Van Rubber (1936), via Max Havelaar (1976) tot Oeroeg (1993): in tegenstelling tot België, waar Congo nog altijd onontgonnen filmgebied is, heeft Nederland al vaker zijn koloniale verleden onder de loep genomen. Alleen gebeurde dat nooit eerder in een klassiek, opzwepend en raak geschoten oorlogsepos. Tot nu.
...

Van Rubber (1936), via Max Havelaar (1976) tot Oeroeg (1993): in tegenstelling tot België, waar Congo nog altijd onontgonnen filmgebied is, heeft Nederland al vaker zijn koloniale verleden onder de loep genomen. Alleen gebeurde dat nooit eerder in een klassiek, opzwepend en raak geschoten oorlogsepos. Tot nu. In 1946 trekt de jonge, blonde Johan (Martijn Lakemeier) samen met duizenden andere 'vrijwilligers' naar 'de Oost' om daar de nationalistische Indonesische rebellen te bekampen, maar ook om zijn familienaam, die door zijn collaborerende vader tijdens WO II werd besmeurd, te zuiveren. Geen 'onze jongens in den vreemde'-cliché ontbreekt in De Oost. Johan wordt tot soldaat gedrild, wordt verliefd op een lokale schone en overwint door de camaraderie zijn heimwee. Maar dan wordt in de kampongs zijn morele kompas ontregeld door toedoen van kapitein Westerling (Marwan Kenzari), die door zijn donkere uiterlijk 'De Turk' wordt genoemd. De officier van de nietsontziende antiterreureenheid waar Johan zich bij aansluit, blijkt namelijk niet de onberispelijke mentor te zijn die de jonge soldaat aanvankelijk in hem zag. Meet het eerste deel zich het strakke uniform van een hollywoodiaans oorlogsdrama aan, met dynamisch camerawerk, zongebleekte kleuren en een fraaie gamelanscore, dan verandert De Oost in het tweede, stukken grimmiger deel in een trip door het duistere hart van Nederlands-Indië. Westerling is de kolonel Kurtz van dienst: half mens, half mythe, half revolutionair, half psychopaat. Alsof Vietnamfilms als Platoon en Apocalypse Now op Westerlings commando Max Havelaar en The Quiet American komen aflossen als referentiepunten. Die overgang is hier en daar bruusk, en bepaalde dialogen en karakterschetsen hadden subtieler gekund. Maar regisseur Jim Taihuttu, de Nederlander met Molukse roots die zijn talent al toonde met Rabat (2011) en Wolf (2013), houdt er stevig de pas in, weet de flashforwards richting Johans bittere thuiskomst precies te kiezen, en maakt er een broeierige, opera-achtige (pseudo)historiek van. Desnoods met een streepje Puccini op de klankband. Het resultaat is een met goesting en metier gemaakt soort Zwartboek in Nederlands-Indië, dat zich in het niemandsland tussen (anti)koloniale geschiedenisles, wrang opgroeidrama en onbeschaamd opwindende oorlogsfictie waagt. Geen wonder dat De Oost, een dure productie die in extremis aan Amazon werd verkocht, boven de Moerdijk de nodige discussie uitlokte. De nakomelingen van Westerling, die zijn 'zuiveringsacties' tot aan zijn dood in 1987 bleef verdedigen, riepen tevergeefs op tot een boycot. Anderen vonden het een white saviour-verhaal dat nauwelijks aandacht heeft voor het leed van de Indonesische bevolking. Het debat, dat geheel losstaat van de kwaliteiten van de film, bewijst hoe dan ook dat De Oost met scherp schiet, en kijkers ofwel vol adrenaline, ofwel vol afschuw dwingt om zich te verhouden tot een bloederige brok nog steeds niet verwerkte koloniale geschiedenis. Zoals Voltaire al wist: 'De geschiedenis is niets meer dan fictie waarover we het eens zijn.' Of oneens in dit geval.