'The Beguiled' van Sofia Coppola met Colin Farrell, Nicole Kidman, Kirsten Dunst, Elle Fanning
...

In 1971 sloegen regisseur Don Siegel en acteur Clint Eastwood de handen in elkaar om Thomas P. Cullinans southern-gothicroman The Beguiled, een smeuïg verhaal over een gewonde yankeesoldaat die in een meisjesinternaat in het zuiden van de VS belandt, naar het doek te vertalen. In datzelfde jaar liet het duo ook de ultieme foute flik Dirty Harry in de zalen los, als wilden beide alfamannetjes duidelijk maken dat ze niet vies waren van een dosis geweld, machismo en politieke incorrectheid. In Sofia Coppola's nieuwe versie van The Beguiled - het vrouwelijke antwoord op Siegels broeierige origineel - gaat het er een stuk sensueler en minder misogyn toe, al onderging de basisplot geen grote amputaties. Ook dit keer draait alles om een gewonde unionist (Colin Farrell), die tijdens de Amerikaanse burgeroorlog het front ontvlucht en in Virginia in een internaat belandt, waar hij door achtergebleven southern belles wordt vertroeteld en verzorgd. Dat de knappe Yank tot het vijandelijke kamp behoort, lijkt de dames - u herkent Nicole Kidman als directeur, Kirsten Dunst als leraar en Elle Fanning als leerling - niet te deren. Tot de rivaliteit tussen de meisjes en vrouwen toeneemt, de soldaat van welwillend lustobject in weerloze prooi verandert en de huiselijke horror in het internaat tot bloedens toe aanzwelt. Ging Siegels origineel over een gewonde hunk in een hok vol hitsige hoenders, dan vertelt Coppola hetzelfde verhaal vanuit het vrouwelijke perspectief. Bovendien doet ze dat in haar typische tactiele stijl, met veel aandacht voor kleuren en kostuums, die de clash der seksen doet baden in een sfeertje van omineuze dreiging dat bij vlagen wat aan haar debuut The Virgin Suicides doet denken. Wat begint als een zwoele fabel over verloren onschuld en onderdrukte verlangens, muteert gaandeweg tot een kinky wraakthriller waarin het getsjirp van de krekels almaar onheilspellender klinkt en de schaduwen van het kaarslicht almaar meer sinister ogen. Dat maakt van The Beguiled 2.0 nog geen chiller die diep op hart en ledematen inhakt, maar Coppola klokt af na 96 entertainende, knap in beeld geborstelde minuten en parfumeert haar feminiene huiverfantasie zelfs met de nodige zwarte humor. Dat ze in Cannes werd gekroond tot beste regisseur - nog maar de tweede vrouw die die eer te beurt valt -, is dus te verdedigen, net als haar nochtans fel gecontesteerde keuze om het verhaal uit zijn politieke en raciale context te lichten. Van de zwarte huismeid die zowel in het boek als in de eerste film een bijrol speelde, is geen sprake. En van slavernij, nog steeds een heikel topic in de States, wordt nauwelijks met een woord gerept. Wat Coppola, wier films altijd al een hermetisch wereldbeeld reflecteerden, in de eerste plaats interesseert, is de machtsverhoudingen tussen seksen en generaties. 'De geschiedenis van de slavernij gebruiken als subplot zou een belediging zijn tegenover de slaven van toen', zo verdedigde ze zich in een open brief. Een zinnenprikkelende trip door het donkere hart van het diepe Zuiden, en met voorsprong Coppola's beste film sinds Lost in Translation.