De Griekse componiste werd bijna tachtig jaar geleden geboren in Teichio, 'een prachtig bergdorp, waar ik tot mijn zevende gewoond heb. Mijn grootvader speelde er mandoline, de vrouwen zongen meerstemmig tijdens het pellen van de maïs en in de kerk hoorde ik prachtige Byzantijnse muziek. Toch als er niet vals werd gezongen. (lacht) Mijn vader, een wiskundeleraar, liet me in het dorp achter omdat daar ten minste wat voedsel was. Het was de Tweede Wereldoorlog, in de -steden stierven mensen op straat van de honger.'
...

De Griekse componiste werd bijna tachtig jaar geleden geboren in Teichio, 'een prachtig bergdorp, waar ik tot mijn zevende gewoond heb. Mijn grootvader speelde er mandoline, de vrouwen zongen meerstemmig tijdens het pellen van de maïs en in de kerk hoorde ik prachtige Byzantijnse muziek. Toch als er niet vals werd gezongen. (lacht) Mijn vader, een wiskundeleraar, liet me in het dorp achter omdat daar ten minste wat voedsel was. Het was de Tweede Wereldoorlog, in de -steden stierven mensen op straat van de honger.' Haar moeder heeft ze al op jonge leeftijd verloren, en in 1948 komt aan het dorpsleven een einde: met haar vader betrekt ze twee kamers in de kelder van de Atheense school waar hij les gaf. 'In een van de klassen trof ik een piano aan. Vlak naast de school bevond zich een openluchtcinema. Ik keek bijna dagelijks gefascineerd mee. Achteraf probeerde ik de sfeer van de films op te roepen door op de piano te improviseren. Volgens mijn vader verjoeg ik de muizen met mijn lawaai.' Aan het conservatorium oordeelt men positiever over haar talenten. Na aanvaringen met het kolonelsregime vlucht ze in 1967 met haar zoon naar Parijs. Vriendin Maria Farantouri, die als zangeres succes heeft met de liederen van Mikis Theodorakis, moedigt haar aan om voor haar te componeren. 'Daar kwam in 1972 een plaat van, La longue veillée. Toen ik in 1974 terug naar Griekenland kon, werd ik daar veel op aangesproken. Steeds vaker werd ik gevraagd om theaterstukken en later ook films van muziek te voorzien.' In 1982 merkt Theo Angelopoulos, dé modernistische filmauteur van Griekenland, haar muziek op. Hij wil samenwerken. Ze zal uiteindelijk voor acht van zijn films bedwelmende, melancholische muziek componeren, wat haar in het weekblad Time de titel Griekenlands tiende muze oplevert. 'We deelden een levensvisie en een gevoel voor esthetiek. Zodra ik diep in mijn hart aanvoelde waar hij naar toe wilde, componeerde ik het thema. Nog voor de start van de opnames.' Nog steeds begint en eindigt het daar voor haar: 'Ik weiger aanbiedingen voor films die mijn hart niet beroeren.' Slechts enkele filmregisseurs kunnen haar nog overtuigen. Onder hen Terrence Malick, de Texaan die parels als Days of Heaven en The Tree of Life realiseerde. 'Ook een filmdichter. Hij vroeg me om muziek te schrijven voor zijn Bijbelfilm The Way of the Wind. ' Die heette aanvankelijk The Last Planet. 'Ik heb tegen Terrence gegrapt dat het mijn last soundtrack zou worden. Zeg nooit nooit maar het zou best kunnen.'