The Wall van Doug Liman met Aaron Taylor-Johnson, John Cena, Laith Nakli
...

The Great Wall, The Wall ... Aan films over muren geen gebrek sinds The Donald aankondigde dat hij er eentje zou bouwen op kosten van de Mexicanen. Niet dat deze films daar iets mee te maken hebben. The Great Wall van Zhang Yimou was de potsierlijke poging van Matt Damon om ook in China zieltjes te winnen met historische fantasy en The Wall is Doug Limans poging om een theatrale thriller van enige politieke relevantie te voorzien door hem in de Irakoorlog te situeren. De regisseur van intelligent (The Bourne Identity) en minder intelligent (Mr. & Mrs. Smith) actiespektakel plaatst twee Amerikaanse soldaten in het vizier van een praatgrage Iraakse scherpschutter die meer clichédialogen dan kogels op hen afvuurt. Die schiet hij wel met gruwelijke precisie, en nadat sergeant Matthews (worstelfenomeen John Cena) is neergeschoten, zit zijn collega Isaac (Aaron Taylor-Johnson) de rest van de film vastgepind achter een gammel muurtje. Sinds Danny Boyles op feiten gebaseerde 127 Hours, waarin het personage van James Franco letterlijk kwam vast te zitten, duikt die premisse wel vaker op in Hollywood. Rodrigo Cortés sloot Ryan Reynolds in Buried vijfennegentig ijzingwekkende minuten lang op in een kist, en Jaume Collet-Serra zette in The Shallows Reynolds' vrouw Blake Lively vast op een boei omsingeld door een fors uit de digitale kluiten gewassen haai. Niet al die films waren even spannend, maar ze zochten wel naar cinematografische manieren om de beperkte ruimte waarin het verhaal zich ontspon af te tasten. Bij Liman dient die ruimte vooral als achtergrond bij de niet bijster originele politieke ideeën die theaterschrijver Dwain Worrell zijn hoofdpersonages in de mond legt. De enige scènes waarin Liman het vertrouwen herwint in film als een medium dat ook simpelweg op visuele wijze ideeën over de oorlogshel kan meegeven zijn die waarin hij de iets meer viscerale toer opgaat. Zoals in die ene scène waarin Isaac luid gillend, en dus niet helemáál in onvervalste Rambostijl, eigenhandig een kogel uit zijn geteisterde lijf pulkt. Taylor-Johnson speelt het met de juiste hoeveelheden bloed, zweet en tranen, en cameraman Roman Vasyanov zit hem dicht genoeg op de restjes huid om het een en ander tastbaar te maken. Jammer genoeg is het een van de weinige momenten in deze psychologische oorlogsthriller waarop Liman het gelimiteerde scenario met beperkte middelen weet op te tillen tot bloedstollend drama.