Het zijn drukke tijden voor Brad Pitt, en daarmee doelen we niet op de privéperikelen met zijn ex Angelina Jolie. Met zijn rol van stuntdouble Cliff Booth in Quentin Tarantino's Once upon a Time in... Hollywood heeft Pitt eindelijk nog eens een dikke hit te pakken, en daar hoopt de inmiddels 55-jarige blonde filmgod met Ad Astra een succesvol vervolg aan te breien. Voor én achter de camera.

In deze ruimteodyssee speelt Pitt namelijk niet alleen de hoofdrol, hij producete de film ook met zijn Plan B Entertainment, dat eerder toppers als Steve McQueens 12 Years a Slave, Barry Jenkins' Moonlight en Felix Van Groeningens Beautiful Boy afleverde.

Toch verliep de landing van Ad Astra, het meest ambitieuze project waar hij zich als producent al aan waagde, niet van een leien dakje, bekent Pitt wanneer we hem ontmoeten op het filmfestival van Venetië. 'Veel mensen wijzen op de gelijkenis met Apocalypse Now. Mij doet Ad Astra meer denken aan de making-of van die film. (lacht) We zijn op zo veel muren gebotst. Het ding werkte niet. We zaten vast.'

Veel mensen wijzen op de gelijkenis van Ad Astra met Apocalypse Now. Ik moet meer denken aan de making-of van die film.

Het is ook geen sinecure, een karakterdrama in een spectaculaire scifiverpakking.

Brad Pitt: De film gaat over een man die niet in staat is om met anderen te communiceren, over eenzaamheid. Dat is niet evident voor een grote sciencefictionfilm die óók wil entertainen. Het was evenmin evident voor mij als acteur, omdat ik in veel frames alleen ben. Het kwam er dus op aan om de eenzame tocht van mijn personage op gang te houden, met geluid, muziek, voice-overs. We hebben er lang aan gesleuteld om het evenwicht tussen spektakel en intimiteit te behouden. Ik weet niet of het de moeilijkste rol uit mijn carrière was, maar het was zeker de moeilijkste film.

Zal die mix van drama en spektakel commercieel werken?

Pitt: Ik vraag me af hoe een jong publiek dat nog geen kinderen heeft, of nooit verlies heeft meegemaakt, zal reageren. Het gaat over een vader en zoon die blutsen hebben opgelopen in het leven. Ik weet niet wat dat gaat geven. Ik weet dat als het mij aanspreekt, het ook anderen zal aanspreken. Ik weet alleen niet hoeveel anderen. (lacht) Het blijft een gok.

Regisseur James Gray heeft gezegd dat de film heel persoonlijk voor je was. Heb je iets over jezelf ontdekt, als vader én als zoon?

Pitt: James en ik zijn vrienden sinds 1995. We praten vaak over onze familie, over wat het betekent om man te zijn, over openstaan voor anderen. Deze film bood ons de mogelijkheid om daar iets creatiefs mee te doen. Ik ben een vader en een zoon. De taak van een acteur is om een rol persoonlijk te maken, én universeel, wat daarvan het gevolg is. Alleen doet het er voor de kijker niet toe hoe je dat doet, of in welke mate het persoonlijk is.

Roy McBride, jouw personage is in elk geval een veel introverter type dan de laconieke Cliff die je in Once upon a Time... in Hollywood neerzet.

Pitt: Roy en Cliff zijn elkaars tegenpolen, al denk ik dat Cliff eerst een Roy-achtige odyssee heeft moeten ondernemen om tot zijn coole, relaxte en zelfverzekerde zelf te komen. Ze zeggen ook allebei niet zo veel. Maar zo ben ik ook. (lacht)

De film gaat ook over de mythe van mannelijkheid. Hoe ben je zelf opgevoed?

Pitt: Mijn ouders waren plattelandsmensen, met de pioniersmentaliteit. Ze leerden me bescheiden te zijn en niet te klagen. Je breekt je arm, je schaaft je knie? Deal with it. Er zit waarde in dat mannelijke stoïcisme om nooit zwakte te tonen en altijd sterk te zijn. It gets shit done. Aan de andere kant heb ik ontdekt dat het deels jezelf ontkennen is. Het kan ook een sterkte zijn om je twijfels en zwaktes te delen. Een goede partner en vader zijn draait ook dáárom. Je hoeft geen façade op te houden tegenover de mensen die je dierbaar zijn.

Roy trekt naar de maan, naar Mars en zelfs naar Neptunus. Wat was jouw grootste avontuur?

Pitt: Naar LA verhuizen op mijn twintigste. Ik kom uit de Ozarks (gebergte dat deels in Oklahoma ligt, waar Pitt opgroeide, nvdr.). Ik ben destijds in mijn auto gestapt en in een stad vol onbekenden terechtgekomen. Ik had enkel een droom in mijn koffer en 375 dollar op mijn rekening. Dat was een avontuur, en dat is het nog steeds. Vader zijn is dat ook. Je word echt op de proef gesteld, man. (lacht) Mocht ik mijn jongere zelf nu advies kunnen geven, zou ik hem zeggen: relax. Alles komt goed. Dat zeg ik dagelijks tegen mezelf. Ik streef ernaar om ook in het echt Cliff Booth te zijn. Alleen ben ik er nog niet helemaal. (lacht)

Once upon a Time... in Hollywood is al een dikke hit, en nu is er het uitstekende Ad Astra: je bent hoe dan ook aan een topjaar bezig.

Pitt: Voor mij voelt dat niet zo. Sommige films scoren, andere niet. Sommige films blijken top, andere minder. Mijn aanpak blijft dezelfde. Ik volg gewoon mijn instinct. James en ik wilden al een eeuwigheid samenwerken en toen kwam deze kans. We hebben samen The Lost City of Z geproduceerd, en in die film excelleerde hij. Hij vertelde me over Ad Astra, dat toen nog in volle ontwikkeling was. Ik vond dat het juist zat en vertrouwde hem. Ik ben erin gedoken zonder te weten hoe we zouden landen, wat je nooit weet met films op deze schaal.

Ging je dit jaar ook niet aan de sequel op World War Z beginnen?

Pitt: We hebben een geweldig script. We gingen die film normaal begin dit jaar doen, met David Fincher als regisseur, maar hij bleek te duur voor de studio. Ik hoop dat we Fincher aan boord kunnen houden, want mocht hij afhaken, zou dat toch aanvoelen als een stap achteruit. Misschien moeten we het herwerken tot een serie. We zullen zien.

Is dat de toekomst van de cinema? Zullen films als Once Upon a Time... in Hollywood en Ad Astra over twintig jaar überhaupt nog gemaakt worden?

Pitt: Die vraagt stelt de hele industrie zich: zal cinema een collectieve ervaring blijven, of wordt alles gereduceerd tot streaming? Films zijn door alle marketing en promo die daarbij komt kijken zo duur geworden dat de studio's met complex materiaal niet langer de gok durven te wagen. Ik merk dat de streamingstudio's dat wel nog durven en daar ben ik blij om. Ik besef dat ik me in een luxepositie bevind. Ik kan nog steeds spektakel afwisselen met drama, maar dat wordt steeds zeldzamer. Ik ben blij dat Tarantino zo goed scoort. Het was de enige studiofilm met een origineel verhaal die deze zomer is uitgekomen. Al de rest waren sequels en comicadaptaties.

Moneyball, 12 Years a Slave, Moonlight, Beautiful Boy:Je productiehuis Plan B gaat wel nog resoluut voor originele content.

Pitt: En dat is niet makkelijk. Ik gebruik mijn naam en status om dingen gedaan te krijgen en ik ben gelukkig dat me dat af en toe lukt. Ik ben trots op de dingen die we gemaakt krijgen. Die films hadden anders allicht nooit bestaan. Als producer wil ik complexe, volwassen verhalen brengen. Ik ben opgegroeid met de New Hollywoodfilms uit de seventies, waarin de grens tussen goed en kwaad vervaagt. Dat is mijn wieg. Dat is mijn lat voor Plan B. Die films zijn ontstaan in een periode waarin de studio's moesten kiezen tussen dure tentpoles(films waarvan een grote opbrengst verwacht wordt, nvdr.) en kleine projecten. Coppola, Scorsese en al die andere geweldige filmmakers sprongen in het gat dat daartussenin was ontstaan, en met plan B willen we nu ook in dat gat springen. Niet zozeer uit commerciële overwegingen, maar omdat het de projecten en de regisseurs zijn waar we van houden.

Wat ook opvalt: je hebt, in tegenstelling tot veel A-listcollega's, nog nooit een superheldenfilm gedaan.

Pitt: Het is mijn ding niet. Ik ben zelfs nooit een Star Wars-fan geweest. De goeien tegen de slechten. Zelfs als kind sprak het me niet aan. Ik hield van Alien. (lacht) En van Butch Cassidy and the Sundance Kid. Die liet een diepe indruk op me na.

Op welke films ben je het trotst?

Pitt: The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford (2007) is altijd speciaal voor mij geweest, vooral vanwege de ervaring en de mensen met wie ik daar heb gewerkt. Om dezelfde reden vind ik andere films miserabel. (lacht) Tarantino, met wie ik Inglourious Basterds (2009) en nu Once upon a Time... in Hollywood heb gemaakt, en David Fincher, met wie ik heb samengewerkt aan Se7en (1995) en Fight Club (1999), zijn wellicht de twee indrukwekkendste persoonlijkheden uit de filmgeschiedenis die ik ooit heb ontmoet. Maar ik hou er niet van om achteruit te kijken. I'm always on to the next, you know. Ik begrijp acteurs niet die zeggen dat ze een rol niet van zich af kunnen schudden, van die James Dean-achtige verhalen, weet je wel. Zo ben ik niet. Nooit geweest. Ik tel af naar het einde en dan ben ik vrij. Ik herbekijk mijn films wel als ik oud en klaar ben, maar dat is nu nog niet.

Gelukkig maar. Insiders voorspellen dat Cliff Booth je wel eens je eerste Oscar zou kunnen opleveren. Ben je daarmee bezig?

Pitt: Oscars zijn prestigieus, maar van zodra je ze begint na te jagen, ben je gezien. Plus: elk jaar zijn er zo veel geweldige mensen die niet genomineerd worden. Als ze komen: great fun. Als ze niet komen: des te leuker voor mijn collega's.

Brad Pitt

Geboren op 18 december 1963 in Shawnee, Oklahoma.

Studeerde journalistiek aan de universiteit van Missouri maar behaalde nooit zijn diploma.

Trok als jonge twintiger in zijn eentje naar Los Angeles. Kluste in afwachting van zijn grote acteerdoorbraak bij als verhuizer, limochauffeur en mascotte van een kippenrestaurant.

Van 2000 tot 2005 gehuwd met Jennifer Aniston. Van 2006 tot 2016 samen met Angelina Jolie, met wie hij zes kinderen heeft.

Richt in 2001 het productiebedrijf Plan B Entertainment op.