1. Het Conan Doyle Estate

Met Enola Holmes voorziet Netflix de ietwat uitgemolken erfenis van Sherlock Holmes van een vrouwelijk perspectief, net als de boeken van Nancy Springer waarop de film gebaseerd is. Voor één keer is het niet de norse detective die allerhande mysteries mag ontrafelen, maar zijn tienerzus Enola. (Die voor alle duidelijkheid nergens te bespeuren valt in de originele verhalen van Arthur Conan Doyle.) Met Millie Bobby Brown van Stranger Things in de hoofdrol en Fleabag-regisseur Harry Bradbeer aan het roer richt Enola Holmes zich op een jong, vrouwelijk publiek en dat blijkt goed te werken: de film wordt vlot bekeken en overwegend positief onthaald. Behalve door het Conan Doyle Estate. Dat sleept Netflix, Springer en haar uitgeverij voor de rechter. Het probleem: Sherlock Holmes vertoont in de film emoties en is vriendelijk tegen vrouwen. Eigenschappen die hij in de originele verhalen pas begint te vertonen na 1923 en waar het estate dus in theorie copyright op heeft, in tegenstelling tot Sherlocks eerdere avonturen, die intussen wel al pu...

Met Enola Holmes voorziet Netflix de ietwat uitgemolken erfenis van Sherlock Holmes van een vrouwelijk perspectief, net als de boeken van Nancy Springer waarop de film gebaseerd is. Voor één keer is het niet de norse detective die allerhande mysteries mag ontrafelen, maar zijn tienerzus Enola. (Die voor alle duidelijkheid nergens te bespeuren valt in de originele verhalen van Arthur Conan Doyle.) Met Millie Bobby Brown van Stranger Things in de hoofdrol en Fleabag-regisseur Harry Bradbeer aan het roer richt Enola Holmes zich op een jong, vrouwelijk publiek en dat blijkt goed te werken: de film wordt vlot bekeken en overwegend positief onthaald. Behalve door het Conan Doyle Estate. Dat sleept Netflix, Springer en haar uitgeverij voor de rechter. Het probleem: Sherlock Holmes vertoont in de film emoties en is vriendelijk tegen vrouwen. Eigenschappen die hij in de originele verhalen pas begint te vertonen na 1923 en waar het estate dus in theorie copyright op heeft, in tegenstelling tot Sherlocks eerdere avonturen, die intussen wel al publiek domein zijn geworden. Concreet: je moet dokken voor een aangename Holmes. Zoniet ziet het Conan Doyle Estate er met plezier op toe dat hij een vrouwonvriendelijke, emotieloze zak blijft. Het Conan Doyle Estate is peanuts in vergelijking met dat van J.R.R. Tolkien. Vraag maar aan Peter Jackson. Nadat hij The Lord of the Rings en The Hobbit had verfilmd, hoopten fans dat hij hetzelfde zou doen met The Silmarillion, Tolkiens postuum verschenen verzameling verhalen waarin hij onder meer de schepping van Midden-aarde beschrijft. Alleen durfde Jackson niet meer. En met reden: Tolkiens estate lijkt er een sport van te maken om verfilmingen zo onmogelijk mogelijk te maken. De erven claimden niet genoeg verdiend te hebben aan de Lord of the Rings-films, eisten 80 miljoen dollar van Warner Bros. omdat dat zonder toestemming gokspelletjes van The Lord of the Rings en The Hobbit had uitgebracht en leggen zowat iedere tv- en filmmaker verregaande regels op zodat het resultaat 'tolkieniaans' genoeg blijft. Christopher Tolkien, de intussen overleden zoon van de schrijver die jarenlang diens literaire erfenis bewaard heeft, vertelde in interviews dat 'Tolkien een monster geworden is, verslonden door zijn eigen populariteit en opgeslorpt door de absurditeit van onze tijd'. Dat was geen compliment voor Peter Jackson. Momenteel werkt Amazon aan een Lord of the Rings-reeks. Tolkiens estate heeft alvast besloten dat de zogenaamde Eerste en Derde Era van Midden-aarde daarbij off limits zijn en dat de makers best zo weinig mogelijk aanpassen. Voor creatieve vrijheid moet u met andere woorden niet bij Tolkien zijn. Prince wordt weleens de uitvinder van 'post-death capitalism' genoemd. Na zijn dood bleek hij namelijk een gigantische berg onuitgegeven songs te hebben liggen, een berg waarvan de waarde wordt geschat op zo'n honderd miljoen dollar. Enig probleem: er is nooit een testament gevonden, waardoor het estate vrij spel kreeg en met Prince' erfenis kan doen wat het wil. Meestal is dat zoveel mogelijk verdienen. Ook als het daarbij de principes van Prince aan de kant moet schuiven. Gedurende zijn leven was diens muziek enkel te streamen via Tidal, streed hij tegen piraterij en illegale streaming, klaagde hij fans aan die filmpjes van zijn liveshows verspreidden, vroeg hij YouTube om zijn video's offline te halen en voorspelde hij dat het internet een tijdelijk fenomeen was. Na zijn dood begon zijn estate zijn muziek te uploaden op YouTube en Spotify, maakte het een soort pretpark van 's mans studiocomplex Paisley Park, bracht het onuitgegeven nummers uit en sloot het een deal met TikTok, waar sinds kort de hele Prince-catalogus beschikbaar is. Volgens zijn estate omdat 'TikTok net als Prince graag grenzen verlegt'. Dat Donald Trump tijdens verkiezingsrally's graag Purple Rain door de boxen laat knallen, vindt het dan weer niet oké. Zelfs het Prince Estate heeft zo zijn grenzen. Indien u zich afvraagt waarom u in films over Martin Luther King zelden 'I have a dream' of andere iconische citaten hoort: dat is niet omdat de regisseurs hun research niet hebben gedaan. Op de originele woorden van die beroemde rede rust copyright en sinds Kings dood hebben zijn kinderen, die zijn nalatenschap beheren, de meeste aanvragen geweigerd. En geloof ons: valsspelen heeft weinig zin. Het estate klaagde in het verleden USA Today en CBS aan omdat ze zonder toestemming 'I have a dream' hadden geciteerd, rekende een vzw honderdduizenden dollars aan omdat ze een quote had gebruikt en zette Universal onder druk om Paul Greengrass' biopic te annuleren. Zelfs Ava DuVernay moest voor haar biopic Selma (2014) eigen versies van Kings speeches schrijven. Vijf jaar eerder had Steven Spielberg immers de rechten op Kings levensverhaal en de bijbehorende quotes gekocht. (Al heeft hij daar nog steeds niets mee gedaan.) Pijnlijk detail: twee jaar geleden werd een fragment uit een antikapitalistische preek van King in een advertentie voor bestelauto's gebruikt. Met toestemming van het estate. In diezelfde preek riep hij mensen op zich niet te laten misleiden door reclame. Wij gokken dat DuVernay toen heel, heel diep heeft gezucht.