Het was al een bewogen jaar voor Christian Petzold. Zijn nieuwste film Undine, een actuele hervertelling van de morbide mythe over de gelijknamige waternimf, dong in februari nog mee naar de Gouden Beer op de Berlinale. Door de lockdown moest de Duitse cineast van periodeparels als Barbara (2012) en Phoenix (2014) echter wachten om zijn hedendaagse liefdessprookje over de Berlijnse gids Undine (Paula Beer) die halsoverkop verliefd wordt op een duiker (Franz Rogowski) aan het grote publiek te presenteren.
...

Het was al een bewogen jaar voor Christian Petzold. Zijn nieuwste film Undine, een actuele hervertelling van de morbide mythe over de gelijknamige waternimf, dong in februari nog mee naar de Gouden Beer op de Berlinale. Door de lockdown moest de Duitse cineast van periodeparels als Barbara (2012) en Phoenix (2014) echter wachten om zijn hedendaagse liefdessprookje over de Berlijnse gids Undine (Paula Beer) die halsoverkop verliefd wordt op een duiker (Franz Rogowski) aan het grote publiek te presenteren. Daarna kreeg corona ook Petzold zélf te pakken. Vier weken lang was de regisseur compleet van de wereld, maar daar ziet het boegbeeld van de zogeheten Berlijnse School, een filmstroming die in de jaren negentig doorbrak met gestileerde karakterdrama's, nu de symboliek wel van in. 'Net zoals Undine in het meer verdwijnt als haar hart gebroken wordt, gingen mijn film en ik tijdens de lockdown kopje-onder. Gelukkig werd op het moment dat ik het hard te verduren kreeg de trailer gelost. Die heeft me gered! De tederheid, onschuld en vrijheid die daaruit sprak, voelde als een goede song die je eraan herinnert dat er na regen zonneschijn komt.' Intussen is die betere tijd voor Petzold aangebroken. Onlangs mocht hij tijdens het festival van Venetië - waar hij naast Cate Blanchett in de festivaljury zetelde - zijn zestigste verjaardag vieren. 'Het enige spijtige aan die dag was dat ik niet in een rollercoaster heb gezeten. Die familietraditie moesten we dit jaar overslaan. Het gevoel dat je tijdens zo'n wilde rit in vrije val bent, vat voor mij samen wat een film moet teweegbrengen!' Van iemand die een film maakte over een verliefde waternimf verwacht je eerder dat hij zijn kijkers kopje-onder wil trekken. Christian Petzold: (lacht) Inderdaad. Wat me vooral aantrok in de onderwaterwereld, is dat die zowel brutaal als beeldschoon is. Daarom heeft mijn film ook weinig te maken met Guillermo del Toro's The Shape of Water of Neil Jordans Ondine maar des te meer met films als 20,000 Leagues under the Sea of The Night of the Hunter. In die eerste film is er een fantastische scène waarin duikers naar een onderzeese begraafplaats afdalen, en in de tweede zie je Shelley Winters' personage dood in het water liggen terwijl de stroming met haar haren speelt. Dat zijn twee gruwelijke scènes die toch geweldig mooi zijn. Wilde je daarom de mythe van Undine, die een man moet huwen om een ziel te krijgen en hem moet vermoorden als hij ontrouw is, actualiseren? Petzold: Ik was helemaal niet in die mythe geïnteresseerd. Het is hetzelfde oude verhaal van de artiest en zijn muze, van de man die zijn verlangens op de vrouw projecteert. Toen ik het boek Undine geht van Ingeborg Bachmann las, veranderde dat beeld. Voor de eerste keer werd het verhaal vanuit Undines perspectief verteld. Dat vond ik enorm interessant. Ook in je vorige films koos je vaak voor het vrouwelijke perspectief. Waarom? Petzold: Die vraag is ooit ook aan de grote regisseur Claude Chabrol gesteld omdat hij graag met actrices als Stéphane Audran en Isabelle Huppert werkte. Hij zou gezegd hebben: 'Mannen leven, vrouwen overleven. En cinema gaat over dat laatste.' Die uitspraak is mijn motto geworden. Toen ik Bachmanns verhaal las, herkende ik dat erin. Ook Paula Beer was meteen van haar personage weg toen ik haar de roman gaf. Zie je sinds MeToo die verschuiving ook in andere films opduiken? Petzold:(denkt na) Misschien wel. In Venetië zag ik alvast veel films die door vrouwen gemaakt waren en ook verschillende films van mannelijke cineasten die de vrouwelijke blik volgen. Je filmt niet graag seksscènes. Is daar een reden voor? Petzold: Ik haat sekssènes. Ze doen me terugdenken aan die keren dat ik als jonge kerel 's nachts thuiskwam en mijn ouders hoorde vrijen in hun kamer. Dan sterf je toch van schaamte? Seksscènes voelen hetzelfde voor mij, óók het filmen ervan. Acteurs zijn zenuwachtig en drinken wat alcohol en er staat een coach naast hen die zegt dat hij een hand op haar borst en zij haar hand op zijn dij moet leggen. Dat is geen cinema, dat is therapie! Nee, sterven op het witte doek scherm is cultuur, seksen op het grote scherm is shit. Waarom duik je in Undine dan toch onder de lakens voor je eerste bedscène tot nu toe? Petzold: Omdat er een idee achter die scène schuilt. Wanneer Undine in de film de deken over haar hoofd trekt, lijkt het toch meer alsof ze aan het duiken dan aan het vrijen is. (lacht)Waarom klinkt dat poëtische aspect in deze film luider dan het politieke, dat in je vorige films veel duidelijker aanwezig is? Petzold: Ik hou niet van het label 'politieke film', maar Undine is er wel degelijk een. Alle liefdesverhalen zijn politiek omdat ze over relaties, gevoelens, verlangens en passies gaan. En relaties zijn onderhandelingen. In je vorige film Transit versneed je het Duitse oorlogsverleden nog met de actuele Europese vluchtelingenpolitiek. Dat is toch nog iets anders? Petzold: Het ligt er dit keer minder dik op, ja. Maar naast een oude waternimf die liefde op land zoekt, is Undine een hedendaagse gids die Berlijn door en door kent. Als je door die stad wandelt, dan wandel je niet enkel door het heden, maar vertellen de vele gedenkstenen van oorlogsslachtoffers die over de stad verspreid liggen ook iets over het verleden. En niet enkel in Berlijn. Wandel door pakweg Luik en je komt plekken tegen die verwoest zijn door de nazi's of door het kapitalisme. Steden vertellen net zoals films verhalen waarin het heden en verleden samenkomen. Dat is ook de reden waarom ik van tussenfiguren zoals geesten en nimfen hou. Ze zitten vast tussen oude tradities en nieuwe ideeën. Nooit gedacht om het verleden achter je te laten en eens een futuristische film te maken? Petzold: Ridley Scott heeft Alien al gemaakt, de beste sciencefictionfilm ooit. In die film kijk je naar de toekomst maar zie je eigenlijk gewoon het verleden. Ik had die graag gemaakt. (lacht)Waarom zijn jouw films eigenlijk populairder in het buitenland dan in Duitsland? Petzold:(lacht) Duitsers houden pas van hun kunstenaars als ze dood zijn. Kijk maar naar Rainer Werner Fassbinder! Bij leven maakte hij bijna vijftig films die in Cannes en New York bejubeld werden, maar in eigen land vonden ze er niets aan. Nu wel. Is het niet vreemd dat het thuispubliek minder enthousiast is dan het internationale? Petzold:(denkt na) Ik hou van Ingmar Bergman omdat zijn films me iets over Zweden leren, van André Téchiné omdat hij me iets over Frankrijk vertelt en van de gebroeders Dardenne omdat hun films me een blik op België gunnen. Verhalen als Barbara of Undine kun je in het buitenland vertellen omdat ze door en door Duits maar net niet té vreemd zijn, waardoor ze ook herkenbaar zijn voor een internationaal publiek. Misschien is dat de verklaring? Een andere verklaring kan zijn dat de Duitse cinema een tijdje op apegapen lag en jouw films een frisse wind deden waaien door de vele stoffige oorlogsfilms en policiers. Petzold:(denkt na) Als je naar Maren Ade kijkt, die enkel jaren terug Toni Erdmann maakte, of naar de films van Thomas Arslan, dan zie je toch dat er de laatste jaren veel beterschap is. Maar inderdaad, toen ik me in film begon te verdiepen, in de jaren zeventig en tachtig, zag ik enkel oorlogsdrama's en -komedies. Het leek erop dat Hitler voor velen dé entertainer van de twintigste eeuw was. Dat was ik zo beu. Ik ben als kind opgegroeid met de films van Fassbinder en Wenders. Zij toonden me dat je wél iets zinnigs over Duitsland kon vertellen. Die Neuer Deutscher Film-cineasten haalden hun inspiratie wel in Amerika. Petzold: Ook mijn inspiratie komt vooral van daar, hoor. Ik ben een enorme noirfan, een genre dat populair werd door Duitse cineasten die in de jaren dertig naar Hollywood waren getrokken. Die donkere films vertellen realistische en brutale verhalen die uit Duitsland komen, ze worden belicht alsof alles zich in Duitsland afspeelt en ze worden verteld door Duitse cineasten zoals Fritz Lang, Billy Wilder en Douglas Sirk. Toen zij in de jaren 1950 terugkeerden naar hun thuisland om daar opnieuw films te maken, flopten die, omdat Duitse cultuur niet langer bestond. Daarom begonnen hun opvolgers Fassbinder, Wenders en Alexander Kluge exile cinema te maken. Eigenlijk gaan Duitse films nog steeds over ballingschap. Dat zegt veel. Heb je dan nooit gedacht om, in navolging van landgenoten als Wolfgang Petersen, Roland Emmerich en Robert Schwentke, zelf naar Hollywood te vluchten en daar een film te maken? Petzold: Die kans heb ik ooit gehad maar daar heb ik - hoewel ik heel graag eens met Amerikaanse acteurs wil werken - voor bedankt. Mijn verhalen liggen Hollywood niet en Hollywood heeft ook niet langer nood aan Duitse regisseurs, enkel aan het geld dat ze met zich mee zouden brengen. Wat staat er dan nu op de planning? Petzold: Ik maak altijd trilogieën omdat ik een plan nodig heb in het leven. Daar komt de protestant in mij naar boven! (lacht) Als ik dus zeg dat ik drie films ga maken dan moet ik wel. In de trilogie die ik nu met Undine begonnen ben, wil ik natuurelementen en mythes onderzoeken. Na water zal ik dieper ingaan op vuur, iets over jongeren en bosbranden. En daarna iets over vervuilde lucht.