Een oudere schoonmaakster (Saadia Bentaiëb) dommelt 's avonds in op de Brusselse metro, om aan de eindhalte vast te stellen dat er geen nachtbus meer rijdt, haar zoon zijn telefoon niet opneemt en ze niet voldoende geld op haar rekening heeft staan om een taxi te kunnen betalen. Noodgedwongen besluit Khadija, zo heet de bedeesde moslima in kwestie, dan maar om de weg naar huis te voet af te leggen, met een reeks vluchtige ontmoetingen - met een nachtwaker, een dakloze, een ambulancier en de uitbaatster van een superette - als intermezzi on the road.
...

Een oudere schoonmaakster (Saadia Bentaiëb) dommelt 's avonds in op de Brusselse metro, om aan de eindhalte vast te stellen dat er geen nachtbus meer rijdt, haar zoon zijn telefoon niet opneemt en ze niet voldoende geld op haar rekening heeft staan om een taxi te kunnen betalen. Noodgedwongen besluit Khadija, zo heet de bedeesde moslima in kwestie, dan maar om de weg naar huis te voet af te leggen, met een reeks vluchtige ontmoetingen - met een nachtwaker, een dakloze, een ambulancier en de uitbaatster van een superette - als intermezzi on the road. Veel meer gebeurt er niet in Bas Devos' derde langspeelfilm, maar wie het langzaam ontvellende oeuvre van de talentvolle, Vlaamse filmmaker kent, weet dat hij narratief weinig nodig heeft om pure, plastische cinema mee te brouwen. Net als in zijn vorige films ( Violet uit 2014 en Hellhole, dat amper acht maanden geleden in de zalen kwam) teert ook Ghost Tropic hoofdzakelijk op ritme, ruimte, beeld en geluid, waarbij voorbijzoevende auto's, verlepte neonreclames, afbladderende muren en dansende lichtflitsen minstens evenveel zeggen als de schimmige personages. Spectaculair of opwindend kun je deze intieme, zich zachtjes in de schaduw van Chantal Akerman nestelende stadsnocturne daarom niet noemen. Toch waait er 84 verbazend vlot voorbijtrekkende minuten lang een teder, poëtisch briesje en een gevoel van warme weemoed doorheen, met dank ook aan het exquise camerawerk van Grimm Vandekerckhove. Het is alsof Devos in een opwelling van militant maar discreet optimisme een visuele liefdesbrief heeft geschreven aan Brussel en haar heel diverse inwoners, kwestie van je niet alleen te tonen maar dit keer ook te laten voelen dat onze hoofdstad niet die helse stadsjungle is waarvoor zij in de media te vaak wordt versleten. In meerdere opzichten is Ghost Tropic, dat dit jaar zijn wereldpremière beleefde in Cannes en daar uitstekende kritieken kreeg, dan ook zowat de antithese van Devos' vorige, veel somberder en meer cerebrale stadsfilm Hellhole, die registreerde hoe de inwoners van Brussel omgingen met de naweeën van de terreuraanslagen van 2016. Het is een hommage zonder megafoon, een statement zonder slogans, een stadsgedicht zonder rijmelarij, een portret met de blik naar binnen gekeerd. Maar het is er een vol kleine, rake observaties en fraai uitgekiende tableaus, met een rustig, organisch verteltempo (de onthaaste tracking shots doen op geen enkel moment vermoeden dat de film in amper vier maanden werd gedraaid, gemonteerd en afgewerkt) en met een warmhartige protagoniste die je dagelijks op de metro ziet zitten, maar zelden of nooit in de bioscoop tegenkomt. Ghost Tropic is een nachtelijke odyssee zonder helden en zonder drama, die schoonheid zoekt en vindt in het kloppende hart van de metropool.