Misogyne kitschorgie of verkeerd begrepen feministisch meesterwerk? Ruim een kwarteeuw na zijn desastreuze release zwiert Showgirls (1995) nog steeds de hormonen de hoogte in. Maar hoe wansmakelijk sommigen Paul Verhoevens stripperssprookje ook vinden, hun g-string moet al behoorlijk gespannen staan om er niet op zijn minst een fascinerende parabel over Hollywoodhybris in te zien.
...

Misogyne kitschorgie of verkeerd begrepen feministisch meesterwerk? Ruim een kwarteeuw na zijn desastreuze release zwiert Showgirls (1995) nog steeds de hormonen de hoogte in. Maar hoe wansmakelijk sommigen Paul Verhoevens stripperssprookje ook vinden, hun g-string moet al behoorlijk gespannen staan om er niet op zijn minst een fascinerende parabel over Hollywoodhybris in te zien. Dat vindt ook Jeffrey McHale, die er deze liefdevolle en entertainende docu aan wijdde, die louter uit archiefbeelden en off-screencommentaren bestaat. McHale laat zowel haters als fans mediteren over de film die midden jaren negentig wulps vrouwelijk naakt in het gezicht van het blozende mainstreampubliek kletste, en Amerika - met zijn obsessie voor faam en fortuin - sardonisch grijnzend in zijn blootje zette. Ook letterlijk, en met ridicuul veel eyeliner op. Voor wie de catastrofale bioscooprelease heeft gemist, en de dvd, de blu-ray, de talloze vertoningen op tv, de nachtelijke screenings of de cultshows die ontsproten aan wat uiteindelijk een dragqueen- en memefavoriet werd: Showgirls vertelt de fabel van de negentienjarige, platinablonde Nomi Malone (Elizabeth Berkley, die daarna in de obscuriteit gleed), die naar Las Vegas trekt met de ambitie om variétéster te worden maar al gauw ondervindt dat ze in een slangenkuil is beland waarin scrupules even snel worden afgeschud als de glitter-bh's. Ook na meerdere visies blijft Showgirls een schaamteloze parade van groteske dialogen, personages uit silicone, uitzinnige dansroutines en blote borsten, maar de hamvraag blijft: was het Verhoevens bedoeling om er een over-the-topsatire op Amerika's kapitalistische kitschcultuur van te maken, zoals hij dat eerder met RoboCop en Basic Instinct gedaan had? Of had hij toch een ernstig melodrama over verloren onschuld in zijn zondige gedachten, en hadden zijn successen hem zo hoogmoedig gemaakt dat hij zich ongewild richting Razzie Awards en de Hollywooduitgang regisseerde? You Don't Nomi laat het antwoord in het midden, maar de hints zijn duidelijk. Aan de hand van goedgekozen clips uit Verhoevens controversiële carrière illustreert McHale dat Showgirls bulkt van de dada's en typische motieven van de Nederlander. De film getuigt niet van de minste schroom, alsof Verhoeven - voyeurist en feminist, spotvogel en manipulator ineen - de studio's bewust een naaldhak wilde zetten. De cinematografische wellust spat er wél van af, met knallende kleuren, glanzende spiegelbeelden, elegante capriolen, expressionistische decors en Busby Berkeley-achtige choreografieën, maar dan zonder kleren aan. Bovendien is Showgirls een film die zijn dubbelzinnigheden hartstochtelijk omarmt en de kijker een spiegel voorhoudt, wat alleen al wordt gereflecteerd in de naam van het hoofdpersonage, die je kunt lezen als 'Know me', 'No me' en 'No, me!'. Geen idee of Elizabeth Berkley, die elke spier overspande voor haar even hysterische als blote hoofdrol, daar indertijd van op de hoogte was, maar één ding is zeker: deze docu is niet alleen voor Showgirls-fanatici de moeite, maar ook voor al wie de bioscooprelease, de dvd, de blu-ray, de tv-vertoningen, de nachtelijke screenings en de afgeleide cultshows hebben gemist.