'Black women artists are hot right now.' Dat is wat Radha Blank te horen krijgt van haar agent en beste buddy Archie, wanneer na jaren aanmodderen eindelijk nog eens een stuk van haar hand opgevoerd zal worden. Tenminste: als ze het een beetje bijkleurt, ervoor zorgt dat het ook over gentrificatie gaat en er een zwarte, drugsverslaafde bijstandsmoeder aan toevoegt, aangezien het witte bourgeoispubliek van Broadway nu eenmaal kickt op armoedeporno. Gaat Radha in op het voorstel, nu ze bijna veertig is, om den ...

'Black women artists are hot right now.' Dat is wat Radha Blank te horen krijgt van haar agent en beste buddy Archie, wanneer na jaren aanmodderen eindelijk nog eens een stuk van haar hand opgevoerd zal worden. Tenminste: als ze het een beetje bijkleurt, ervoor zorgt dat het ook over gentrificatie gaat en er een zwarte, drugsverslaafde bijstandsmoeder aan toevoegt, aangezien het witte bourgeoispubliek van Broadway nu eenmaal kickt op armoedeporno. Gaat Radha in op het voorstel, nu ze bijna veertig is, om den brode toneelles geeft aan balorige tieners en dus allang niet meer die grote, jonge belofte is die ze ooit was? Of blijft ze koppig haar eigen pad volgen, in de hoop dat haar laattijdige carrière als rapster Radhamus Prime dan tenminste van de grond komt? Aan serieuze thema's - artistieke integriteit, raciale stereotypering, botsende klassen en een knoert van een midlifecrisis - heeft The Forty-Year-Old Version geen gebrek. Toch houdt Radha Blank, die in dit (semi)autobiografisch getinte debuut de spot(s) op zichzelf richt, het licht, speels en jazzy. Dit is niet alleen een coming-of-middle-agedrama, een portret van een worstelende, zwarte artieste en een hippe, hedendaagse, met hiphop gelardeerde stadskroniek straight outta Harlem. Het is vooral een geestige, met een goed gevoel voor timing gepresenteerde satire met een gezonde dosis relativeringsvermogen, met Blank als goed geïnformeerde gids, kundige observator en ervaringsdeskundige tegen wil en dank. Met zijn New Yorkse stadsdecors, sfeervolle zwart-witfotografie, bitterzoete teneur en artistieke demi-monde doet de film, die begin dit jaar werd bekroond op Sundance en daarna werd opgepikt door Netflix, denken aan She's Gotta Have it, het debuut van Spike Lee, maar dan zonder militant en prekerig te zijn. Een ander onmiskenbaar referentiepunt is Manhattan, maar dan minus het narcisme en het neurotische van Woody Allens personages. Niet alle scènes zijn even essentieel, en soms hangt het geheel met haken en ogen aaneen, alsof Blank - als schrijver, regisseur en ster - door haar eigen best of en worst of bladert. Maar de cast heeft er schik in, er zit leven en ritme in, en er waait een warm, empathisch briesje doorheen de rake observaties. Tegelijk maakt Blanks film nog maar eens duidelijk dat humor soms scherper snijdt dan slogans. Een kleine, fijne indiekomedie met hart, ziel en kleur.