Twee films voor de prijs van één: het klinkt als een koopje, maar in het geval van Suburbicon resulteert die generositeit in een wel heel curieus en schizofreen beestje. Dit is immers een noirpastiche die zich afspeelt in het kraaknette Amerika van de late jaren vijftig. Probleem: George Clooney lengt zijn film op een onhandige, zeg maar misplaatste manier aan met een subplot over racisme toen en nu.
...

Twee films voor de prijs van één: het klinkt als een koopje, maar in het geval van Suburbicon resulteert die generositeit in een wel heel curieus en schizofreen beestje. Dit is immers een noirpastiche die zich afspeelt in het kraaknette Amerika van de late jaren vijftig. Probleem: George Clooney lengt zijn film op een onhandige, zeg maar misplaatste manier aan met een subplot over racisme toen en nu. Voor het raamverhaal baseerde Clooney zich op een scenario dat Joel en Ethan Coen schreven kort na Fargo (1996). Wie het oeuvre van de broers een beetje kent, weet wat dat betekent. Ook nu draait het om knullige would-bemisdadigers die zichzelf in de voet schieten, ook nu loeren de spoken van hard-boiled auteurs Dashiell Hammett en Raymond Chandler om de hoek en ook nu passeren allerlei kleurrijke archetypes de revue. Alleen voelt Clooney, die met Good Night and Good Luck toch regietalent toonde, de onweerstaanbare drang om de saillante retrosatire van de Coens te combineren met politiek en boodschapperige sérieux. De intriges spelen zich af in het bedrieglijk vredige voorstadje Suburbicon, waar Gardner Lodge (Matt Damon) met zijn modelgezin zijn Amerikaanse droomleventje slijt. Tenminste, tot hij en zijn slinkse schoonzus (Julianne Moore als brunette) een plan beramen om zijn lieftallige, aan een rolstoel gekluisterde eega (Moore als blondine) uit de weg te ruimen. Daarvoor huurt Lodge twee criminelen in, maar lang duurt het niet vooraleer hij verstrikt raakt in een web van leugens, chantage en verraad. Ondertussen staat ook de hele buurt in rep en roer omdat er een zwart gezin is neergestreken, tot horreur van de blanke bewoners. De pointe die Clooney er wil inhameren - onder de perfect gemanicuurde Amerikaanse gazons schuilde altijd al een duistere, racistische ziel - is zonneklaar. Jammer genoeg staat dat deel van het verhaal volledig los van de familiale gruwelescapades van Lodge, krijgen de zwarte personages nauwelijks screentime en bezondigt Clooney zich als het ware aan narratieve segregatie. De toon - van naargeestig tot grotesk, van uitzinnige farce tot dodelijke ernst - wisselt bijgevolg te vaak en te bruusk, terwijl je jezelf ook nooit van de indruk kunt ontdoen dat je de coeneske dialogen, plottwists en oneliners al eerder en vileiner hebt gezien en gehoord. Geen wonder dat Suburbicon in de States - waar men Clooneys naar Trump knipogende geschiedenislesje te opportunistisch vond - door critici werd gefileerd, ook al heeft de film wel degelijk zijn troeven. Het fraaie productiedesign flitst je zo terug naar Mad Men en Blue Velvet, de cinematografie van Robert Elswit is glanzend en broeierig tegelijk, en Oscar Isaac dingt mee naar een plek in de Coencanon als de heerlijk gluiperige verzekeringsagent die Lodge dreigt te ontmaskeren - het soort deukhoedenrol dat Clooney indertijd graag voor zichzelf reserveerde. Some good, some bad, some ugly.