Give me liberty, or give me death! Die beroemd geworden slagzin zou Patrick Henry, een van de founding fathers van Amerika, in 1775 in een speech hebben gebezigd. Het is ook het motto van Kirill Mikhanovsky's deugddoend driftige debuutfilm, die vanaf deze week exclusief vertoond wordt in de Gentse Studio Skoop, die na een maandenlange coronapauze eindelijk weer opengaat.
...

Give me liberty, or give me death! Die beroemd geworden slagzin zou Patrick Henry, een van de founding fathers van Amerika, in 1775 in een speech hebben gebezigd. Het is ook het motto van Kirill Mikhanovsky's deugddoend driftige debuutfilm, die vanaf deze week exclusief vertoond wordt in de Gentse Studio Skoop, die na een maandenlange coronapauze eindelijk weer opengaat. Mikhanovsky scheurt dwars door het hart van Milwaukee in het zog van de timide twintiger Vic, die om den brode gehandicapten met een busje vervoert. Een rustig ritje wordt het allerminst wanneer zijn opgefokte opa 's morgens vroeg al een kip en bijna ook zijn flat in de fik steekt, en Vic daarop een stel Russische bejaarden naar een begrafenis moet rijden. Het gaat pas echt van hectisch naar chaotisch wanneer ook zijn zelfverklaarde neef Dima zich aan boord hijst, tot ergernis van zowat alle andere passagiers. Terwijl Vic overal te laat komt en geestige malversaties worden afgewisseld met kleine, persoonlijke tragedies, hoef je geen echte plotlijn te verwachten. Give Me Liberty is vooral een energieke tournee die in vijfde versnelling door de etnisch en raciaal gesegregeerde marge van the land of the free scheurt, en ondertussen een hommage brengt aan het gemeenschapsgevoel dat desondanks opborrelt onder de verschillende outcasts die de revue passeren. Er is de zwarte ALS-patiënte en rolstoelgebruikster Tracy, de chronisch mopperende, zwaarlijvige redneck Steve, en er zijn de Russen die veel te zot en te zat zijn om door Vic - een dromer die te goed is voor deze harde, materialistische wereld - onder controle gehouden te worden. Mikhanovsky, zelf de zoon van Russische immigranten die na de val van de Sovjet-Unie naar Milwaukee trokken, brengt ze allemaal met veel zwier en nog meer liefde in beeld. Op die manier vormt zijn bezige busje een mooie metafoor voor zijn gespleten adoptieland, waar de nationale droom doorgaans een bitterzoete illusie blijft voor wie onder aan de sociale ladder bungelt. Met zijn naturalistische stijl, kwieke camerawerk, lokale amateurcast, chronisch kwebbelende karakters en pompende muziek (van Bruce Springsteens Born in the U.S.A. tot hitsige technodeunen) doet Give Me Liberty denken aan de ruwe rollercoasters van Sean Baker, hij van Tangerine en The Florida Project. Of nog beter: aan de tomeloze films van de broertjes Josh en Benny Safdie, bekend van Good Time en Uncut Gems. Alleen kiest Mikhanovsky, in tegenstelling tot zijn collega-chroniqueurs van dat 'andere Amerika', niet voor sjoemelaars en grootsteden, maar voor een busje invaliden en de buitenwijken en buurtcentra van Milwaukee als mijlenver van Hollywood verwijderde decors. Een warmhartige indie die in 2019 al door de Quinzaine van Cannes raasde, en nu met evenveel geldingsdrang de deuren van Studio Skoop openbeukt.