El Clan
...

'A family that slays together, stays together', luidde indertijd de heerlijk sappige promoslogan van Bloody Mama (1970), Roger Cormans al even sappige maar minder heerlijke B-gangsterfilm over de beruchte Baker Gang. En als we Pablo Trapero's op feiten gebaseerde suspensedrama El Clan mogen geloven, gold hetzelfde motto kennelijk ook voor de Puccio-clan.In de jaren tachtig, vlak na het einde van de militaire junta in Argentinië, ontvoerde en vermoordde die verschillende mensen, zonder dat ook maar één lid van het middenklassegezin uit Buenos Aires - pa, ma, de drie zonen en twee dochters - de familiale omerta doorbrak. Dat de Puccio's ruim drie jaar lang ongestoord hun gang konden gaan - ze werden pas in 1985 bij de kraag gevat na een mislukte poging om het losgeld voor hun laatste slachtoffer op te pikken - had niet alleen te maken met hun (veel)koppige stilzwijgen.Ook het feit dat Arquimedes Puccio, de sociopathische patriarch van de familie, een voormalig lid was van de inlichtingendiensten en al die tijd vanuit politionele kringen bescherming genoot, speelde een belangrijke maar nooit volledig opgehelderde rol.Veel moeite hoef je niet te doen om Trapero's broeierige thriller, die vorig jaar in Argentinië alle kassarecords brak, te lezen als een microstudie van de Argentijnse samenleving ten tijde van en kort na de dictatuur, met de Puccio's als de banale gezichten (de oudste tienerzoon gaat naar de unief, is populair bij de meisjes en droomt van een rugbycarrière) en immorele restproducten van het fascistische Videla-regime.Toch is het Trapero, die eerder zijn sociaal engagement demonstreerde met working class-drama's als Leonera (2008), Carancho (2010) en White Elephant (2012), hier niet zozeer om een politiek j'accuse te doen. Met zijn mix van huiselijk vader-zoondrama en sinistere complotthriller, zijn efficiënt in beeld gezette kidnapscènes, zijn gesatureerde kleurenpalet en zijn tarantineske, contrapuntische popsoundtrack is het vooral een onderhoudende en sfeervolle genrefilm.Dat die niet veel dieper snijdt dan het retro-oppervlak en nooit het niveau haalt van pakweg de films van Pablo Larraín, de Chileense criticaster van het Pinochet-regime, vormt daarbij geen al te groot bezwaar. Want ook al is El Clan bij momenten een beetje sleazy en cliché, Trapero, die in Venetië enigszins verrassend de regieprijs kreeg, steekt er genoeg weerhaakjes en sérieux in om de doordeweekse uit Hollywood aangewaaide McThriller te ontstijgen. ¡Que lo pases bien!