Hetzelfde stukje klankband weerklinkt minstens dertig keer uit het kamertje waarin Walter Murch staat te monteren. Staat, want de man die de geluidsmontage deed voor klassiekers als THX 1138 (1971), American Graffiti (1973), The Conversation (1974) en alle Godfather-films, de man ook die de beelden van Apocalypse Now (1979), The English Patient (1996) en Jarhead (2005) knipte en plakte, vindt dat monteren werk is dat je rechtopstaand doet.
...

Hetzelfde stukje klankband weerklinkt minstens dertig keer uit het kamertje waarin Walter Murch staat te monteren. Staat, want de man die de geluidsmontage deed voor klassiekers als THX 1138 (1971), American Graffiti (1973), The Conversation (1974) en alle Godfather-films, de man ook die de beelden van Apocalypse Now (1979), The English Patient (1996) en Jarhead (2005) knipte en plakte, vindt dat monteren werk is dat je rechtopstaand doet. 'Een monteur is tegelijkertijd dirigent, hersenchirurg en chef-kok. Allemaal beroepen die je staand beoefent', legt de nestor onder de filmmonteurs uit terwijl hij de laatste hand legt aan een scène uit Coup 53, een documentaire over Iran. 'Van zodra tijd een factor is, willen mensen spontaan rechtstaan. Omdat je het ritme dan anders aanvoelt.' De voortdurende herhaling van hetzelfde stukje geluid werkt ondergetekende al na vijf minuten op de zenuwen, Murch lijkt het niet te deren.Het roept de vraag op hoe vaak hij iconische quotes als 'I'll make him an offer he can't refuse' en 'I love the smell of napalm in the morning' heeft moeten horen. 'Duizenden keren', zegt hij zonder verpinken. 'Ik werk een jaar lang twaalf uur per dag aan een film, vijf dagen per week, soms meer. En in die tijd kijk ik constant naar delen van de film waar ik aan werk. Reken maar uit hoeveel uren je dan naar een film kijkt die uiteindelijk maar twee uur lang zal zijn. 'Maar zelfs dan kun je niet voorspellen welke zinnen zich in het collectieve geheugen zullen nestelen. 'I'll make him an offer he can't refuse' was al een dingetje toen we nog aan de film aan het werken waren.' 'Wist je trouwens dat er op de set van Taxi Driver drie technici met dezelfde achternaam rondliepen? Telkens wanneer een van hen voor iets geroepen werd, vroeg die: 'Are you talking to me?' Robert De Niro's befaamde monoloog was gewoon een inside joke die een eigen leven is gaan leiden.'Van dat soort verhalen heeft Murch er wel meer. En heus niet alleen over de filmwereld. In de twee uurtjes die we samen op de sofa van zijn Londense monteerhok doorbrengen, vertelt de casual in een zwart pak zittende Amerikaan achtereenvolgens waar de uitdrukking 'oké' vandaan komt (een lang verhaal over president Martin Van Buren), hoe Kodak aan zijn naam kwam (een lang verhaal over ingehuurde linguïsten) en waarom Apple niet langer in de montagesoftware Final Cut Pro investeert (een lang verhaal over inhaligheid). Murch praat graag en veel, en zijn interesses variëren - naast film uiteraard - van klassieke muziek tot deeltjesfysica. Bij momenten lijkt het alsof je met een levende Wikipedia zit te praten. Zijn eigen baan omschrijft hij lachend als een vorm van hersenspoeling. 'Je neemt een gevangene en zet hem in een kleine ruimte onder druk door steeds maar weer dezelfde dingen te herhalen. Dat is exact wat een filmmonteur doet. We worden gebrainwasht door de film waar we aan werken. Maar gelukkig treedt er al snel een soort stockholmsyndroom op: we gaan houden van het project dat ons gijzelt.' *** Voor een levende legende die enkele van de grootste regisseurs uit Hollywood weleens op hun plaats moest zetten, is Murch overigens verrassend benaderbaar. Geen leger pr-assistenten die zijn afspraken regelen en je vertellen wat je wel, en vooral niet, mag vragen. Gewoon een mailtje waarin hij de code van de voordeur van zijn werkplek meegeeft: 'Het is op de vierde verdieping. Ik zit in het hok naast de keuken. Je kunt niet missen.' Walter Murch is niet vals bescheiden, hij is oprecht bescheiden. Sinds een jaar of twintig wordt de man bedolven onder de lifetime achievement awards, maar het enige moment waarop de vlotte prater plots niet uit zijn woorden komt, is wanneer ik hem vraag wat hij nu zelf zijn grootste verwezenlijking vindt. Verder dan een 'ik denk gewoon niet op die manier over dat soort dingen na' komt hij niet. Idem wanneer ik naar zijn Oscars vraag. Murch won er drie, eentje voor de geniale geluidsmix voor Apocalypse Now en twee voor The English Patient. Maar vraag hem waar hij ze bewaart en de man die vlot theorieën over klassieke muziek in de achttiende eeuw uit zijn mouw schudt, moet plots heel hard nadenken. 'Ik weet zeker dat ze thuis ergens in een kast liggen. Maar ik stal ze niet uit of zo.' Murch werkte twee keer samen met George Lucas, drie keer met Anthony Minghella en een tiental keer met Francis Ford Coppola. Zijn geheim? Elementaire beleefdheid. Volgens Murch is de ergste misstap die je als monteur kunt maken geen technische maar een gedragsfout. 'Ik wacht altijd tot de hele film klaar is voor ik zeg welke scènes misschien geschrapt kunnen worden. En dan nog probeer ik het met enige diplomatie en finesse te doen.' 'Een monteur moet ideeën en meningen hebben over hoe iets gemonteerd dient te worden, maar hij moet ook aanvoelen hoe hij die meningen het best kan brengen. En wanneer de regisseur een idee afkeurt, dan probeer je het een week later nog eens, en desnoods de week daarna nog eens. Maar als het dan nog steeds nee is, moet je stoppen. Probeer een vierde keer en je hebt een regisseur die nooit meer met je wilt werken. Because now you're a pain.' *** De enige dingen waar je bij Murch echt niet mee moet komen aanzetten zijn tv-series en 3D-cinema. 'De gemiddelde shotlengte in een televisiereeks is 2,2 seconden, precies de lengte van een kwinkslag. Daar valt als monteur weinig eer aan te behalen. En 3D-films... Je hoort me niet zeggen dat zulke stereoscopische cinema weg moet, maar ik heb al 3D-films gezien, ik heb er zelfs al aan gewerkt, en het beeld is donkerder, het scherm lijkt kleiner en bij horizontale bewegingen begint het beeld te haperen.' 'Nu goed, dat zijn technische problemen waar uiteindelijk wel een oplossing voor zal komen. Echt onoverkomelijk is dat 3D-cinema iets van je brein vraagt waar 600 miljoen jaar evolutie dat brein niet op heeft voorbereid. Daarom krijgen zo veel mensen er barstende hoofdpijn van. Wanneer een computer ingewikkelde berekeningen doet, slaat de ventilator aan, maar in je hoofd zit geen ventilator.' Niet dat de toekomst van de cinema hem zorgen baart. 'Natuurlijk ben ik optimistisch', grijnst hij breed. 'Als nieuwe vorm van kunst en communicatie is film nog maar nauwelijks de wieg ontgroeid. Er gaan nog fantastische dingen gebeuren wanneer de pubertijd van het medium eraan komt.' Murch vergelijkt het met klassieke muziek. 'Aan het begin van de achttiende eeuw waren er geen betaalbare kwaliteitsinstrumenten voor amateurs. Maar in de negentiende eeuw konden families die een beetje geld over hadden thuis Mozart spelen. En wanneer ze dan naar uitvoeringen door musici met meer expertise gingen, konden ze beter appreciëren wat die deden, omdat ze uit eigen ondervinding wisten hoe moeilijk dat was.' Volgens de 74-jarige vakman is film nu op hetzelfde punt beland. 'Je kunt voor geen geld een hele goede camera kopen, er is gratis montagesoftware: je kunt het nu zelf doen. En als je dan naar een nieuwe film van een professional gaat kijken, begrijp je beter hoeveel vakmanschap daarvoor nodig is. Dat is het einde van de kindertijd van de cinema en het begin van de adolescentie. Voetbal zit ook in die fase. En daarom is het nu zo'n wereldwijd fenomeen. Dat is waarom Ronaldo zo veel geld verdient.' Dat voor klassieke muziek die fase stopte bij de intrede van opgenomen muziek, dat die kunstvorm dat nooit echt te boven is gekomen en dat film, met thuis kijken dezelfde kant op dreigt te gaan, wuift Murch weg. 'Dat is mogelijk, ja - je weet nooit wat er gaat gebeuren - maar ik blijf optimistisch. Ik doe dit werk nu al een halve eeuw en doe nog steeds ontdekkingen. We gaan altijd nieuwe manieren blijven vinden om verhalen te vertellen.'