Een meisjeskoor staat vredig te zingen in de kerk, tot de hemelse klanken zoetjesaan overstemd worden door dissonante elektronische muziek en een inktzwart beeld vervolgens bruusk de titel Beast aankondigt. In gotische letters nog wel. Nee, je kunt niet beweren dat schrijver-regisseur Michael Pearce je niet al van in het schizofrene openingsshot duidelijk maakt dat je een desoriënterende trip te wachten staat. Die voert je niet alleen mee langs de gemeenplaatsen van zowel het soap-, detective- als horrorgenre, onderweg pik je ook de geesten van Joseph Losey, Nicolas ...

Een meisjeskoor staat vredig te zingen in de kerk, tot de hemelse klanken zoetjesaan overstemd worden door dissonante elektronische muziek en een inktzwart beeld vervolgens bruusk de titel Beast aankondigt. In gotische letters nog wel. Nee, je kunt niet beweren dat schrijver-regisseur Michael Pearce je niet al van in het schizofrene openingsshot duidelijk maakt dat je een desoriënterende trip te wachten staat. Die voert je niet alleen mee langs de gemeenplaatsen van zowel het soap-, detective- als horrorgenre, onderweg pik je ook de geesten van Joseph Losey, Nicolas Roeg en desnoods die flik uit de tamme tv-serie Bergerac op. Een van de zingende meisjes in de kerk is Moll, een rosse vonk van in de twintig die nog steeds bij haar welgestelde ouders op het eiland Jersey woont, waar ze zorgt voor haar dementerende pa en de kost verdient als gids voor bejaarde toeristen. Moll lijkt op het eerste gezicht braaf en onschuldig, al blijkt snel dat het gezegde 'stille waters, diepe gronden' haar op het lijf is geschreven. Ze gaat immers nog steeds gebukt onder een gewelddadig incident uit haar jeugd, en die littekens worden opengerukt wanneer Pascal plots in haar leven opduikt. Hij is een mooie, mysterieuze outsider die zoveel feromonen uitzweet dat ze tegen beter weten in, en vooral tegen de zin van haar dominante moeder, in zijn ruige armen gedreven wordt. Voeg daar nog een subplot aan toe over een seriemoordenaar die de wijde, romantische omgeving onveilig maakt, en je zit gebeiteld voor een klamme koortsdroom van een film, een wrange karakterstudie en tegelijk een gothic horrortrip die bol staat van de psychoseksuele suspense. Voor het verhaal - deels gebaseerd op de wandaden van Edward Paisnel, The Beast of Jersey, die tussen 1960 en 1971 zes lustmoorden op het Kanaaleiland pleegde - hoef je dan ook niet te kijken. Dat zwalpt bij momenten van plotwending naar plotwending, en in de nochtans heerlijk ambigue epiloog dreigt Pearce door de vele toonwissels zelfs even te kapseizen. Waar Beast wel in excelleert, en wat nog lang na de eindcredits nazindert, is de visueel vernuftige manier waarop de jonge, Britse debutant oeremoties als liefde, lust, angst, pijn en verdriet in beeld brengt. Daarvoor kan Pearce bogen op de wellustige fotografie van Benjamin Kracun - die zijn camera in aardse poëzie doopt -, een gedreven montage en een uitstekende cast. Die wordt aangevoerd door Jessie Buckley, als de getroebleerde, smachtende Moll, die het achternichtje van een Emily Brontë-heldin zou kunnen zijn, en Johnny Flynn als blonde, reddende engel en destructieve demon ineen. Een eigenaardig, schizofreen en venijnig beestje dat zijn tanden in je psyche zet.