Misschien kent u Craig Roberts nog als die koddige knul uit de coming-of-agefilm Submarine (2010), maar ook knullen worden groot en dus staat hij tien jaar later meer achter de camera dan ervoor. In zijn debuutfilm Just Jim (2015), een zwarte dramady die buiten Blighty onder de radar bleef, regisseerde Roberts zichzelf. In zijn tweede, ook door hemzelf geschreven en nog stukken zwartere tragikomedie Eternal Beauty is hij nergens meer te bespeuren.
...

Misschien kent u Craig Roberts nog als die koddige knul uit de coming-of-agefilm Submarine (2010), maar ook knullen worden groot en dus staat hij tien jaar later meer achter de camera dan ervoor. In zijn debuutfilm Just Jim (2015), een zwarte dramady die buiten Blighty onder de radar bleef, regisseerde Roberts zichzelf. In zijn tweede, ook door hemzelf geschreven en nog stukken zwartere tragikomedie Eternal Beauty is hij nergens meer te bespeuren. Schizofrene ster van dienst is dit keer Sally Hawkins, die net als in Happy-Go-Lucky en The Shape of Water op het koord tussen manisch en melancholisch balanceert, maar ook nu zonder eraf te donderen. Ze speelt Jane, ooit een freule die voorbestemd leek voor een carrière als model, tot ze door haar verloofde voor het altaar werd achtergelaten. Daar hield ze een wonde aan over waarvan ze twintig jaar later nog steeds niet is hersteld. Sindsdien bestaat haar leven uit pillen slikken, naar de psychiater gaan en niet te veel ruzie maken met haar verveelde zussen en bazige ouders, die haar nog altijd als een balorig kind behandelen. Soms lukt haar dat aardig, maar meestal helemaal niet. En dan ontmoet ze Mike, een mislukte muzikant die zelf ook met spoken in zijn hoofd zit. Eternal Beauty is natuurlijk niet de eerste film die het over mentale aandoeningen heeft, en zeker niet de meest stabiele, maar Roberts benadert het onderwerp met frisse ongerijmdheid, een aantal goede visuele ideeën, en gelukkig zonder last te hebben van de politieke correctheid die veel psychiatrische karakterstudies in een dwangbuis stoppen. Het is alsof Roberts een film wil maken die even capricieus is als Janes psyche en zapt van Als in een donkere spiegel - er zitten meerdere knipogen in naar Ingmar Bergmans klassieker - naar de Britse soap Eastenders. Tussendoor passeert hij ook nog langs David Cronenbergs Spider, Jane Campions An Angel at My Table en een onbestemde nouvelle-vaguerêverie over amour fou. Coherent kun je het niet noemen, bij momenten schokt en sputtert het tempo, terwijl gravitas zonder gêne flirt met fleurige jarentachtigkitsch. Toch werkt Roberts' just do it-mentaliteit zo aanstekelijk dat je scène na scène dieper in de geest van Jane wegzakt. De pointe die Robert wil maken: de wereld, dat toneel waar iedereen zijn eigen in- en uitgang heeft, is maar zo serieus of krankzinnig als je hem zelf wilt maken. Het is een these die hij aanbrengt met humor, empathie, kleurrijke tableaus en een excellente cast. Die wordt aangevoerd door Hawkins, de emotionele lijm van de film, maar je herkent nog meer goed volk, onder wie David Thewlis, net als Hawkins een Mike Leigh-veteraan, én Morfydd Clark. Die laatste incarneert de jonge Jane en ging vorig jaar ook al de schizofrene toer op in de duivels straffe horrortrip Saint Maud. Een film die even grillig en volatiel is als zijn hoofdpersonage, maar ook even genereus en levendig. Alsof Roberts in zijn hoofd stemmen van Godard, Bergman en de koldereske karakters uit Little Britain hoorde, en die samenriep voor creatieve bezigheidstherapie.