Flatten the curve is al jaren de hoofdbezigheid van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF). Vorig jaar kreeg het filmfonds 244 steunaanvragen voor fictieprojecten. Slechts zeven Vlaamse speelfilms kregen groen licht voor de belangrijkste fase: de productie. Wie uit de boot valt, moet creatief zijn, want een langspeelfilm vergt tijd, geld, energie en mankracht. Toch zijn er doe-het-zelvers en mavericks die zonder subsidies of een commerciële samenwerking met grote productiehuizen toch langspeelfilms (proberen te) maken. Cultfilmers als Rob Van Eyck of Jan Bucquoy deden dat vroeger al, en ook tegenwoordig verschijnt opvallend veel DIY-cinema op de radar.
...

Flatten the curve is al jaren de hoofdbezigheid van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF). Vorig jaar kreeg het filmfonds 244 steunaanvragen voor fictieprojecten. Slechts zeven Vlaamse speelfilms kregen groen licht voor de belangrijkste fase: de productie. Wie uit de boot valt, moet creatief zijn, want een langspeelfilm vergt tijd, geld, energie en mankracht. Toch zijn er doe-het-zelvers en mavericks die zonder subsidies of een commerciële samenwerking met grote productiehuizen toch langspeelfilms (proberen te) maken. Cultfilmers als Rob Van Eyck of Jan Bucquoy deden dat vroeger al, en ook tegenwoordig verschijnt opvallend veel DIY-cinema op de radar. Het jaar begon met de bioscooprelease van Ghost Tropic, een los uit de pols geschudde, prachtige nocturne die regisseur Bas Devos en producent Marc Goyens financierden met wat spaargeld en de goodwill van getalenteerde, enthousiaste medewerkers. Daarna werd Honeymoon in een bescheiden aantal zalen uitgebracht. Henri Van Lierde realiseerde die surrealistische en absurde arthousefilm in acht dagen tijd en met eigen middelen. Hij liet de Belgische kust doorgaan voor een woestijngebied in het Tsjaad van de jaren 1960. Begin maart, net voor de lockdown, ging Vlaamse flikken in première, een misdaadfilm waar de nu achttienjarige Gilles De Keyser op zijn vijftiende aan begon. Precies drieëndertig jaar na het kapseizen van de veerboot de Herald of Free Enterprise beleefde Superette Anna van Piet Sonck zijn première, een ensemblefilm over een overval op een supermarktje op de dag van de beruchte scheepsramp. De lockdown torpedeerde de bioscoopcarrière, maar de VOD-platforms van Proximus en Telenet springen in de bres. Vanaf 17 mei is ook Sinner beschikbaar op Play More van Telenet. In die film van Emilie Verhamme noemt het flamboyante personage van Maaike Cafmeyer zichzelf de 'Beyoncé van de versukkelde vrouwen'. Ze neemt het niet dat de man van haar leven haar niet meer in zijn leven wil. Voor die rol wist Verhamme schrijver Dimitri Verhulst te strikken.Zowel De Keyser, Sonck als Verhamme hoef je niet te vertellen dat ze geen meesterwerk hebben gemaakt. Daarvoor zijn ze te kritisch voor zichzelf. Wel maakten ze alle drie met een minimum aan middelen en een maximum aan doorzettingsvermogen een langspeelfilm. Dat dwingt respect af. En een gesprek met Knack Focus. Emilie Verhamme studeerde nog toen haar kortfilm Cockaigne in 2012 in aanmerking kwam voor de Gouden Palm in Cannes. Het VAF beloonde haar afstudeerfilm Tsjernobyl Hearts met de felbegeerde Wildcard. Met het prijzengeld maakte ze een eerste langspeelfilm, Eau Zoo. Die werd door het filmfestival van Gent opgepikt, maar haar hermetische film bereikte geen groot publiek. 'Na elke film volgt een verwerkingsproces', zegt Verhamme. 'Dan stel ik me de vraag: is dit nu wel waar ik goed in ben? Is dit waar ik mee bezig moet zijn? Die zoektocht vreet tijd. Als ik aan een nieuwe film begin, heb ik het gevoel dat ik verloren tijd moet inhalen.' In minder dan een jaar schreef en draaide Verhamme Sinner, een film 'over de eenzijdigheid van de liefde'. 'Marie Killer is op zoek naar verbinding, een beetje genegenheid en zielenrust. Ze wil niet aanvaarden dat de man van haar leven haar niet meer wil. Het is een vrouw van veel woorden, met een sterk karakter. Tristesse houdt ze in haar schuif.' Maaike Cafmeyer speelt Marie Killer met flair, Dimitri Verhulst is haar tegenspeler. 'Maaike was enthousiast. De rolt leunt niet aan bij wat ze gewoonlijk aangeboden krijgt. Dimitri is een goede vriend. Hij had veel zin om zich met film te amuseren, een beetje zoals Hugo Claus, zijn grote voorbeeld. Dimitri neemt zichzelf niet te ernstig en dat had ik nodig. Sinner is bedoeld karikaturaal. Spel, decor, make-up: alles is uitvergroot.' Een onverdeeld succes is Sinner niet. Na premières op de festivals van Oostende en Utrecht kreeg een bescheiden bioscooprelease amper aandacht. 'Klinkt het alsof ik teleurgesteld ben? Dat mag je zeker niet schrijven. Ik ben enorm trots op Sinner en op de drive van de vele medewerkers. Alleen ben ik heel slecht in mezelf promoten. Ik probeer objectief en eerlijk te zijn. Voor mij was het vooral een interessant experiment. Ik werkte voor het eerst met echte acteurs. Alles was heel gecontroleerd. Op de set besefte ik dat die manier van filmen niet organisch bij mij past. Dat is geen teleurstelling. Het is een observatie.' Verhamme verkeek zich op het schamele budget. 'Misschien zijn het allemaal excuses achteraf, want er zijn al fantastische cultfilms gedraaid met zéér weinig budget. Toch heb ik ondervonden dat een goed verhaal tijd verdient, en een correcte financiering.' Het budget voor Sinner schommelde rond de honderdduizend euro. 'Sommige kortfilms kosten zoveel. Ik heb geleerd dat je bepaalde budgetposten echt niet mag negeren. Zo was er bijna geen geld voor de postproductie. Het geluid kwam in gevaar. Muziek viel duur uit. We hadden geen rekening gehouden met marketing en promotie. Bij gebrek aan filmverdeler hebben we de bioscopen zelf moeten aanspreken. We hadden beter moeten nadenken.' Verhamme heeft een idee voor een derde film. Ze wil er de tijd voor nemen en steun aanvragen. 'Voor mijn tweede langspeelfilm wil ik steun aanvragen bij het VAF. De kans dat ik het haal is beperkt. Ik besef dat ik een buitenbeentje ben en dat er véél regisseurs aankloppen. Moet ik dan opgeven? Het VAF zal mij niet tegenhouden. Dan vind ik wel een andere oplossing', zegt Piet Sonck strijdvaardig. 'Iedereen moet zijn eigen weg zoeken. Met Superette Anna realiseerde ik als ouwe rot alsnog mijn droom: een langspeelfilm maken. Dat smaakt naar meer.' Sonck begon op latere leeftijd aan filmstudies. 'Financiering is meestal de grootste moeilijkheid, maar dankzij mijn economische achtergrond kan ik veel zelf doen. Ik weet hoe de taxshelter werkt. Ik weet hoe je de kosten drukt door zo weinig mogelijk opnamedagen te plannen op zo weinig mogelijk locaties. Superette Anna, een donkere komedie op het randje van burlesk, speelt zich in een familiesuperette af. Het is geen huis clos maar een mall clos met een historische kapstok: de ramp met de Herald of Free Enterprise, die in 1987 aan 193 mensen het leven kostte.' In acht opnamedagen klaarde Sonck de klus. 'Ik kwam uit op een film van net geen uur. Dat was nipt. De festivals vinden een uur de minimumlengte. Ik heb dat opgelost door onze documentaire over de Herald in te korten en aan de generiek te laten voorafgaan.' Door de lange lappen tekst en het gebrek aan repetitietijd leek het Sonck beter om met ervaren acteurs zoals Loes Van den Heuvel, Warre Borgmans en Bert Haelvoet te werken. 'Of het project van de grond zou komen, hing af van het feit of ik bekende acteurs ervan kon overtuigen om voor een bescheiden dagvergoeding mee te werken. Dat is gelukt. Omdat ik al jaren feestjes, premières en ernstiger dingen frequenteer, heb ik een uitgebreid netwerk. Dat helpt. Dan kun je een Tom Audenaert of Barbara Sarafian strikken voor één scène. De grap is dat sommigen Barbara door haar seventieslook niet eens herkenden.' Sonck is tevreden met het resultaat, rekening houdend met de beperkte middelen. 'Ik zou mijn film niet afbreken. Oké, het is een rare mix en daardoor geen film die het grote publiek zal smaken. Toch houden heel wat veertigplussers van het verhaal. Ze moeten lachen en pinken een traantje weg als het over de Herald gaat.' Door de coronacrisis viel de bioscoopcarrière van Superette Anna in het water. Sonck schakelde supersnel en kon via zijn contacten Proximus en Telenet overtuigen om de film via hun platforms aan te bieden. Vanaf 15 mei hoopt hij zijn film bij de mensen thuis te mogen in- en uitleiden. 'Dat is dan, bij gebrek aan beter, mijn distributie.' Voor Hannah, een VR-tv-reeks met jongeren waaraan hij nu werkt, kreeg hij steun van het innovatielab van het VAF. Na een zwaar skiongeval verbleef Gilles De Keyser in 2016 wekenlang op de kinderafdeling van het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis van Aalst. Overdonderd door de goede zorgen en de empathie van verplegers en artsen wilde de vijftienjarige iets terugdoen. 'Omdat films maken al sinds mijn achtste een passie is, was de keuze snel gemaakt: een professionele film maken en de opbrengst wegschenken.' Tijdens de revalidatie - hij moest opnieuw leren stappen - schreef De Keyser een scenario voor een misdaadfilm over een politieonderzoek naar kindersmokkel uit Noord-Frankrijk. 'Na tachtig pagina's ben ik cast en crew beginnen te zoeken. Ik stond er versteld van hoeveel vrienden en vriendinnen meteen mee op de kar sprongen. Ook al was ik maar vijftien, de politie en de hulpdiensten van Aalst schaarden zich van in het begin volledig achter het project. Dat is een van de redenen waarom Vlaamse flikken er veel professioneler uitziet dan mensen op basis van onze leeftijd verwachten.' Om de film 'wat meer cachet' te geven besloot hij om er enkele bekende acteurs bij te vragen. 'Lien Van de Kelder was de eerste met wie ik contact opnam en ze zei meteen ja. Ik vroeg me af of er nog meer kleppers zouden toehappen.' Ook Mathias Sercu, Katelijne Verbeke, Daan Hugaert, Wim Danckaert, Anton Cogen en Camilia Blereau zeiden toe. 'Bewonderenswaardig, want ik kon niet eens hun verplaatsing naar de filmset vergoeden.' Alle hoofdrollen gingen naar leeftijdsgenoten van de jonge regisseur. 'Niemand van ons heeft een kunstopleiding gevolgd. We konden alleen tijdens de schoolvakanties voortwerken.' Het enorme kwaliteitsverschil tussen de eerste en de laatste opname maakt hem blij. 'Dat wil zeggen dat we in drie jaar tijd enorm veel bijgeleerd hebben.' De Keyser kreeg veel steun van vrienden en familie, maar alle praktische zaken nam hij op zich. 'Regie, scenario, productie, montages, een zaal voor de première vastleggen, broodjes smeren daags voor een opname: ik deed het allemaal zelf.' Het meest genoot hij van het coördineren en organiseren. 'Na de première kreeg ik gigantisch veel reacties van jongeren én volwassenen met de vraag om hen te helpen met hun filmproject. Ik merk dat veel mensen gewoon niet weten hoe je aan een langspeelfilm begint. Waar vind je acteurs? Hoe regel je een locatie? Hoe overtuig je het speciale interventieteam van de politie? Dat wist ik vooraf natuurlijk ook niet. Doorzettingsvermogen en passie blijken de belangrijkste factoren. Het is niet iedereen gegeven om drie jaar lang aan de kar te blijven trekken.' De Keyser bruist van de nieuwe ideeën, maar focust voorlopig op zijn studies communicatiewetenschappen in combinatie met een stage bij het productiehuis achter het VTM-programma Helden van hier: Corona.