Het afgesneden oor in Blue Velvet. De dansende dwerg in Twin Peaks. De bulderlach van de Mystery Man in Lost Highway. De grienende baby met het lamshoofd in Eraserhead. Hoe verzint David Lynch dat toch?

De Californische kunstenaar die schilderijen, etsen en meubels maken afwisselt met zinsverbijsterende films en grensverleggende tv-series, weigert zijn werk van alle mystiek te ontdoen, maar hij vertelt wel graag waar hij zijn ideeën haalt: 'In de zuivere, gigantische, grenzeloze oceaan van bewustzijn die zich in ieder van ons bevindt.' Transcendente meditatie, een meditatietechniek die hij al zesenveertig jaar dagelijks beoefent, staat Lynch toe om dieper in de oceaan te duiken waar de grootste vissen, de sterkste ideeën, rondzwemmen.

In 2006 legde hij in het boek Catching the Big Fish verrassend helder en beknopt uit hoe die meditatie zijn creativiteit beïnvloedt. Niet een klein beetje, niet als in 'een relaxatieoefening en ik kan de drukte van een opnamedag weer aan'. Wel verregaand, als in 'zonder meditatie waren Twin Peaks en Blue Velvet er nooit geweest'. De Nederlandse vertaling van dat boek is sinds kort beschikbaar en die gebeurtenis vindt Lynch zo belangrijk dat hij alles opzijschuift voor een interview.

Toen ik voor het eerst mediteerde, voelde dat alsof ik in een lift zat waarvan de kabels waren doorgesneden. Ik bleef maar stijgen.

'DAG NIELS, HOE GAAT HET MET JE?' Net als de hardhorige FBI-chef Gordon Cole uit Twin Peaks spreekt Lynch staccato en in kapitalen. Ik maak er voor het leesgemak kleine letters van.

Catching the Big Fish dateert uit 2006. Is het niet wat laat om nog een Nederlandse vertaling op de markt te brengen?

David Lynch: Nee, want het is een tijdloos boek.

Je vergelijkt ideeën met vissen. Kleine vissen kun je in ondiep water vangen. Voor grote vissen moet je dieper duiken. Wat is de grootste vis die je ooit hebt gevangen?

Lynch: Dat zou ik niet kunnen zeggen. Ik kan je wel vertellen dat ik hou van vissen naar ideeën. Ik ben al heel vaak verliefd geworden op een idee dat ik vervolgens heb kunnen vertalen naar een of ander medium.

Volgens jou bestaan die ideeën al. Je bedenkt ze niet, je vangt ze. Dat begrijp ik niet.

Lynch: Dat is inderdaad een vreemde zaak, Niels. Wij mensen denken dat we creëren, maar eigenlijk volgen we gewoon een idee. Wij verzinnen geen ideeën uit het niets, we vangen ze. Ze zijn er ineens. Plots kunnen we ze zien, horen, proeven en voelen. Zo zie ik het toch!

Eens zien of ik het goed begrijp. De ideeën voor Blue Velvet of Lost Highway bestonden al voor jij ze ving. Ze hadden dus ook mijn richting kunnen uitzwemmen en dan was jij mij nu aan het interviewen.

Lynch: Ja, dat zou gekund hebben.

Néé!

Lynch: Toch wel, Niels. Jij had net zo goed het idee voor Blue Velvet kunnen vangen. Ik geef je een historisch voorbeeld. De Italiaan Guglielmo Marconi kwam op het idee voor radio. Aan de andere kant van de wereld had Nikola Tesla hetzelfde idee. Beiden hadden dezelfde vis gevangen.

Ik weet wel zeker dat ik het talent niet heb om Blue Velvet te maken.

Lynch: Ik haal de analogie met de vis er nog eens bij. Wij zijn de chef-kok. De chef-kok verzint de vis niet, hij bereidt die wel op zijn specifieke manier. De vis moet lekker zijn, maar de kok speelt ook een rol. De kans is groot dat jouw Blue Velvet er anders zou hebben uitgezien dan de mijne, maar jij had het idee evengoed kunnen vangen.

Je schrijft dat films in fragmenten tot jou komen en noemt het eerste fragment een Steen van Rosetta. In Blue Velvet bestond dat eerste idee uit rode lippen, groene gazons, Bobby Vintons versie van Blue Velvet en een oor in een grasveld. Kun je nog een voorbeeld geven van zo'n eerste idee?

Lynch: Het oor kwam pas later. Het eerste idee voor Blue Velvet bestond uit rode lippen en groen gras. Het eerste idee voor Lost Highway was de titel. In het boek Night People van Barry Gifford spreken personages op een gegeven moment over een lost highway. Ik werd meteen verliefd op de combinatie van die twee woorden. Hoe abstract ook, die combinatie riep een bepaalde mood én een bepaalde plek bij me op. Als je dat eerste puzzelstukje eenmaal hebt, komt de rest vanzelf.

Hoe vang je de grote vis? David Lynch, Ten Have (oorspronkelijke titel: Catching the Big Fish), 176 blz., 20,99 euro.

Je schrijft dat je, voor je met transcendente meditatie begon, vol angst en stress zat. Je voelde je neerslachtig en boos en reageerde dat vaak af op je eerste vrouw.

Lynch: Ik denk dat transcendente meditatie het belangrijkste is dat een mens kan doen. Het herstelt het contact met het transcendente en helpt je weg te lopen van lijden en kwelling. Je wordt meer jezelf en dat verandert veel. Je gedrag wordt alsmaar positiever. Je werpt negativiteit af. Als je dat van nature kan en doet, dan is dat prima. Maar er zijn miljoenen getuigenissen van mensen die baat hebben gehad bij deze meditatietechniek. Ik ben op de wereld om de mensen te vertellen over mijn persoonlijke ervaring: ik hou énorm van transcendente meditatie en van wat die voor mij heeft gedaan.

Ik herinner me mijn eerste meditatie alsof het gisteren was. Het was juli 1973, een instructrice gaf me een mantra en in een kamertje in LA mediteerde ik voor het eerst. Het was alsof ik in een lift zat waarvan de kabels waren doorgesneden. Ik bleef maar stijgen. Het was zo'n krachtige, mooie ervaring. Sindsdien heb ik elke dag gemediteerd.

Je noemt transcendente meditatie 'het voertuig dat je naar een oceaan van pure gelukzaligheid' brengt. Toch zijn je films erg duister. Hoe rijm je dat?

Lynch: Het antwoord is simpel: in de lange corridor van de tijd zijn verhalen een constante. Mensen hebben elkaar al altijd en overal verhalen verteld. Verhalen weerspiegelen de wereld waarin we leven en gaan dus over conflicten, chaos, situaties van leven of dood en meer van die dingen. Maar de kunstenaar hoeft niet zelf te lijden om het lijden te tonen. Integendeel, hou het lijden in het boek of op het doek. Begin vandaag nog met transcendente meditatie en loop weg van dat lijden. Word vanbinnen gelukkig, laat de kwellingen varen en dán kun je aan de slag, dán kun je van je werk genieten. Dán kun je erg gelukkig zijn terwijl je een donker verhaal uitwerkt.

Raaskallen kunstenaars die beweren dat kwelling en woede een creatieve motor zijn?

Lynch: Absoluut! Je moet woede, depressie en angst begrijpen maar daarom hoef jij nog niet af te zien. Méér nog: lijden is de grote vijand van creativiteit. Woede, depressie en verdriet zijn goed voor een verhaal, maar voor een filmmaker of kunstenaar zijn ze vergif. Bittere, zelfzuchtige woede vergiftigt niet alleen de persoon in kwestie maar ook zijn hele omgeving. Niemand wil in het gezelschap van zo iemand verkeren. Woede verblindt en verteert, zo vang je geen groot idee! Het concept van de uitgehongerde, getormenteerde kunstenaar is voor iedereen romantisch, behalve voor de uitgehongerde kunstenaar zelf. Die heeft gewoon honger of kou en in zulke omstandigheden is de kans groot dat hij geen zin heeft om aan de slag te gaan. Ze dwalen, de mensen die beweren dat lijden hun kunst ten goede komt. Als ze dagelijks aan transcendente meditatie zouden doen, zouden ze nog méér energie hebben om in hun werk te steken en over nog méér creatieve intelligentie beschikken.

Op bladzijde 130 verklaar je film dood. Denk je daar nog steeds zo over? Je hebt sinds Inland Empire in 2006 geen film meer gedraaid.

Lynch: Ik heb geleerd om nooit meer nooit te zeggen. Maar pellicule is voor mij passé. Het is heel mooi maar het is een verouderde technologie. Waarschijnlijk draai ik nooit nog op film. Ik behoor tot de digitale wereld en daar ben ik blij om.

Waarschijnlijk draai ik nooit nog op film. Ik behoor tot de digitale wereld en daar ben ik blij om.

Ik word verliefd op bepaalde ideeën en die ideeën probeer ik te vertalen in een medium. Op een filmidee word ik om twee redenen verliefd. Eén: het idee zelf. Twee: de manier waarop je dat idee in cinema omzet. Cinema is een taal. Omdat er zoveel gereedschap ter beschikking is, kun je veel uitdrukken in die taal. Er is dialoog. Er is muziek. Er zijn geluidseffecten. Er is het kader. Je werkt met tijd en sequenties. Met cinema kun je gevoelens, gedachten en grote, abstracte dingen tot uitdrukking brengen.

Na elke aflevering van Twin Peaks: The Return voelden velen de behoefte om online na te kaarten en te analyseren. Begrijp je die drang?

Lynch: Ja, die begrijp ik zeer goed. Ik zeg altijd: wij mensen zijn detectives. Als er abstracte zaken gebeuren, schiet onze intuïtie ons te hulp. We voelen de situatie wel aan maar kunnen daar niet altijd de juiste woorden op kleven. We voelen de behoefte om te delen wat ons detectivewerk heeft opgeleverd: om te vergelijken, om wijzer te worden, om bevestigd of tegengesproken te worden. Ik doe dat zelf ook graag. Ik ben verlekkerd op mysteries en stap graag een andere wereld binnen.

Ik moest af en toe een traantje wegpinken tijdens Twin Peaks: The Return. Word jij soms emotioneel van iets wat je zelf heeft gemaakt?

Lynch: Soms zet ik het in de montagekamer op een huilen. Op de set is het me ook al overkomen. Tijdens de opnames van de Twin Peaks-scène waarin Ed en Norma elkaar eindelijk vinden, zat ik onbedaarlijk te wenen. De schoonheid van hun liefde overviel me, en ook het belang van dat moment voor hen.

Wanneer de tranen vloeien, dan vloeien ze. Dat gebeurt als je iets intens voelt. Je hoeft dat intellectueel niet te begrijpen. Maar als je erover nadenkt, vind je allicht wel de oorzaak.

Wat brengt de rest van de dag? Als je je laat leiden door de ideeën die je opgevist hebt, kan dat van alles zijn.

Lynch: Ik beslis dat inderdaad niet zelf. Ik volg het idee. Een idee waar je verliefd op bent, brengt zoveel inspiratie met zich mee. Als ik vandaag een idee krijg voor een stoel, dan zie ik die stoel voor me. Ik zie de vorm, ik weet welk materiaal ik nodig heb, ik kan de stoel tekenen. In mijn hoofd ben ik verliefd op die stoel. Dan moet ik naar de houthandelaar, materiaal vergaren en aan de slag gaan.

En wat als je stapelverliefd wordt op het idee voor een nieuwe film? Dan volstaat een bezoek aan de houthandelaar niet. Dan moet je financiers, producenten, acteurs, decors zoeken.

Lynch: Het eerste wat je moet doen als je verliefd wordt op een inval, is dat idee noteren. Aan een idee voor een speelfilm of een lang verhaal schrijf je heel lang, en dat kost je helemaal geen geld. Je schrijft en schrijft en zoekt naar woorden die dat idee meteen oproepen als je ze herleest. Daarna weet je niet wat ervan komt. Maar als je dat script aan iemand anders toont, zegt die misschien: 'Weet je wat, we geven je het geld om dit te maken.' Dat weet je nooit. Ik heb dozen vol ideeën staan, zowel teksten als tekeningen. Soms neus ik daar wat in, op zoek naar inspiratie.

Want je houdt van dromen maar ze leveren je zelden of nooit ideeën op. Zo staat het toch in je boek.

Lynch: Dromen leiden zelden naar een idee. Ik hou wel enorm van droomlogica. Het punt is dat je nooit weet wanneer een idee je te binnen zal vallen. Dat kan op elk moment. Het is aan jou om voortdurend waakzaam te zijn. Je weet ook nooit wat het idee zal lokken. Als we dat zouden weten, dan zouden we het de hele tijd doen. Muziek is al een paar keer een grote hulp gebleken bij het vangen van een idee, en ook dagdromen zijn goed lokaas.

David Lynch

Geboren in 1946 in Missoula, Montana. Woont in Los Angeles.

Is, naast regisseur van films en tv-series, ook schrijver, schilder, meubelmaker, fotograaf, nachtclubinrichter, muziekmaker, acteur en liefhebber van koffie.

Beschouwt zijn idyllische kindertijd in Boise, Idaho als een blijvende inspiratiebron.

Wordt tot de belangrijkste filmmakers van onze tijd gerekend. Eraserhead (1977), Blue Velvet (1986), Lost Highway (1997) en Mulholland Drive (2002) lieten de kijker met meer vragen dan antwoorden achter.

Schreef tv-geschiedenis met Twin Peaks.

Werd driemaal genomineerd voor een Academy Award maar won nooit. De Academy troostte hem dit jaar met een ere-Oscar.

Schenkt de opbrengst van Hoe vang je de grote vis? aan het David Lynch Foundation for Consciousness-Based Education and World Peace.