Als we de bookmakers mogen geloven dan ligt Chloé Zhao's melancholische roadmovie Nomadland op kop om straks de Oscar voor beste film te winnen, maar ook daarvoor al wist de Chinese rasregisseuse tot diep in het gewonde hart van de VS door te dringen. Dat deed ze in 2017 met The Rider, een prachtig portret van een gevallen rodeocowboy, en in 2015 met Songs My Brothers Taught Me, dat helaas nooit een Belgische release kreeg maar nu te zien op het cinefiele streamingplatform Mubi.
...

Als we de bookmakers mogen geloven dan ligt Chloé Zhao's melancholische roadmovie Nomadland op kop om straks de Oscar voor beste film te winnen, maar ook daarvoor al wist de Chinese rasregisseuse tot diep in het gewonde hart van de VS door te dringen. Dat deed ze in 2017 met The Rider, een prachtig portret van een gevallen rodeocowboy, en in 2015 met Songs My Brothers Taught Me, dat helaas nooit een Belgische release kreeg maar nu te zien op het cinefiele streamingplatform Mubi. In haar al even fraaie als fragiele debuut doet Zhao, die opgroeide in Peking maar film ging studeren in Amerika en daar vervolgens bleef, al datgene wat ze in The Rider en Nomadland met zo mogelijk nog meer metier doet: amateurs casten in rollen die dicht bij henzelf liggen, en natuurlyriek à la Terrence Malick koppelen aan rauw sociaalrealisme dat uit de marge van de Amerikaanse droom is gerukt. Het geografische en sociale territorium dat Zhao hier verkent is het Pine Ridge-indianenreservaat in South Dakota. Dat doet ze in het zog van Johnny, een Lakota-tienerjongen die over zijn jongere zusje Jashaun waakt, aangezien zijn oudere broer in de cel zit en zijn cowboyvader ervandoor is. Wanneer die laatste blijkt omgekomen in een brand, lijkt er voor Johnny, die het liefst bokser of stierenrijder wil worden, niks anders op te zitten dan de badlands (de film speelt zich af in dezelfde streek als Malicks gelijknamige meesterwerk) in te ruilen voor Los Angeles, al zou dat het hart van zijn zusje pas helemaal breken. Net als The Rider en Nomadland is ook het toepasselijk getitelde, door Forest Whitaker geproduceerde Songs My Brothers Taught Me meer een reeks raak geobserveerde en gevoelig gemonteerde vignetten dan een plotgedreven film. Je ziet hoe Johnny paarden ment, illegaal drank verkoopt aan andere Lakota, in slaap valt op school en met zijn liefje plannen smeedt over hun vage toekomst ver weg, maar wat de film bindt is de tedere relatie tussen broer en zus, die door de omstandigheden op het punt staat te breken. Ondertussen laten Zhao en haar vaste cameraman Joshua James Richards, bij voorkeur tijdens het gouden uur, de krekels tjirpen en de wind waaien over de plains van Pine Ridge, waar in 1890 het beruchte bloedbad bij Wounded Knee plaatsvond. De geest van Manitoe Malick is nooit veraf, en met zijn tegelijk semidocumentaire en gestileerde doorlichting van een specifieke plek en een specifieke cultuur doet de film soms ook wat denken aan The Last Picture Show. Alleen gaat het in dit geval om Lakota-jongens en -meisjes die gekneld zitten tussen traditie en moderniteit, tussen ghost dances en heavy metal, tussen vechten voor je identiteit en meedraaien in de materialistische mallemolen. Misschien niet zo goed of pakkend als The Rider en Nomadland, maar toch pretty damn close.