The Happiest Day in the Life of Olli Mäki van Juho Kuosmanen met Jarkko Lahti, Oona Airola en Eero Milonoff.
...

Olli Mäki is de Jean-Pierre Coopman van Finland. De Belgische bokser dankt zijn faam aan een verloren titelkamp tegen Muhammad Ali, de Fin zijn nationale bekendheid aan een bokswedstrijd uit 1962 tegen Davey Moore, de toenmalige wereldkampioen bij de vedergewichten. De aanloop naar die kamp vormt de kern van Juho Kuosmanens trefzekere maar lichtvoetige langspeelfilmdebuut over het belangrijkste Finse sportevenement van de twintigste eeuw. Verwacht van de 37-jarige regisseur en zijn in Cannes in de Un certain regard-sectie bekroonde boksdramady echter geen Gonna Fly Now-trainingsmontages of bloederige knokpartijen. Kuosmanen maakte wél een knap, ingetogen stukje vakmanschap dat meer investeert in romantiek en het uitdiepen van personages dan in het uitdelen van klappen. Een boksfilm draaien in zwart-wit is natuurlijk vragen om vergelijkingen met Raging Bull (1980), maar Kuosmanens op 16 mm gefilmde biopic doet met zijn speelse cameravoering en natuurlijke belichting meer denken aan Morris Engel en Ruth Orkins lyrische pareltjes Little Fugitive (1953) en Lovers and Lollipops (1956) dan aan Martin Scorsese's hollywoodiaanse neoclassicisme. Af en toe komt het heerlijk kabbelende ritme van het scenario over leven, liefde en lichtgewichten bijna volledig tot stilstand. Maar net op die momenten voegt de regisseur met een hilarische saunascène of een op een toilet achtergelaten kind een scheut droge Finse humor à la Aki Kaurismäki toe om het verhaal weer op gang te trekken. The Happiest Day in the Life of Olli Mäki steekt nooit als een bij maar fladdert als een vrolijke cinefiele vlinder.