Wonder Woman van Patty Jenkins met Gal Gadot, Chris Pine, Robin Wright.
...

Terwijl superheldenfilms lange tijd mikten op onzekere nerds die van superkrachten droomden, is hun fanbase de afgelopen jaren steeds diverser geworden. Sommigen probeerden dat veranderende publiek aan te spreken, maar missers met vrouwelijke helden als Catwoman en Elektra leerden dat er blijkbaar weinig rek op superhelden in spandex zat. Zelfs geeks als Joss Whedon (The Avengers) en George Miller (Mad Max) vingen bot toen ze Wonder Woman/Diana Prince naar het grote scherm wilden brengen. Het was daarom wachten op Zack Snyders miskleun Batman v Superman: Dawn of Justice om een eerste glimp van de populaire stripheldin uit de DC Comics-catalogus op te vangen. Patty Jenkins pikt in Wonder Woman de losse draad van Snyders te lang uitgesponnen film weer op, en trekt de plot alvast strakker aan. Zo opent Wonder Woman in het hedendaagse Parijs, waar Diana Prince (Gal Gadot) de oude foto bestudeert die Bruce Wayne haar aan het einde van Batman v Superman stuurde. Dat oorlogskiekje is niet enkel een handig bruggetje tussen beide delen uit de DC Extended Universe-franchise, het is vooral een gemakkelijk excuus om het donkere Batmanuniversum te verruilen voor een flashback richting Themyscira, het mythische eiland waar de jonge Wonder Woman opgroeit tussen amazones als Antiope (Robin Wright). Wanneer de Amerikaanse spion Steve Trevor (Chris Pine) daar op een dag aanspoelt, belandt het leven van Wonder Woman in een stroomversnelling. Een komisch bezoek aan Londen, een heldhaftig oorlogsavontuur aan het Belgische front en een resem indrukwekkende explosies later gaat ze immers de confrontatie aan met een superschurk. En dat allemaal om te verhinderen dat de Duitsers een biologisch wapen kunnen inzetten. Eat that, Captain America! Maar al klinkt dat heel herkenbaar en voelt het laatste half uur als een verplicht nummertje om de pyromanenvakbond tevreden te stellen, voor een cineaste van wie het grootste én enige bioscoopsucces al bijna vijftien jaar oud is - het groezelige drama Monster, met Charlize Theron als seriemoordenares -, toont Jenkins een bijzondere gevoeligheid voor broeierige en gelaagde actiescènes, zoals bij de slag om het Belgische dorpje Veld. Ondanks de eindeloze slowmotiongevechten en kogelregens voelt Wonder Woman minder formulair aan dan de andere delen van de DC Comics-franchise. Ook de manier waarop Jenkins de cultuurclash tussen Wonder Womans mythische en progressieve vrouwenwereld en Steve Trevors oorlogszuchtige en conservatieve mannenwereld op de spits drijft met gevatte oneliners en maatschappijkritische situatiehumor draagt daartoe bij. Tel daarbij de eminente Gal Gadot - in een vorig leven Miss Israël - en je weet dat Wonder Woman meer is dan een slaafse afwikkeling van de zoveelste superheldenplot. Wat een dosis oestrogeen zoal vermag.