hij mag er een tijdje wonen en poetst er, kookt, rijdt Wickmayers prostituees rond op zijn brommertje en zamelt geld in. Maar Wickmayer blijkt dus minder leuk dan Cobain aanvankelijk dacht.' De film staat of valt met het titelpersonage. Leopold plukte zo'n vijfhonderd jongens van schoolpleinen, 'maar alleen Bas Keizer kon deze rol spelen. Er zit een soort tederheid in zijn gezicht, maar tegelijk straalt hij een enorme weerbaarheid uit. Dat zal overduidelijk blijken in de scène die we hier voorbereiden: Cobain pikt het niet hoe Wickmayer zijn moeder behandelt, gooit een stoel in het rond en loopt andermaal weg.'