Todd Haynes, Gus Van Sant, Claire Denis: de ene gevierde filmregisseur na de andere reageerde in oktober 2015 op het nieuws van de zelfgekozen dood van Chantal Akerman door zijn of haar bewondering uit te drukken voor haar werk. Baanbrekend was Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1976), met ellenlange onbewogen, frontale opnames van een huisvrouw (Delphine Seyrig) die aardappelen schilt, strijkt, eigeel klopt of wacht tot zoonlief thuiskomt. Op het einde van haar carrière legde Akerman zich vooral toe op museale installaties en vi...

Todd Haynes, Gus Van Sant, Claire Denis: de ene gevierde filmregisseur na de andere reageerde in oktober 2015 op het nieuws van de zelfgekozen dood van Chantal Akerman door zijn of haar bewondering uit te drukken voor haar werk. Baanbrekend was Jeanne Dielman, 23 Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1976), met ellenlange onbewogen, frontale opnames van een huisvrouw (Delphine Seyrig) die aardappelen schilt, strijkt, eigeel klopt of wacht tot zoonlief thuiskomt. Op het einde van haar carrière legde Akerman zich vooral toe op museale installaties en videokunst. Vreemd is het niet om de Belgische cineast te associëren met films waar vooral academici en doorgewinterde cinefielen gek op zijn. Ze bezet een prominente plaats in de Europese avant-garde en de feministische cinema. Het is alleen zonde om haar daarop vast te pinnen. Akerman heeft altijd op haar vrijheid en autonomie gestaan, met een zeer gevarieerde filmografie tot gevolg. Zo hoopte ze (vergeefs) op succes met Un divan à New York (1966), een gesofisticeerde komedie met William Hurt en Juliette Binoche. Het aan de aandacht ontsnapte Golden Eighties is een nog grotere verrassing, want een kleurrijke, levendige musical met liedjes waar ze zelf de tekst voor schreef. Cinematek en de Fondation Chantal Akerman bundelden de krachten om het curiosum uit 1986 te restaureren en opnieuw uit te brengen. Je moet het zien en horen om het te geloven: Golden Eighties is een musical zoals Jacques Demy ze graag had, Les parapluies de Cherbourg op kop, met dien verstande dat een Akerman altijd een Akerman is en nooit een epigoon of pastiche. In een winkelgalerij die verdacht veel lijkt op de Brusselse Guldenvliesgalerij van dertig jaar geleden, toont de liefde zich weer van haar grilligste, stekeblinde kant. Ze verschijnt waar ze niet welkom is en verdwijnt waar erom gevraagd wordt. Boetiekuitbaatster Jeanne (muze Delphine Seyrig) is van haar melk door de verschijning van een Amerikaanse ex-soldaat (filmregisseur John Berry) met wie ze veertig jaar eerder iets had. Haar zoon wordt begeerd door twee kapsters maar verliest zijn hart aan hun bazin, die niet ongevoelig is voor de avances van een gangster. Et cetera. De jarentachtigkitsch is aandoenlijker dan de gedateerde Franse popliedjes die rechtstreeks in de camera worden gezongen. De snoepkleuren, het zwierige tempo en de sensualiteit maskeren een bittere ondertoon. Af en toe merk je dat Akerman zich met een beperkt budget moest beredderen. Maar werpt Golden Eighties een ander licht op de even gekwelde als getalenteerde filmmaakster? O ja.