'Geloof bestaat erin te geloven wat het verstand niet gelooft', orakelde Voltaire ooit. Nu mag Jupiter's Moon wel minstens zoveel inspiratie halen bij foute flikkenthrillers en sciencefictionpulp als bij diepe gedachtes van beroemde filosofen, de vraag die de Hongaarse beeldenstormer Kornél Mundruczó je in zijn nieuwste film stelt, is wel degelijk: ben je in deze materialistische crisistijden bereid om te geloven wat het verstand niet gelooft, en om minstens twee uur lang een sprong in het absurde te wagen?
...

'Geloof bestaat erin te geloven wat het verstand niet gelooft', orakelde Voltaire ooit. Nu mag Jupiter's Moon wel minstens zoveel inspiratie halen bij foute flikkenthrillers en sciencefictionpulp als bij diepe gedachtes van beroemde filosofen, de vraag die de Hongaarse beeldenstormer Kornél Mundruczó je in zijn nieuwste film stelt, is wel degelijk: ben je in deze materialistische crisistijden bereid om te geloven wat het verstand niet gelooft, en om minstens twee uur lang een sprong in het absurde te wagen? Zo mag Jupiter's Moon aanvankelijk de streng bewaakte grenzen van de redelijkheid oversteken als een realistische, sociaal bewogen actiethriller over de vluchtelingencrisis in Hongarije. Lang duurt het niet vooraleer de suspension of disbelief op de proef wordt gesteld wanneer het hoofdpersonage - de jonge Syrische vluchteling Aryan - blijkt te kunnen vliegen als een engel. Geen wonder dat de cynische flik Gabor Stern meteen grof geld ruikt met zijn merkwaardige vangst en Aryans bovennatuurlijke kunstjes aanbiedt aan allerlei dolende en/of sensatiegeile zielen. Of toch tot zelfs hij bereid blijkt om zijn opportunisme in te ruilen voor idealisme, desnoods met gevaar voor eigen leven. Net zoals in zijn vorige langspeler White God - een soort realistische Planet of the Apes, maar dan met honden - mixt Mundruczó ook nu metafysische thema's met pure, onversneden genrecinema. Het ridicule en het pompeuze zijn nooit veraf, zeker niet voor wie enkel gewoon is McCinema uit Hollywood naar binnen te happen. Maar de Hongaarse Cannes-habitué achter Johanna, Delta, Tender Son en andere heerlijk hybride creaties serveert zijn schuimende cocktail van ideeën, stijlen en invloeden met uitgestreken gezicht en vooral met heel veel cinematografische flair. De spannende, dwingend gefilmde beginscène waarin vluchtelingen aan de grens worden achternagezeten door de Hongaarse politie jaagt meteen de polsslag de hoogte in. En ook in de autoachtervolging door 't hartje van Boedapest - een in één take geschoten knipoog naar Claude Lelouch' klassieke kortfilm C'était un rendez-vous (1976) - toont Mundruczó zich een begenadigde actieregisseur die zwierig over de vage scheidslijn tussen arthouse en mainstream, tussen sociaal-realistisch sérieux en groteske filmfantasie scheurt. Wie bereid is om in Mundruczó's iconoclastische, zeg maar gerust gestoorde, universum te duiken, krijgt de origineelste superheldenfilm van het jaar te zien. Een film zonder Thor, Hulk, Spider-Man en andere prefabspeeltjes uit de Hollywoodfabriek, maar met een vliegende vluchteling als hoogst bizarre superheld, die politiek-religieuze allegorie koppelt aan schaamteloze B-filmfun. En vooral: een film die je geloof in de transformerende superkracht van cinema test. PS: Mundruczó, die tot hiertoe enkel in Hongarije draaide, gaat straks helemaal de Hollywoodtoer op met de psychologische thriller Deeper, met Bradley Cooper en Wonder Woman Gal Gadot in de hoofdrollen.